dinsdag 7 april 2009
nog enkele foto's
projecten gaan goed
Hoe gaat het daar in België? Zijn de eerste dagen van april al goed gegaan? En het weer, valt dat een beetje mee? Hier in Malawi gaat alles goed, heel goed eigenlijk, net als de vorige keer. Alleen het weer viel vorige week wat tegen, bijna iedere dag regende het. De zon zat waarschijnlijk weer bij jullie.
Het project duurt nog maar 4 weken maar, dat is echt heel weinig. En vanaf deze week blijft Sanne in Lilongwe voor 2 à 3 weken. Het is nu vakantie en de kinderen van haar school zijn nu naar hun familie. Daardoor heeft zij niets te doen gedurende de vakantie. Ze besloot om mij te assisteren bij mijn project. Doordat we nu een grote 2 weken samen door zullen brengen, zal de tijd wel heel vlug gaan. We zitten immers nu al over de helft, terwijl ik dat helemaal niet zo aanvoel…
Project in de kleuterklas
Mijn lessen die ik geef in de kleuterklas gaan heel goed. Ik ben er tevreden over. Toch is het niet altijd even eenvoudig, maar ik trek mijn plan en merk dat dit goed lukt.
Vorige week donderdag ben ik naar de kleuterklas geweest aangezien ik vrijdag niet kon gaan. Toen heb ik het verhaal ‘Peter Pan’ voorgelezen (in het Engels) uiteraard, en de leerkracht vertaalde het in het Chichewa. De kinderen luisterden heel geboeid, en waren nadien ook heel enthousiast. Kinderen houden echt van verhalen, en ik vind het spijtig dat er hier zo weinig voorgelezen wordt aan de kinderen. Daarom besloot ik om regelmatig eens een verhaaltje voor te lezen, waarna de kinderen er een tekening over mogen maken.
Hopelijk onthouden de leerkrachten dit voor later, zodat ze ook eens een verhaaltje voorlezen aan de kinderen.
Project in het Social Rehabilitation
De knutselactiviteiten die ik, samen met Daphne (en nu ook Sanne), geef, verlopen heel goed. Enkel de kinderen en jongeren die zin hebben om mee te doen, nemen deel. Soms zijn het maar 10 kinderen, maar aangezien ieder van hen enthousiast is, verloopt alles dan wel heel goed.
De jongens en meisjes vinden het ook heel boeiend om met materiaal te werken dat ze niet kennen of waarmee ze nog nooit gewerkt hebben: plasticine, verf, lijm, scharen, …
De pleinspelen en andere activiteiten, die ik tot nu toe alleen gaf, verlopen ook goed. Alleen was het vorige week heel jammer dat het constant regende. Daardoor moest ik activiteiten vinden die binnen door kunnen gaan. Maar met een hele groep kinderen binnen spelen, is heel vermoeiend, en veroorzaakt ook hoofdpijn. De kinderen en jongeren roepen namelijk in plaats van praten.
Ik amuseer me heel erg met de jongens en meisjes van het centrum. Het vormen van de band met de meisjes verliep toch moeilijker dan die met de jongens. Maar vorige week donderdag had ik een hele leuke namiddag met de meisjes. Sinds die dag is er (als het ware) een sterkere band.
Donderdagnamiddag zaten op een bepaald moment alle meisjes in mijn kamer. Ik had net het spelletje ‘mastermind’ aangeleerd aan de vluchtelinge Assumpta. Op die manier zou zij het kunnen uitleggen, in het Chichewa, aan de andere kinderen. Sommige meisjes speelden het spel, anderen praatten wat (in het Chichewa wel), of hielden zich bezig met enkele poppetjes die bij mijn valies lagen. Enkele dagen geleden dacht ik nog om die poppetjes misschien aan de kleuterklas te schenken, aangezien de meisjes hier 12 jaar en ouder zijn. Maar toen ik zag hoe de meisjes zich amuseerden met de poppetjes, besloot ik de poppetjes aan hen te geven. Sommige namen een pop op hun rug, in chitenge (een soort doek die in Malawi gebruikt wordt als rok en draagdoek om je kind in te dragen), anderen deden er gekke dingen mee, … Het was echt leuk om te zien. Uiteindelijk is 15 jaar, 16 jaar, … wel wat oud om nog met poppen bezig te zijn, voor wij Belgen toch. Maar hier in Malawi hebben sommige kinderen nog nooit een pop vastgehouden. Dan zou ik het ook super vinden om een pop op mijn rug te dragen. Bovendien worden de meisjes hier ook, van jongs af aan, opgevoed als ‘moedertjes’: ze leren koken, wassen, kuisen, zorg dragen voor broers en zusjes, … Amayi (mama) spelen van een pop is, voor hen, dus heel leuk.
Je merkt ook dat ze op sommige momenten interactie zoeken met mij. Sommige kunnen geen Engels, waardoor er dus meestal niet gepraat wordt. Maar ze komen bijvoorbeeld met de pop dichter bij mij, waardoor ik daar dan op reageer, … Op die manier ontstaat er een leuke interactie, maar meestal dus zonder woorden, ofwel met enkele basiszinnen in het Engels.
Ook ’s avonds had ik een heel leuk moment met de meisjes. Ik besloot om, als verrassing, te koken voor hen. Toen ze tussen 20u en 21u aan het bidden waren, kookte ik rijst en lange bonen met tomaten. Rond 21u was ik klaar, en ging ik naar de kamer van ‘auntie’ Maureen, waar alle meisjes zaten om te bidden. Ze waren net klaar met bidden en deden de deur open. Toen ik zei dat ik een verrassing had, en ze het eten zagen, waren ze dolenthousiast. We aten allemaal samen uit één bord, bovendien met de handen. Dit was echt gezellig. Hoewel ik niet veel van het gesprek verstond, vond ik het toch een leuke avond. En soms zijn er ook geen woorden nodig om te begrijpen wat de meisjes willen zeggen. Want meestal maken ze van een verhaal een heel toneelstuk, met gebaren, mimiek, … Echt leuk om naar te kijken, en heel grappig.
Op een bepaald moment zal ik alleen in de kamer met Maureen, de vrouw die ’s nachts in het centrum blijft. In het begin was het wat raar, aangezien ik amper contact met haar heb. Maar ik vroeg naar hoe het nu met een meisje was, aangezien ze deze morgen voor ‘zogezegd iets kleins’ naar het ziekenhuis moest. Bij wat ik toen hoorde, moest ik toch even slikken. Dat meisje heeft blijkbaar het HIV-virus. Twee maand geleden werd ze getest en de resultaten waren positief. Nu moet ze pillen (een soort drugs) nemen om haar weerstand wat sterker te maken.
Amai, dat was toch wel even schrikken toen ik dat hoorde. Ik weet wel dat er hier in Malawi veel HIV en aids voorkomt, maar omdat ik er nu van zo dicht mee geconfronteerd wordt, had ik het er wel even moeilijk mee. Dat meisje is nog maar 13 jaar oud! En blijkbaar zijn er heel wat kinderen en jongeren van het centrum die HIV hebben, en zij zijn dus allemaal jonger dan mij, onvoorstelbaar!
Vrijdag 3 april
Deze morgen ben ik rond 8u vertrokken naar het busstation. Ik wou namelijk snel een bus nemen om naar Chilanga te gaan. Sanne en ik zouden een ‘3-daagse’ maken naar het noorden en wilden dus vroeg vertrekken. Ik nam een grote bus en hoopte er op die manier sneller te zijn dan met een minibus. Maar neen, de bus wachtte en wachtte en wachtte, tot die helemaal vol zat. En dat duurde immens lang! Het was 10.30u toen we eindelijk vertrokken. Ik was heel gelukkig opgestaan, maar de busrit verpestte het toch wel wat. Eerst was er file. De bus dacht toen een zijweggetje te nemen, maar dat zag er volgens mij eerder uit als een gracht. De bus ging dus helemaal scheef, en ik vreesde even dat hij zou omvallen. Geen leuke gedachte! Gelukkig reden we na 5 minuten weer op de asfaltweg. Maar ik voelde me nog niet veilig. Plots viel er een bagagestuk, die achteraan de bus vast gemaakt was, op de weg. Toen iemand ‘stop’ riep, remde de bus heel bruusk. Hij reed toen achteruit tot hij het bagagestuk bereikte, en de chauffeur legde dit weer op de bus. Na een kwartier viel er nog eens een bagagestuk van de bus. Echt hatelijk.
Eindelijk, om 13.10u, kwam ik aan in Chilanga, waar ik blij was dat ik de bus kon verlaten. Na snel gegeten te hebben en de trekrugzak klaar gemaakt te hebben, gingen we naar de bushalte, waar we een minibus namen naar Kasungu. In Kasungu zochten we een bus die naar Mzuzu zou rijden. We vonden geen grote bus, maar wel een grote minibus, waarvoor we elk 1200 kwacha (6 euro) moesten betalen. Die bus reed echter niet rechtstreeks naar Mzuzu, maar eerst nog langs Mzimba. Maar er was geen andere bus te bespeuren, dachten we. Want plots zei de chauffeur dat er een bus, die rechtstreeks naar Mzuzu gaat, klaar staat om te vertrekken. We konden dus die bus nemen, maar ons geld dan? Dat was, volgens de chauffeur van de minibus, geen probleem. Hij zou dat regelen met de grote bus. Maar toen we op de bus zaten, bleek het maar 650 kwacha te zijn dat we moesten betalen. Ja zeg! Die andere buschauffeur is dus met 1100 kwacha van ons gaan lopen, dief! Onze bus was echter al vertrokken, waardoor de dief dus niet meer te stoppen was. Wacht maar tot we je terug zien!
Gelukkig zaten we nu wel op een luxebus: heerlijk zachte zetels, gordels, een televisie, … Alleen reed de chauffeur soms wel heel snel, ook in de bochten. Aangezien Sanne en ik helemaal vooraan zaten, was dat soms wel enorm beangstigend. Onze ogen gingen nu en dan ook dicht, niet van vermoeidheid, maar uit angst.
Rond 18u kwamen we aan in Mzuzu. Het was toen al donkere, waardoor we vreesden de lodge nooit te vinden. Gelukkig was er een vriendelijke vrouw die ons wilde begeleiden naar de ‘Flame Tree Lodge’. Eenmaal aangekomen, kregen we de sleutel van onze kamer: geen koningssuite, maar toch meer luxe dan we tijdens de week gewend zijn.
Tijdens het avondmaal maakten we kennis met Ken en Jane, een Brits koppel, die gedurende enkele maanden in Malawi werkt. Zij zouden zaterdag ook naar Nkhata Bay gaan, om van daaruit door te rijden naar Nkhotakota. Ze boden ons een lift aan naar Nkhata Bay.
Zaterdag 4 april
Deze morgen vertrokken we rond 9u naar Nkhata Bay. Het was een prachtige weg die we moesten nemen: veel natuur, bergen, … Heel mooi! Alleen jammer van de regen.
Toen we aankwamen in Nkhata Bay, kon je onmiddellijk zien dat het een toeristische plaats is: heel veel Lodges, mensen kijken niet meer op wanneer ze een blanke zien, … Toen we de auto verlaten hadden, sprak een man, die werkt in Mayoka village, ons aan. Wat een geluk, Mayoka village is de Lodge die we zochten. Met een gratis taxi reden we naar de Lodge. Prachtig, echt onbeschrijfelijk, en jammer genoeg niet zo mooi vast te leggen op foto. Ook zagen we voor de eerste keer het meer: wonderlijk. We waren in een paradijs beland!
De lodge is gelegen op allemaal rotsen, net naast het meer. Er zijn dus wel heel veel trappen die toegang geven tot de verschillende hutjes en huisjes, met uitzicht op het meer. Aangezien er geen hutje meer vrij was, kregen Sanne en ik een huis aangeboden, tegen dezelfde prijs van een hutje. Het was magnifiek: 2 slaapkamers en een badkamer met prachtige douche en warm water! Het was eigenlijk een huisje waar je met een gezin kan verblijven, maar deze nacht was het voor Sanne en mij.
Na de middag maakten we met 1 Belgisch meisje en 3 Duitse meisjes een boottrip, uiteraard op het meer. Ook dit was prachtig. Het water van het meer is helder blauw, echt mooi. Ook het uitzicht is super. De ‘gids’ gooide op een bepaald moment een vis in het water. Een arend kwam aangevlogen om de vis te nemen en vloog weer weg, echt mooi om te zien. Even later vaarden we naar een strandje, waar we wat rustten. We snorkelden ook even in het water. Het was heel mooi om alle visjes te zien, maar soms wel wat vies om tussen de vissen en de rotsstenen door te zwemmen.
Toen het begon te regenen (we hadden geluk, want de ganse namiddag was het heel mooi weer) en al 16.30u was, vaarden we terug naar de Lodge. Het was een hele leuke namiddag!
’s Avonds aten we vis, ‘chambo’, op de barbecue. De vis was heerlijk! Eindelijk eens lekkere vis in Malawi.
We maakten er nog een gezellige avond van, met veel praten en lachen, maar tegen 22u waren we toch wel moe en zochten ons bedje op.
Zondag 5 april
Dze morgen maakten we ons klaar om terug te vertrekken richting Mzuzu. We zaten, rond 11u, op een minibus die naar Mzuzu zou gaan. Er zaten echter nog maar 2 mensen op, en niemand leek van plan om nog de bus te nemen naar Mzuzu. We zouden er dus nog lang staan... Maar plots zagen we een pick-up die op het punt stond om te vertrekken. Dit was onze kans. We sprongen van de minibus en kropen op de laadbak pick-up. Voor dat uurtje rijden, wilden we het wel riskeren. Uiteindelijk zaten we nog redelijk goed. Er was wel veel wind en soms enkele druppeltjes regen, maar al bij al viel het nog mee. We hebben al bussen gehad die gevaarlijker reden...
Toen we aankwamen in Mzuzu gingen we op zoek naar een bus die richting Kasungu/Chilanga zou gaan. Lang moesten we niet zoeken, want bussen genoeg, maar het probleem was dat geen enkele bus bijna vol zat. We kropen dus op een bus, waar nog maar 10 mensen op zaten en hoopten dat het er snel meer zouden zijn. Maar we hebben lang moeten hopen. Sanne en ik werden eigenlijk gek: we gedroegen ons niet meer normaal, de gespreksonderwerpen trokken op niet veel meer en we begonnen liedjes te zingen. Ocharme de mensen op de bus... Na 4 uur, het was toen al 17u, kwam er eindelijk beweging in de bus. Maar we moesten op zijn minst nog 3uur rijden, dus we zoudedn zeker door het donker moeten rijden. Oh, help!
Mar al bij al viel het heel goed mee. Toen het donker werd, reed de bus heel voorzichtig. Eindelijk, ook al was het donker, konden we eens genieten van het landschap, de maan en de sterren (die je hier heel goed ziet), zonder angst te moeten hebben dat de bus zal omkantelen, van de berg zal rollen, ... Het was dus super! Maar waarom stopt die bus nu midden de weg? En waarom stapt iedereen van de bus? Hah, het is plaspauze. Iedereen zocht een plekje uit, en dus Sane en ik ook, hopende dat er geen slangen of ander gedierte de weg naar onze broek vonden.
Daarna reden we verder. Maar we haaden eigenlijk ook nog honger. Toen we weer stopten, kwam er een geschenk uit de hemel. We stopten aan een dorpje waar ‘frietjes’, a la Malawi, verkocht werden met groentjes (kool en tomaat). We kochten ook elk een appel en konden weer genieten van de busrit.
Toen we aankwamen in Chilanga was het al 21u, en dus heel donker. Wat nu? Nja, we moesten van de bus en konden niet anders dan te voet naar de ‘school for the blind’ te wandelen. Ik stak nog snel mijn zakmes in mijn broekzak, je weet maar nooit...
We wandelden hand in hand door het donkere steegje richting de huisjes. We probeerden een stok te zoeken, omdat er blijkbaar heel wat honden rondlopen in Chilange (en honden zijn hier geen huisdieren, maar waakdieren). Maar vooraleer we een stok vonden, hoorden we al gegrom en geblaf van honden. We naderden de huisjes en een 6tal honden kwamen naar ons toegestormd, al blaffend en grommend. Help! Nu hadden we toch wel enorme angst. We wandelden voorzichtig door naar het huisje van Mr. Kamizoole, met de honden voor en achter ons. Gelukkig deed hij de deur snel open. Hij begeleidde ons naar de kamer van Sanne. Blij dat we waren toen we aankwamen!
Maandag 6 april
Deze morgen namen we rond 7.30u een minibus. Toen een minibus stopte, die eigenlijk al propvol zat, weigerden Sanne en ik om mee te gaan. We zieden dat de bus te vol zat en we wel zullen wachten tot de volgende komt. Maar in Malawi doen de chauffeurs van de bussen dus echt alles om je toch maar mee te krijgen met hun bus. Ze propten de 2 personen die vooraan zaten, op de achterbank, zodat Sanne en ik vooraan zouden kunnen zitten en dus veel plaats hadden. Echt gek.
We zaten gelukkig ook op een goede bus: Een bus die niet overal stopt en lang wacht. Na 2 uur waren we in Lilongwe. Blij dat we waren!
Ik heb er dus weer een hele goede week opzitten!
Tot over enkele dagen!
Groetjes vanuit Lilongwe!
Hieronder zie je enkele foto's van de verjaardag van Sanne, de dag waarop we Kasungu National Park bezochten.
donderdag 2 april 2009
Pictures!
Eindelijk lukte het me om enkele foto's op mijn webblog te plaatsen.
een weekend vol luxe
Maart zit er ook al op ondertussen. Vreemd om geen enkele dag van maart in België doorgebracht te hebben. Maar of ik het erg vind… Eigenlijk niet. Oké, ik heb wel enkele verjaardagen gemist (proficiat aan hen die verjaarden in maart), de chirofuif en spaghetti-avond en nog andere dingen, maar volgend jaar zijn die er opnieuw. Een bezoek aan Malawi zit er echter niet jaarlijks in…
Ik heb hier eigenlijk al een enorm leuke tijd beleefd. De laatste dagen gaat het echt goed met mij. Heimwee naar huis heb ik niet meer (maar ik kom zeker terug naar België!). Maar nu beleef ik gewoon de tijd van mijn leven: ik hou eigenlijk wel van Malawi. In het begin speelde het ‘blank zijn’ en de onveiligheid me wat parten, maar nu ben ik eraan gewend. Het nageroepen worden, hoor ik soms zelfs niet meer (of liever: negeer ik onbewust). Ik loop ook al graag alleen rond in Lilongwe. Ik geniet van de natuur, van het mooie weer, van het rondkijken op de markt, van het praten met mensen, … Het is leuk hier!
En zoals gewoonlijk volgt ook nog een weekverloop.
Vrijdag 27 maart
Deze voormiddag heb ik opnieuw in de kleuterklas doorgebracht. Deze keer gaf ik echter geen les, maar een knutselactiviteit. De kinderen mochten met stiften en kleurpotloden een tekening maken op een blad papier. Daarna maakte ik van verschillende repen een slinger. Er waren echter ook een aantal hele mooie tekeningen die ik niet wilde verknippen, en dus in zijn geheel uithing in de klas.
De kinderen, en ook ik, waren trots op het resultaat. De klas ziet er mooi versierd uit nu!
Na de middag had ik wat jongens opgetrommeld om baseball te spelen. Ik wilde hen baseball aanleren, aangezien ze anders voortdurend (en enkel en alleen) voetbal spelen. Jammer genoeg waren er slechts een aantal kinderen (de jongste) aanwezig in het centrum. De oudere jongens waren kleren aan het wassen.
Ze vonden het leuk, en ook ik genoot ervan. Na anderhalf uur lopen in de zon, was ik wel uitgeput.
Tegen 18u vertrok ik naar het busstation om Sanne op te halen. Ze was al om 15u vertrokken uit Chilanga, maar had hetzelfde probleem met de minibus als ik vorige week: Veeeeel langer dan 2 uur onderweg. Om 18u begon het al donker te worden, waardoor ik een jongen meevroeg om me te begeleiden. Er waren echter nog een aantal andere jongens die ook ‘security’ wilden spelen. Geen probleem: hoe meer, hoe veiliger ik me zal voelen. Nuja, veilig.. Eigenlijk was het echt wel een grappig zicht: ik liep door Lilongwe met 6 jongens die jonger en kleiner zijn dan mij. Toch voelde ik me wel redelijk veilig. Toen het echter 18.20u was, en Sanne nog steeds niet aangekomen was, besloten we terug te keren naar het centrum (het was toen al pikdonker). Sanne zou rechtstreeks, met de minibus, naar het centrum gebracht worden. Het was toch wel beangstigend om in het donker (zonder straatverlichting dus) door Lilongwe te wandelen. Ik was dus blij toen ik terug aan het centrum was.
Een kwartier later stopte eindelijk een minibusje voor het centrum. Applaus (letterlijk, want de jongens die samen met mij aan het wachten waren, klapten luid in hun handen) voor de bus.
Het weekend: het zal lijken alsof ik terug in België was, want Sanne en ik beleefden een luxeweekend.
Zaterdag 28 maart
Deze namiddag hadden we een afspraak met Dimitri. Dimitri is een Belgische man, vanuit Oostende, die ik via een collega van mijn stageplaats heb leren kennen. Ale, ik kende de man niet, had hem nog nooit eerder gezien, maar wist wel dat hij sinds maart in Lilongwe zou verblijven.
Rond 14u hadden we afgesproken in Area 11. Hij kwam ons ophalen met de auto, en we reden naar zijn huisje.
Wauw, hij had koffiekoeken gekocht voor ons. Heerlijk! We vulden onze maag tot die propvol zat en we echt niets meer konden eten.
Daarna bracht Dimitri ons naar Renée Rousseau (het meisje waarmee we 2 weken geleden een ‘ladies-night’ beleefd hadden). We beleefden een heel leuke avond: warm BAD, heerlijk eten (maar veel te veel), televisie, een heel toffe en gezellige familie, … en uitgaan! We gingen naar ‘Lollipop’, een fuif waar Renée ook een uurtje moest draaien. En nu denk je waarschijnlijk: ‘Nja, een fuif in Malawi, dat zal wel niet veel voorstellen.’ Niet veel voorstellen? Ja hallo! Er was muziek, lichten, drank en volonté, we kregen een stempel aan de ingang (nadat we 700 kwacha, =3,5 euro, betaald hadden), … Het was dus echt alsof ik op de chirofuif was. Het enigste verschil was dat het hier enorm multicultureel was. Echt gek eigenlijk: waar komen al die rijke vandaan? En waar komen al die blanke vandaan? Ik denk dat er ongeveer 1/3 van het volk blank was. Blijkbaar werken of studeren de meeste van hen in Malawi.
We beleefden dus een superleuke avond: dansen, nieuwe contacten leggen, ons amuseren, … Ik genoot echt van de avond. Rond 3.30u lagen we dan in bed. Doodmoe, maar tevreden.
Zondag 29 maart
Tegen 10.30u stond ik op. Niet volledig uitgeslapen, maar lang slapen lukt maar moeilijk meer (na een maand met korte nachten). Gelukkig had ik geen hoofd- of maagpijn. Sanne had daarentegen minder geluk: ze voelde zich niet goed en had enorme krampen (het begon eigenlijk gisterenavond al).
Nuja, uiteindelijk is het ook wat begrijpbaar: we aten koffiekoeken, heerlijk eten bij de Rousseaus, dronken alcohol… Allemaal dingen die we gedurende een maand moesten missen (of toch heel weinig zagen).
Toen Renée wakker was, aten we ei met tomaat, worstjes, brood en boter. Wauw, een brunch!
Het werd een luie namiddag: we lagen in de zetel, keken naar televisie (verschillende series, muziekzenders, …), praten wat met de familieleden en dat was het eigenlijk. Echt een luie namiddag dus. Het was wel leuk, maar toch had ik er ’s avonds genoeg van. Het ‘niets doen’ maakte me moe, en ik had het gevoel dat het wat tijdsverspilling was. Maar uiteindelijk deed het wel deugd.
’s Avonds aten we pizza! Na de pizza keken we naar een film: ‘get smart’. Hij was hilarisch.
Toen het 22u was gingen we slapen, opnieuw bij de familie Rousseau. Sanne zou pas morgen naar Chilanga gaan, aangezien ze zich vandaag nog niet goed voelde en ze niet in staat was om een minibus te nemen). Ik zou morgenvoormiddag naar het centrum gaan.
Maandag 30 maart
’s Morgens namen we afscheid van de familie Rousseau. Sanne en ik gingen nog enkele inkopen doen, waarna Sanne de minibus terug nam naar Chilanga. Maar lang moet ik haar niet missen: vrijdag zie ik haar terug.
Deze namiddag lieten Daphne en ik de kinderen met plasticine werken. Ze moesten een mannetje maken. Heel verrassend, maar deze keer wilden de oudere jongens wel meedoen met de activiteit. De jongeren amuseerden zich met het kneden en ze lachten zich ook rot met sommige creaties. Er zaten ook echt leuke dingen tussen.
Toen iedereen klaar was, lieten we hen een ‘actje’ doen met de mannetjes. Ze moesten hun plasticine-mannetjes dus een toneeltje laten opvoeren. Het ‘actje’ was hilarisch. Ik was blij dat de jongeren zich geamuseerd hadden.
Dinsdag 31 maart
Deze voormiddag heb ik 6 kleuters de eerste dertien letters van het alfabet leren schrijven. Niet eenvoudig, maar het lukte wel. De kinderen werkten ook goed mee en waren aandachtig. Dat was wel leuk. Toch is het niet altijd eenvoudig om hun aandacht lang vast te houden. Er zijn een aantal kinderen die zich liever bezighouden met praten, spelen, … Maar vandaag lukte het redelijk goed.
’s Middags was ik dolgelukkig: er komt weer water uit de kraan! Eindelijk! (na 2 weken)
Deze namiddag werden de tandenborstels en tandpasta uitgedeeld. In België kreeg ik van verschillende tandartsen en mensen, waarvoor dank, tandenborstels en tandpasta. Ik wou hier in het Social Rehabilitation een project doen omtrent tandhygiëne. Tandenborstels zijn namelijk luxeproducten waar veel mensen geen geld aan willen uitgeven. Toen ik hier aankwam, bleek echter dat de kinderen en jongeren hun tanden wel poetsen (met tandpasta). Soms krijgen ze ‘donaties’, zoals tandenborstels en dergelijke. Deze worden dan uitgedeeld aan de kinderen. Bovendien krijgen de kinderen ook informatie omtrent de tanden op school. Ik besloot dus om hier geen project rond te doen. Maar de tandenborstels en tandpasta waren zeker wel bruikbaar!
Ik gaf deze enkele dagen geleden af aan de vervangende directeur. Blijkbaar was het dringend nodig dat de kinderen een nieuwe tandenborstel kregen. Vandaag werd ieder kind afzonderlijk naar het kantoor van de directeur geroepen. Iedereen mocht een tandenborstel kiezen en een tube tandpasta nemen. Vele jongeren bedankten me, terwijl ze eigenlijk de ‘gulle gevers’ moeten bedanken. Ik wil dus nogmaals (in naam van mezelf en van de kinderen/jongeren) iedereen bedanken die me tandenborstels en tandpasta bezorgd heeft.
Woensdag 1 april
Deze namiddag lieten Daphne en ik de jongeren gedroogde zaden (die we gevonden hebben in Malawi) beschilderen. Aangezien het regende, moesten we in een lokaaltje zitten. Gevolg: de vloer was na 3 uur ook geschilderd. Er lagen overal kranten, maar op de één of andere manier slaagden de jongeren er toch in om niet op de kranten maar op de vloer te schilderen. Het werd nadien schrobben…
Nu goed, ik ga het hierbij houden.
Zoals ik al zei was het een leuk weekend, en ook de voorbije dagen waren super. Het mag zo blijven doorgaan!
Tot later!
Tiwonana.
Ik wil wel nog even enkele mededelingen doen:
Lore: Albert vroeg me al twee keer of ik al iets van jou gehoord had. Je hebt blijkbaar al enige tijd niet meer gebeld, en hij wil nog eens iets van je horen, denk ik. :)
Koen, Jelle en misschien nog andere die naar Malawi willen bellen: sinds 1 april (en neen, het is geen mopje) is er iets veranderd aan de telefoonnummers hier. Ik weet wel niet of het zo is als je vanuit België naar Malawi wilt bellen, maar voor het geval dat je mij of andere mensen niet meer kan bereiken, moet je het eens op de volgende manier proberen. Als het telefoonnummer bijvoorbeeld 09123456 is dan wordt het 0999123456.
donderdag 26 maart 2009
ik voel me thuis
Hier ben ik alweer met nieuws vanuit Malawi. De weken vliegen echt voorbij: vandaag ben ik reeds een maand in Malawi. En ik moet zeggen, na een maand begin ik me toch wel thuis te voelen. Als ik nu over ‘thuis’ praat (‘ik ga naar huis’) dan heb ik het eigenlijk over het ‘social rehabilitation centre’.
Maar, wees gerust, dit blijft niet mijn thuis, het is maar tijdelijk. Maar het ‘thuisgevoel’ hebben is wel leuk. Het wijst erop dat ik al goed gewend ben aan het leven hier, en me ook goed voel tussen de kinderen (mijn ‘broers en zussen’ – jaja, een grote familie!)
Zaterdag 21 maart
Gelukkige verjaardag Sanne!
Lang uitslapen, ontbijt op bed, een douche, … dat was er vandaag allemaal niet bij.
Om 5.50u stonden we op. Een douche nemen zat er vandaag niet in, want wat raad je: geen water. Lap, hier ook al niet. (gelukkig maar tijdelijk)
Om 7u kwam de taxi ons oppikken om naar Kasungu National Park te gaan. We reden ook langs het huis van Mr. Alexander (leerkracht in ‘school for the blind’), die samen met zijn zoontje, met ons meeging.
De rit duurde eventjes, en doordat we nog redelijk moe waren, probeerden we te slapen. Maar we moesten eigenlijk niet eens proberen. We reden op een ‘bumper-road’ (dus een aardeweg vol met putten). Bovendien regende het ook nog eens vandaag, met modder als gevolg. Na vandaag zag je niet meer welke kleur de auto werkelijk heeft (antwoord: wit).
Wat een leuke verjaardag moest worden voor Sanne, werd een beetje een ‘catastrofale rampdag’. Vooreerst regende het immens hard. De zon kwam er de ganse dag amper door. Nog nooit eerder kwam een dag met zo weinig zon voor. Het leek alsof de regen zich opstapelde gedurende de voorbije dagen om vandaag, net als confetti, uit de lucht te vallen: gelukkige verjaardag Sanne!
Sanne dacht nu eens mooi weer te hebben op haar verjaardag…
Maar de gedachte aan olifanten maakte ons iets gelukkiger. Tot we eigenlijk doorhadden dat de dieren schuilen in de bossen wanneer het regent. Gevolg: we zagen amper enkele dieren, en de dieren die we zagen, kan je ook in de ‘Zoo’ gaan bekijken…: nijlpaarden, een bepaald soort vogels (die niet kunnen vliegen. En neen, het zijn geen kippen) en herten. Wauw!? Euh neen! We wilden olifanten zien! En dus gingen we op zoek. De chauffeur deed er echt alles voor zodat we olifanten zouden zien. We reden doorheen het ganse park, over lange grassprieten op zoek naar onze olifanten. Maar tevergeefs…
Het slechte weer verpestte eigenlijk de ganse dag. Toen we, na een enorme ontgoocheling, terug keerden naar Chilanga, dachten we onze ‘pech van de dag’ al gehad te hebben. Maar niets was minder waar: plots konden we niet meer door. Oh neen! Door de regen was de weg overstroomd. Dat betekende dus dat we een ganse weg terug moesten keren, om dan een andere weg te nemen. Ja lap. Ook op een ander stuk van de weg konden we niet door. Wat nu?
Gelukkig was de chauffeur van de streek, en kende de ‘baan’ (=aarde met grassprieten van een meter hoog). We namen een heel heel heel smal weggetje. En wat was er daar? Neen, geen olifanten, maar een modderpoel. Gevolg: we zaten bijna vast in de modder. Manman. Na wat heen en weer rijden, geraakte de auto uit de modder en konden we doorrijden.
O ow, de benzinetank is leeg (de teller staat op 0). Aan de gedachte dat we hier, in the middle of nowhere, zouden stilvallen, deed ons hart sneller slaan. Gelukkig was dat niet het geval. Heel vreemd, maar de auto reed nog meer dan een uur met de ‘teller op 0’. En het toppunt van domheid is: we reden voorbij een benzinestation, maar tanken? Neen, dat was niet nodig.
Toch bezorgde deze rampdag ons geen dag vol verdriet, maar een dag vol gelach. Nuja, het was misschien eerder lachen uit miserie. Hoe dan ook, het was nog een leuke dag.
Zondag 22 maart
Deze voormiddag gingen Sanne en ik naar Kasungu, de markt gaan bezoeken. Deze keer vond ik het er leuker rondwandelen op de markt. Ik ben dan ook al gewend aan de drukte, aan het bekeken worden, … Ik kon meer genieten van het rondkijken.
Nadat we enkele tomaten en rijst gekocht hadden, en enkele Indische winkeltjes bezocht hadden, namen we een minibus die ons terug naar Chilanga zou brengen. Tot onze ergernis vertrok die bus maar een half uur later. Oké, we weten wel dat we soms lang moeten wachten, maar de manier waarop was deze keer echt niet leuk: er was nog een andere minibus waarmee ‘onze’ bus een race wou houden. Ja hallo!
Bovendien waren ze ook aan het vechten voor een passagier. Later bleek het enkel een ‘fun’-gevecht te zijn, maar dat vonden Sanne en ik toch niet zo fun. We hadden honger en wilden naar huis.
In de namiddag, rond 14.45u, gingen we naar de ‘bushalte’. Heel snel, onmiddellijk dus, kwam er een minibus aan. Die zag er heel mooi uit (m.a.w.: geen gebroken ramen, geen schrammen enzo) en dus betrouwde ik het om mee te rijden. De chauffeur reed ook heel veilig, helemaal niet snel, en dus was ik blij dat ik deze minibus genomen had. Maar lang duurde mijn vreugde niet. Aan iedere halte (aan ieder dorpje) waar mensen de bus verlieten, wachtte de chauffeur tot de bus weer helemaal vol zat, maar dus echt propvol. Op een bepaald moment zaten we met 19 mensen in een bus met plaatsen. Het was dus telkens een stapelen.
Ik zat geplet, mijn bank stond los en wiebelde dus constant, en het wachten irriteerde me. Na 2 uur(!!) bereikten we Mponela (normaal gezien bereik je dit dorpje na een uur. Het ligt halverwege Chilanga-Lilongwe). Het was toen al 17u. De paniek begon dus toe te slaan: ik wou echt niet in het donker wandelen, en om tegen 18.30u is het al pikdonker).
Eindelijk, na 3 uur en een half, bereikte ik Lilongwe. Toen de buschauffeur sotpte aan een halte, ergens in een zijstraatje, en iedereen uitstapte, sloeg ik helemaal in paniek. Het enige wat ik kon doen, was vragen aan de chauffeur of hij me naar het Social Rehabiliation Centre wou brengen. Dat was voor hem geen probleem, maar uiteraard enkel wanneer ik iets extra zou betalen. Daar had ik helemaal geen probleem mee: liever 2 euro kwijt zijn en veilig terug in het centrum zijn, dan mijn leven en geld riskeren.
Blij dat ik weer ‘thuis’ was! Hoewel… Er komt nog steeds geen water uit de kraan…
Maandag 23 maart
Deze voormiddag ging ik naar de markt, om groenten. Ik vind de markt steeds leuker en leuker: de meeste mensen ‘kennen’ me al, ze kijken met niet zo meer aan, … Ik begin dus steeds meer te genieten van het rondlopen op de markt en het rondkijken.
Toen ik terug was, was Daphne er al. Daphne is een vrijwilligster van Kwasa Kwasa, die op maandag- en woensdagnamiddag meehelpt met de activiteiten.
Na de middag gaven we aan activiteit in verschillende groepjes: puzzelen, macramé-bandjes maken en een ganzenbordspel. Het concept van een puzzel kenden de kinderen eerst nog niet, gek eigenlijk.
Het was een leuke namiddag. Niet alle kinderen hadden zin om mee te doen aan de activiteit, maar dat hoefde ook niet. De kinderen die wel meededen, waren heel enthousiast en dat was dus wel leuk.
Dinsdag 24 maart
Vandaag beleefde ik een heel aangename voormiddag in de kleuterklas. Deze keer werkte ik met een andere groep kinderen. Ik merkte duidelijk een verschil tussen beide groepen: deze groep was veel aandachtiger, enthousiaster, werkte goed mee, … De ‘les’ over cijfers verliep dus heel vlot.
Het is ook leuker om in kleine groepjes ‘les’ te geven. Je kan dan veel meer met de kinderen individueel bezig zijn. Het valt bijvoorbeeld sneller op wanneer iemand ergens moeilijkheden mee heeft. Op die manier kan ik sneller ‘ingrijpen’ en het kind helpen.
Het is ook leuk dat ze graag naar mijn ‘les’ komen. Wanneer sommige niet tot het groepje behoren, merk ik vaak ontgoocheling bij hen; schattig.
Als de kinderen me zien, roepen ze ‘Auntie Stephanie’. Echt leuk. Vaak willen ze ook een heleboel dingen vertellen, en doen dat dan in het Chichewa. Maarja, daar snap ik amper iets van. Ik knik dan eens, of soms begrijp ik wat ze bedoelen (als ze het wijzen naar iets ofzo) en dan reageer ik met ‘ayi’ (neen) of ‘eya’ (ja). Ze denken dan waarschijnlijk: ‘wat zegt die nu?’
Woensdag 25 maart
Ook vandaag was het een leuke dag met de kinderen (van het centrum).
Daphne en ik hadden als namiddagactiviteit: ‘het maken van een collage’. Dat klinkt misschien heel eenvoudig, maar voor die kinderen was het iets wonderlijk. Ze konden enkele tijdschriften (zowel van België als van Malawi) inkijken. Prentjes die ze mooi vinden, konden ze uitknippen. Daarna werden deze dan allemaal samen op een grote affiche geplakt, net als een collage.
Het was leuk om de kinderen heel ijverig te zien werken. Het inkijken van de tijdschriften op zich vonden ze al super. Nja, voor sommige was het waarschijnlijk de eerste keer dat ze een tijdschrift in handen hadden.
Bovendien was het ook leuk om de kinderen en jongeren te observeren. Soms zag ik echt grappige taferelen. Er waren kinderen die een prent uitknipten en dan snel in hun broekzak steken, hopend dat ik het niet gezien had. Hier had ik geen problemen mee. Als ze die prenten willen hebben, dan heb ik daar helemaal niets op tegen. De overschot van de tijdschriften zouden we toch weggooien. Maar hier was dat echter niet nodig: iedereen nam wel één of meerdere prenten mee.
Toen een jongen echter het plakband rond zijn potlood aan het draaien was (zodat hij dat later nog eens kon gebruiken), nam ik het wel af. Oké, ik vind het niet erg als de plakband op is, want het is toch voor de kinderen hier. Maar als iedereen zou meenemen wat hij kan gebruiken (alles dus), dan blijft er niets meer over. De bedoeling is wel dat het plakband nog voor andere activiteiten gebruikt kan worden.
Het resultaat van de namiddag was echt prachtig: 2 mooie affiches vol met prentjes, en als omkadering gebruikten we restjes stof.
Ook de kinderen en jongeren waren trots op het resultaat.
Dit waren enkele ervaringen van de afgelopen dagen. Ik kan nog heel veel vertellen, maar ik wil ook nog iets te vertellen hebben als ik terug ben, vandaar vertel ik niet alles.
Toch vermeld ik steeds de voornaamste dingen; de zaken die ik niet snel zal vergeten.
Tot over enkele dagen!
Groetjes vanuit Malawi, waar de zon deze week zich gelukkig meer laat zien en de regen wegblijft.
vrijdag 20 maart 2009
Week 3 is ook al voorbij: de tijd vliegt, maar het vogeltje vliegt niet meer...
Hier in Malawi gaat alles heel goed. Hopelijk bij jullie ook?
Vorige week heb ik niet veel over mijn project verteld. Ik probeer dat deze week wat meer te doen.
Eerst en vooral wil ik nog wat over de kleuterklas vertellen. Daarna zal ik weer een weekoverzicht geven.
De kleuterklas:
De klas hier ziet er helemaal anders uit dan de kleuterklassen in België. Het is 1 ruimte met daarin enkele kleine stoeltjes, een 2tal tafels en dan nog een klein kotje waar het speelgoed opgebergd staat. Veel speelgoed is er echter niet: enkele blokken, wat auto’s, enkele poppen (die hun beste dagen al gehad hebben) en enkele touwen. Indien de kleuters willen tekenen of schrijven of dergelijke, doen ze dit ofwel op de grond, ofwel op de kleine stoeltjes.
In de klas hier zitten een 20 tal kinderen, van 3 tot 5-6 jaar.
De ‘les’ begint om 8.30u. Eerst zingen de kleuters een liedje. Daarna doen ze ook een gebed, waarin ze God bedankten voor de dag. Daarna vraagt de leraar (die eigenlijk geen leraar is, want hij heeft geen diploma van ‘teacher’): ‘Good morning class, how are you?’. Hierop antwoordt (al roepend) de ganse klas: ‘Good morning Sir. We are fine and how are you?’. De eerste keer was het echt schrikken toen ik de kinderen dit hoorde roepen. Het leek even alsof ik in het leger beland was: ‘Yes sir!’.
Het ‘les’ geven is eigenlijk voornamelijk een collectief gebeuren. Er wordt niet echt individueel gekeken naar ieder kind. De leraar vraagt bijvoorbeeld: ‘How many months make one year?’ Dan antwoordt de ganse klas gezamenlijk: ’12 months make a year?’ ‘How many months make a year?’ Waarop de klas nog luider antwoord: ’12 months make a year!’ Toch wel even wennen aan deze manier van lesgeven, aangezien ik het helemaal anders gewend ben.
Doordat er dus weinig individueel te werk gegaan wordt, besloot ik om ‘les’ te geven in kleine groepjes, of soms zelfs maar met 1 kind (indien dit nodig zou zijn). Ik zal de kinderen die naar het eerste leerjaar gaan volgend jaar voorbereiden op het leren schrijven en rekenen.
Dinsdagvoormiddag gaf ik mijn eerste ‘les’ aan 6 kleuters. Het is wel niet eenvoudig, aangezien ik geen leerkrachtopleiding gehad heb en bovendien gaat het communiceren ook wat moeilijk. De kinderen leren wel veel woorden in het Engels, maar daarom begrijpen ze mijn zinnen nog niet. En dinsdag voelde ik me ook niet helemaal optimaal, wegens hoofdpijn, waardoor het een beetje tegenviel. Hopelijk gaat volgende les beter…
Weekoverzicht:
Vrijdag 13 maart
Na de middag deed ik een activiteit met enkel meisjes. We maakten een slinger die ze dan in hun kamer kunnen hangen. Op die manier zou hun kamer een beetje opgefleurd worden. De slinger bestond uit wol, met daaraan verschillende figuren, zoals bloemen, vlinders, meneertjes, … Deze figuren konden ze versieren met stickers, parels en kleurpotloden. Opvallend was hoe snel de stickers verminderden. Het was wel leuk om te zien dat ze zich amuseerden. Ze zullen waarschijnlijk nog niet veel geknutseld hebben, aangezien een meisje van 15 moeite had om te knippen. Zo jammer eigenlijk. Meestal zijn de meisjes voornamelijk bezig met kuisen, koken, zorgen voor broers en/of zussen, …
’s Avonds ging ik samen met Anton, een jongen van mijn leeftijd die goed Engels kan, om Sanne naar het busstation. Vandaag trok ik me niets aan van het Mzungu-geroep, het nagekeken worden, … Uiteindelijk is dat allemaal nog grappig. Je hebt mensen die 100 meter verder nog steeds achterom kijken. Een groepje jongeren stond enkele meters verder te kijken naar mij. Ondertussen waren ze ook aan het praten, waarschijnlijk over mij. Het is eigenlijk echt grappig dat een blanke voor urenlange gespreksstof kan zorgen.
Volgens Anton zei een man ook: ‘Goh, ik zou tegen dat blanke meisje willen praten, maar ik durf niet. Ik heb wat schrik van die jongen die bij haar staat.’ Haha, hilarisch, maar schrik hebben van Anton hoeft helemaal niet.
Na een kwartier zagen we eindelijk ‘Mzungu’ Sanne.
’s Avonds verlangden Sanne en ik enorm naar een Royco Minute soepje. Ik had enkele zakjes meegenomen uit België, aangezien Sanne en ik daar enorm verlekkerd op zijn. Toen we ons water wilden koken, was er (help!) geen elektriciteit. Wat nu gedaan…? We verlangden er echt al de hele avond naar. We zouden een soepje drinken! We beslisten om naar de ‘kookplaats’ te gaan, buiten, waar we een vuurtje konden stoken. De guard wilde ons helpen en stak het vuur aan. Helemaal verkeerd volgens Sanne, en ze had gelijk ook. Een half uur later doofde het vuur. Sanne sttak het vuur dan op haar eigen manier aan, zoals haar papa het haar geleerd heeft. En even later hadden we vuur. Dank je Freddy! Nuja, Sanne is wel in krak in vuur aansteken, maar om het vuur brandend te houden, was ik er gelukkig nog. Samen vormen we dus een goed kookteam. Lang leve ons!
En de soep smaakte heerlijk!
Zaterdag 14 maart
Deze morgen gingen we naar het ‘Immigration Office’. We moesten een nieuwe stempel krijgen op ons internationaal paspoort, zodat we langer dan een maand kunnen blijven. Eerst moesten we naar het linker kantoortje om wat papieren in te vullen. Daarna stuurden ze ons naar het rechter kantoor om te betalen, waarna we weer naar het linker kantoor moesten om onze stempel te krijgen. Man man, wat een heen en weer geloop. Na een halfuur, heel snel dus, konden we weer vertrekken.
Na ons ‘heen en weer geloop’ in het Immigration Office, gingen we naar de Shoprite. Dat is een grote, heel grote winkel, waar je dus echt alles! kan kopen. Het is allemaal echter veel duurder dan in de lokale winkeltjes of op de markt, waardoor het enkel toeristen of rijkere Malawianen zijn die zich deze zaken kunnen permitteren. Chips, kaas, vlees, papier, alluminiumfolie, sausen, … Alles wat je ook in België kan vinden dus. Toen we al dat lekkers zagen, rammelde onze maag enorm. Een Mars! Oh, daar heb ik enorm zin in. Maar we hielden ons echter sterk. We konden het niet over ons hart krijgen om van deze ‘luxe’ te genieten, terwijl er enorm veel mensen zijn die zich dit alles niet kunnen permitteren. Jaja, momenteel is het kleinste snoepje al luxe voor ons. We kochten dus enkel dingen die we kunnen gebruiken in het centrum of de blindenschool: toiletpapier, cursusblokken voor de kleuters, plasticine voor de kinderen en krijtjes om op het bord te schrijven. Het was heel moeilijk om de chips, de snoepjes, en al het andere lekkers te laten staan. Maar toch deden we het. Applaus voor Sanne en Stephanie!
Daarna wandelden we wat rond op een pleintje waar ze ‘carvings’, juwelen en schilderijen verkopen. Sanne en ik vonden het prachtig, en wilden op ons gemak wat rond kijken. Maar ‘op het gemak’ kennen ze hier echter niet. ‘Hey sister, have a look at my shop.’, ‘I will show you my paintings’, ‘If you buy something, I’ll give you a good price.’, ‘I’m a rasta-man, I give you a very good price.’ Iedere ‘verkoper’ sprak ons aan, wou dat we naar hun ‘shop’ gingen kijken, en beloofde ons ‘de laagste prijs’. Ons hoofd sloeg echt tilt! We kregen wel veel aandacht, maar ik vind het eigenlijk niet zo leuk. Waarom kunnen we niet rustig rond kijken…?
Toen ons hoofd echt helemaal op hol sloeg, gingen we er snel vandoor.
Na de middag gingen we naar Kwasa Kwasa, de organisatie, waar we nog enkele dingen moesten regelen. En daarna was het eindelijk zover: de eerste ‘meeting’ met Renée Rousseau. Renée is iemand die we via Koen en Jelle, de studenten die vorig jaar naar Malawi kwamen, leerden kennen.
Renée bracht ons met haar auto naar een vriendin van haar, Claudette. In haar huis zou er deze avond een ‘ladies night’ plaatsvinden met een groepje vriendinnen. Leuk dat ze Sanne en ik ook uitnodigden!
Wat een pracht van een huis, echt een villa, met alles erop en eraan: televisie, een prachtig salon, normaal ook DVD-speler en muziekinstallatie, maar die waren onlangs gestolen, een enorm grote tuin, … We kregen zelfs hapjes, waaronder: chips, kippeboutjes, een soort loempia, worstjes, dipsausjes, … Ik voelde me helemaal thuis.
Het is misschien al duidelijk dat Renée en haar vriendinnen tot de welgesteldere bevolking van Malawi behoort…
We speelden ook een spel in 2 groepen: ’30 seconds’. Iemand van de groep moet in 30 seconden tips geven over bekende plaatsen, personen, dingen van over de hele wereld. De groepsleden moeten, zo snel mogelijk, zoveel mogelijk dingen proberen te raden. Het was een heel leuk spel, maar wel niet zo simpel om alles in 30 seconden in het Engels uit te leggen.
Na het spel praatten we nog wat, wat ook heel leuk was. Tegen 21u, denk ik, vertrokken we richting ‘huis’waarts, of dat dachten we toch. Renée bracht één van haar vriendinnen naar een pub ‘the four seasons’. Wat?, een pub, hier in Malawi? Toen we er binnen gingen, leek het alsof we op een zaterdagavond in België waren: allerlei soorten alcohol, Westerse muziek, korte rokjes, diepe decolleté, … Wauw, helemaal het tegenovergestelde van wat we tijdens de week beleven. Om 00u zaten we eindelijk in ons bed. We waren echt doodmoe, want ook al van 6u wakker. Het was een super en onvergetelijke avond.
Zondag 15 maart
Vandaag deden Sanne en ik niet zo heel veel. We sliepen heel lang, tot rond 9u. Daarna liepen we wat rond in Lilongwe. Om 15u bracht ik Sanne naar het busstation, waar we afscheid namen (echter voor niet lang: vrijdag zien we elkaar al terug).
’s Avonds vloog er een vleermuis rond in de speelzaal van het centrum. Het was hilarisch om te zien hoe iedereen die probeerde te vangen. Ieder dier dat ze maar kunnen vinden (vleermuizen, vogels, sprinkhanen, …) proberen de kinderen en jongeren te vangen. Ik ben er toch niet zo zot van!
Dinsdag 17 maart
Zoals ik eerder al zei, voelde ik me vandaag niet zo goed. Ik had hoofdpijn en ook keelpijn. De reden hiervoor is waarschijnlijk mijn vermoeidheid. Ik slaap helemaal niet lang per nacht, terwijl ik normaal wel veel slaap nodig heb. Nu begint de vermoeidheid toch wat door te wegen.
Eerder vertelde ik al over de vleermuizen en andere dieren die de kinderen proberen te vangen. Maar vergeleken bij hetgeen ik vandaag zag, was dat niets: enkele kinderen waren een jong, dood vogeltje aan het bakken in een pan. ‘The meat of a bird tastes very good!’ zei een jongen me. Bah! Ik hou het maar bij groenten en rijst, zonder vlees!
Ik kroop in de namiddag wat in bed, terwijl de kinderen en jongeren naar school waren. Ik kon niet slapen, maar het rusten deed me toch goed. En blij dat ik was toen ik rond 16u de stem van Brenda en Tatunda hoorde! Joepie, ‘mijn mama’ is hier. Nja, het lijkt een beetje alsof zij mijn mama is in Malawi. Als ik met vragen of zorgen zit, kan ik altijd bij haar terecht. En ook leuke momenten deel ik met haar. Dat doet wel goed om zo iemand in de buurt te hebben.
Het kwam er dan ook nog eens bij dat er vandaag (en morgen) geen water is, wegens geldproblemen. Er komt met andere woorden dus geen water meer uit de kraan. Er waren wel enkele emmers en potten gevuld met water, maar daarmee wordt gekookt, gewassen, … Er wordt dus heel, heel zuinig omgegaan met water. Dat zorgt ervoor dat ik me ook moet wassen met amper water. Dat doet echt heel raar als je gewend bent van thuis gewoon de kraan open te draaien, waarna je 10 minuten onder een warme douche kan staan. En nu pas besef ik hoeveel water we dagelijks eigenlijk nodig hebben: om te koken, om kleren te wassen, om af te wassen, om te kuisen, om de tanden te poetsen, om te drinken, om zichzelf te wassen, … Water heb je gewoon nodig. Voor 1 keer hoop ik echt dat het morgen regent, zodat ik water kan opvangen in mijn emmer…
Woensdag 18 maart
Aangezien ik me gisteren niet goed voelde, besloot ik deze voormiddag lang te slapen, zodat ik de rest van de week uitgerust en fris zou kunnen doorbrengen. Ik ging dus niet naar de kleuterklas vandaag.
Ik wou tot rond 10.30u slapen, en dus ook in bed blijven. Maar sommige jongeren hadden daar blijkbaar iets tegen. Om 7.30u klopte een jongen op mijn deur. Ik bleef in bed en dacht dat hij wel zou weggaan. Maar niets was minder waar. Hij bleef kloppen, steeds luider en luider. Ik opende dan maar de deur.
Ik kroop terug in bed, maar weer voor niet lang. Weer geklop op de deur. Ik bleef weer liggen, maar neen, de jongen ging niet weg, maar bleef kloppen. Daar ging mijn lang slapen.
Maar gelukkig kon ik me deze keer op een deftige manier wassen, wel zonder stromend water. Maar ik mag nu de douche van de meisjes gebruiken. Ze dachten eerst dat ik die te onhygiënisch zou vinden. En oké, eerlijk gezegd, het is helemaal niet proper. Maar het is beter een niet propere douche dan geen douche. Vandaag was er wel geen water, maar ik gebruikte een bekertje om water uit de emmer te scheppen en daarna over mij te gieten. En deugd dat het deed!
Ik voelde me toch al wat beter vandaag, hoewel ik nog niet helemaal in mijn haak was. In de namiddag maakte ik, samen met de kinderen en jongeren een slinger om de ‘grote’ zaal te versieren. Ze amuseerden zich enorm met de stiften, de verf en de kleurpotloden.
Donderdag 19 maart
Ik was dus van plan om deze namiddag alles op mijn webblog te plaatsen, maar daar besliste het netwerk anders over. Toen ik in het internetcafé aankwam, bleek er geen netwerk te zijn: ik kon met andere woorden dus niet op het internet. Na een uur lukte het wel. Veel kon ik echter niet doen, aangezien ik geen toegang kreeg tot mijn webblog. Heel stom dus. Ik probeer morgen om alles erop te plaatsen.
’s Avonds had ik een leuk moment met de meisjes van het Social Rehabilitation Centre. Ik zat, samen met de meisjes, in de kamer van Ester en Kate. Eerst hielp ik Ester met haar wiskunde. Amai, ik moest toch weer heel wat dingen heropfrissen vooraleer ik het kon uitleggen. En daarenboven moest ik alles ook nog eens in het Engels proberen uit te leggen.
De kinderen krijgen les in Engels, maar eigenlijk begrijpen ze amper Engels. Volgens Brenda worden ze zelfs ‘gestraft’ wanneer ze aan de leerkracht vragen of hij het eens in het Chichewa wil uitleggen. Hoewel ik dat helemaal niet begrijp: wiskunde is al geen eenvoudig vak, en dan moeten ze dat nog eens leren in een taal die ze amper kennen en begrijpen. Helemaal niet eenvoudig dus.
Na het helpen met het huiswerk, bekeken we enkele foto’s van familie en vrienden van de meisjes. Ik liet hen ook mijn foto’s zien, waar ze vol bewondering keken naar al die soorten (vormen en kleuren) haar die we in België hebben.
Dit weekend ga ik naar Chilanga, naar Sanne. (trouwens, morgen is ze jarig)
Ziezo, dit was een korte samenvatting van de voorbije week. Hopelijk komt deze tekst iets mooier op mijn webblog, want de opmaak van 'week 2' is niet echt perfect :)
Ik probeer ook wat foto’s op mijn webblog te plaatsen, maar weet niet zeker of dit zal lukken. Hopelijk wel, zodat jullie zich toch een beetje een (heel beperkt) beeld kunnen vormen van Malawi.
Tot volgende week!
vrijdag 13 maart 2009
Week 2
Moni!
Voor wie?
In het Social Rehabilitation Centre kunnen straatkinderen, weeskinderen en mishandelde vrouwen, met eventueel kinderen, terecht.
Momenteel komen er dagelijks 39 kinderen naar het centrum. 26 jongens en 6 meisjes verblijven er de ganse dag, dus ook ’s nachts. 5 jongens en 2 meisjes gaan dagelijks naar huis.
Op dit moment zijn er geen mishandelde vrouwen aanwezig.
Er is, sinds december, echter wel een Burundese vluchtelinge, met baby, aanwezig. Ze is hier tijdelijk, aangezien in het vluchtelingencentrum waar ze verbleef, momenteel herstellingen uitgevoerd worden.
Wat?
Alle kinderen gaan dagelijks naar school. De kinderen van de ‘primary school’ (lager), de meerderheid dus, gaan iedere voormiddag, en op dinsdag- en donderdagnamiddag naar school. De jongeren van de ‘secundary school’ (dus middelbaar), slechts 5, gaan enkel in de namiddag naar school.
Het centrum staat in voor drie maaltijden per dag.
In het centrum kunnen de kinderen ook terecht voor activiteiten (vb. voetbalmatchen).
Het centrum moet er dus voor zorgen dat de kinderen niet (meer) op straat gaan leven.
Indien de thuis- of familiesituatie verbeterd is, kan het kind terugkeren naar zijn gezin/familie.
Het gebouw
Het Social Rehabilitation Centre telt een tiental kamers, met in elke kamer 2 bedden. Het zijn enkel de meisjes die in dit gebouw blijven slapen. De jongens slapen in een ander gebouw, enkele straten verder. Zij komen ’s morgens, rond 6.30u, naar het centrum voor hun ontbijt. ’s Avonds, rond 19.30u, keren ze dan terug naar het gebouw waar ze slapen.
Er is ook een badkamer met 3 douches en 3 toiletten. Er is dan nog een kleine badkamer met bad, dat niet meer gebruikt wordt, en een toilet.
Bovendien is er ook een speelzaal. De kinderen maken eigenlijk zelden gebruik van deze zaal: als het regent en ’s avonds om te eten. Daarnaast zijn er ook nog enkele kleine kamertjes, ‘the offices’ van het personeel, en een oude keuken die amper gebruikt wordt. Er wordt namelijk buiten, onder een afdak, gekookt.
Bovendien zijn er ook 2 kleuterklassen, waar iedere voormiddag een twintigtal kleuters naar school gaan.
Aan de overkant van het centrum is er een school waar veel kinderen van het centrum les volgen. Daarnaast ligt er een groot veld, waar de kinderen voetballessen krijgen, en ook kunnen ravotten.
Verschillende functies / personeel
De Centre Manager is Miss Banda.
Momenteel is Miss Banda echter afwezig, aangezien ze aan het verder studeren is. Zij wordt vervangen door Erika, een ‘social worker’.
Er zijn twee ‘social workers’ in het centrum: Erika en Priska.
Er zijn vier ‘child protectors’: Maureen, Dorien, Elisa(beth) en Chosa. Zij beschermen de kinderen, overdag maar ook ’s nachts.
Er zijn ook twee vrouwen die instaan voor de maaltijd ’s middags: Edda en Elizabeth. ’s Morgens maken de meisjes het ontbijt klaar. Ook ’s avonds staan de kinderen zelf in voor hun eten.
Daarnaast zijn er nog twee ‘cleaners’ en zes ‘guards’, waarvan er twee overdag waken, en vier ’s nachts.
Vrijdag 6 maart
Deze voormiddag was ik van plan om naar de markt te gaan, en daarna naar het internetcafé. Ik stond dus om 7.30u klaar, en wachtte op Assunta, de Burundese vluchtelinge die me zou vergezellen. Maar Assunta wilde echter eerst nog haar kleren wassen. Nja, aangezien dat hier met de hand gebeurd, kan dat dus lang duren. Ze zei dat ze me ging komen halen naar mijn kamer. Ik bleef dus wachten op mijn kamer, en wou niet ‘weglopen’, zodat ze me nog zou vinden. Toen het 8.30u was, was ze nog steeds aan het wassen. 9.30U… Eindelijk gedaan, of neen, toch niet… ze wilde haar zoontje nog wassen, en daarna nog haar en mijn kamer kuisen. Ja lap!
Om 11.10u konden we eindelijk vertrekken. Het internet ging supertraag, maar echt traag. Ik had drie kwartier nodig om het tekstje van mijn USB-stick op mijn webblog te plaatsen. Ik had zelfs geen tijd meer om mijn mails te controleren. Gelukkig had ik zaterdag iets sneller internet gevonden.
Zaterdag 7 maart
Deze morgen stonden Sanne en ik om 5.20u op. Veel te vroeg naar ons gedacht, maar we moesten wel. Om 6u kwam de taxi ‘Charles’ ons namelijk oppikken om naar Mua te gaan. Om 6u echter geen Charles te zien. Om 6.30u nog steeds niet. 7u, aha, daar is hij eindelijk! En wat was zijn reden: ‘Ik ben bij mijn vriendin blijven slapen.’ Haha, Sanne en ik lachten ons ziek met de reden. Stel je voor dat ze dat in België zouden zeggen!
Het was zogezegd 4 uur rijden. Maar taxi Charles had daar een oplossing voor: zijn kilometerteller ging van 50 naar 70, naar 90, naar 120, naar 140, naar 150, HELP! Mijn hartslag steeg even snel.
Na 2 uur kwamen we in Mua. Wat een prachtige streek!
We bezochten eerst een museum waar de geschiedenis van de Chewa, Yao e.d. werd tentoongesteld a.h.v. foto’s, schilderijen, teksten, maskers, … Echt heel mooi.
We gingen ook even langs in een dovenschool, maar bleven niet lang.
Weet je hoe je vissen het best kan vervoeren, zodat ze lekker vers blijven?
Wel, je hangt het touwtje gewoon over de zijspiegel van de auto.
Dat ziet er echt heel grappig uit: 4 vissen die hangen te wapperen in de wind. En nog grappiger was het idee dat de touwtjes braken: vaarwel vis!
De week van maandag tot vrijdag
Deze week ben ik begonnen met mijn project. Het is echter nog een beetje zoeken naar wat ik precies met welke kinderen wil doen.
Deze week hield ik me voornamelijk bezig met huiswerkbegeleiding, de kinderen bezig houden tijdens vrije momenten, informatie over het centrum verzamelen, Engels `les` geven aan de kleuters, ... Het was leuk, alleen is de taal een beetje een struikelblok: die kinderen verstaan mij amper en ik versta hen amper, moeilijk dus.
Oja, Lore: Matthews, een jongen die hier vorig jaar ook al was, zei plots ‘Hoe dza da?’ De eerste keer verstond ik amper wat hij zei. Hij zei dat hij dat van jou geleerd had. Toen hij zei dat het betekent: ‘Muli Bwanji?’ (=hoe gaat het?) begreep ik wat hij bedoelde. Wel grappig hoe ze ‘hoe gaat het?’ hier uitspreken.
Er zijn nog enkele jongens die jou kennen, waaronder Matthews en Lloyd. En ‘Napoleon, sta stille (daima)’ kennen ze ook nog.
Het gaat kortom nog steeds goed met mij. Iedere dag is het nog steeds een beetje aanpassen, maar aan de meeste dingen ben ik reeds gewend geraakt:
- de vele insecten in mijn kamer
- de ratten die graag de keuken komen bezoeken
- de korte nachten
- het weinige voedsel
- de Nsima, die ik tegenwoordig iedere avond eet
- het eten met de handen (of een lepel). Een mes en een vork heb ik al twee weken niet in handen gehad.
- de stralende, felle zon (zonder zonnecrème sla je na 5 minuten zon rood uit, ik spreek uit ervaring), afwisselend met plots heel harde regenbuien
- het ‘Mzungu’, ‘Hey, sister’, ‘you’re my friend’-geroep
- het ‘zonder elektriciteit’ zitten. Mijn kaars heeft dan ook al veel nut gehad, en ik moet toegeven, het geeft wel iets: een avondje bij kaarslicht
- het Chichewa, waarvan ik slechts enkele woorden versta. Iedere dag leren de kinderen en jongeren me er enkele, maar vele vergeet ik onmiddellijk.
- het snelle rijden van auto’s en minibussen. Het is toch wel beangstigend om een kilometerteller boven de 150 te zien gaan…
- het wassen van mijn kleren met de handen. Ik snap nu ook waarom we in België wasverzachter gebruiken. Zo een ruwe handdoeken waarmee ik me moet afdrogen!
- het dragen van ongestreken kleren
- vuile voeten
- mezelf wassen in een emmer water
- het lange wachten. ‘I’m coming!’ is een zin die je dagelijks hoort wanneer iemand even weg moet, maar even later weer terug komt. Terug komen, doen ze zeker, alleen is de vraag: ‘wanneer?’…
Maar goed. Zoals ik al zei; aan deze dingen ben ik dus al gewend geraakt. Toch mag ik niet teveel nadenken aan hoe alles in België verloopt, want dan krijg ik het weer moeilijk. De lekkere chocolade, de ijsjes, de chips, de wasmachine, de warme douche, … (stop!) Ik mag er echt niet aan denken wat ik momenteel allemaal mis.
Maar, haha, er is hier toch nog iets wat jullie daar in België niet hebben: de zon!
Tot volgende week!
Stephanie