Moni!
Voor wie?
In het Social Rehabilitation Centre kunnen straatkinderen, weeskinderen en mishandelde vrouwen, met eventueel kinderen, terecht.
Momenteel komen er dagelijks 39 kinderen naar het centrum. 26 jongens en 6 meisjes verblijven er de ganse dag, dus ook ’s nachts. 5 jongens en 2 meisjes gaan dagelijks naar huis.
Op dit moment zijn er geen mishandelde vrouwen aanwezig.
Er is, sinds december, echter wel een Burundese vluchtelinge, met baby, aanwezig. Ze is hier tijdelijk, aangezien in het vluchtelingencentrum waar ze verbleef, momenteel herstellingen uitgevoerd worden.
Wat?
Alle kinderen gaan dagelijks naar school. De kinderen van de ‘primary school’ (lager), de meerderheid dus, gaan iedere voormiddag, en op dinsdag- en donderdagnamiddag naar school. De jongeren van de ‘secundary school’ (dus middelbaar), slechts 5, gaan enkel in de namiddag naar school.
Het centrum staat in voor drie maaltijden per dag.
In het centrum kunnen de kinderen ook terecht voor activiteiten (vb. voetbalmatchen).
Het centrum moet er dus voor zorgen dat de kinderen niet (meer) op straat gaan leven.
Indien de thuis- of familiesituatie verbeterd is, kan het kind terugkeren naar zijn gezin/familie.
Het gebouw
Het Social Rehabilitation Centre telt een tiental kamers, met in elke kamer 2 bedden. Het zijn enkel de meisjes die in dit gebouw blijven slapen. De jongens slapen in een ander gebouw, enkele straten verder. Zij komen ’s morgens, rond 6.30u, naar het centrum voor hun ontbijt. ’s Avonds, rond 19.30u, keren ze dan terug naar het gebouw waar ze slapen.
Er is ook een badkamer met 3 douches en 3 toiletten. Er is dan nog een kleine badkamer met bad, dat niet meer gebruikt wordt, en een toilet.
Bovendien is er ook een speelzaal. De kinderen maken eigenlijk zelden gebruik van deze zaal: als het regent en ’s avonds om te eten. Daarnaast zijn er ook nog enkele kleine kamertjes, ‘the offices’ van het personeel, en een oude keuken die amper gebruikt wordt. Er wordt namelijk buiten, onder een afdak, gekookt.
Bovendien zijn er ook 2 kleuterklassen, waar iedere voormiddag een twintigtal kleuters naar school gaan.
Aan de overkant van het centrum is er een school waar veel kinderen van het centrum les volgen. Daarnaast ligt er een groot veld, waar de kinderen voetballessen krijgen, en ook kunnen ravotten.
Verschillende functies / personeel
De Centre Manager is Miss Banda.
Momenteel is Miss Banda echter afwezig, aangezien ze aan het verder studeren is. Zij wordt vervangen door Erika, een ‘social worker’.
Er zijn twee ‘social workers’ in het centrum: Erika en Priska.
Er zijn vier ‘child protectors’: Maureen, Dorien, Elisa(beth) en Chosa. Zij beschermen de kinderen, overdag maar ook ’s nachts.
Er zijn ook twee vrouwen die instaan voor de maaltijd ’s middags: Edda en Elizabeth. ’s Morgens maken de meisjes het ontbijt klaar. Ook ’s avonds staan de kinderen zelf in voor hun eten.
Daarnaast zijn er nog twee ‘cleaners’ en zes ‘guards’, waarvan er twee overdag waken, en vier ’s nachts.
Vrijdag 6 maart
Deze voormiddag was ik van plan om naar de markt te gaan, en daarna naar het internetcafé. Ik stond dus om 7.30u klaar, en wachtte op Assunta, de Burundese vluchtelinge die me zou vergezellen. Maar Assunta wilde echter eerst nog haar kleren wassen. Nja, aangezien dat hier met de hand gebeurd, kan dat dus lang duren. Ze zei dat ze me ging komen halen naar mijn kamer. Ik bleef dus wachten op mijn kamer, en wou niet ‘weglopen’, zodat ze me nog zou vinden. Toen het 8.30u was, was ze nog steeds aan het wassen. 9.30U… Eindelijk gedaan, of neen, toch niet… ze wilde haar zoontje nog wassen, en daarna nog haar en mijn kamer kuisen. Ja lap!
Om 11.10u konden we eindelijk vertrekken. Het internet ging supertraag, maar echt traag. Ik had drie kwartier nodig om het tekstje van mijn USB-stick op mijn webblog te plaatsen. Ik had zelfs geen tijd meer om mijn mails te controleren. Gelukkig had ik zaterdag iets sneller internet gevonden.
Zaterdag 7 maart
Deze morgen stonden Sanne en ik om 5.20u op. Veel te vroeg naar ons gedacht, maar we moesten wel. Om 6u kwam de taxi ‘Charles’ ons namelijk oppikken om naar Mua te gaan. Om 6u echter geen Charles te zien. Om 6.30u nog steeds niet. 7u, aha, daar is hij eindelijk! En wat was zijn reden: ‘Ik ben bij mijn vriendin blijven slapen.’ Haha, Sanne en ik lachten ons ziek met de reden. Stel je voor dat ze dat in België zouden zeggen!
Het was zogezegd 4 uur rijden. Maar taxi Charles had daar een oplossing voor: zijn kilometerteller ging van 50 naar 70, naar 90, naar 120, naar 140, naar 150, HELP! Mijn hartslag steeg even snel.
Na 2 uur kwamen we in Mua. Wat een prachtige streek!
We bezochten eerst een museum waar de geschiedenis van de Chewa, Yao e.d. werd tentoongesteld a.h.v. foto’s, schilderijen, teksten, maskers, … Echt heel mooi.
We gingen ook even langs in een dovenschool, maar bleven niet lang.
Weet je hoe je vissen het best kan vervoeren, zodat ze lekker vers blijven?
Wel, je hangt het touwtje gewoon over de zijspiegel van de auto.
Dat ziet er echt heel grappig uit: 4 vissen die hangen te wapperen in de wind. En nog grappiger was het idee dat de touwtjes braken: vaarwel vis!
De week van maandag tot vrijdag
Deze week ben ik begonnen met mijn project. Het is echter nog een beetje zoeken naar wat ik precies met welke kinderen wil doen.
Deze week hield ik me voornamelijk bezig met huiswerkbegeleiding, de kinderen bezig houden tijdens vrije momenten, informatie over het centrum verzamelen, Engels `les` geven aan de kleuters, ... Het was leuk, alleen is de taal een beetje een struikelblok: die kinderen verstaan mij amper en ik versta hen amper, moeilijk dus.
Oja, Lore: Matthews, een jongen die hier vorig jaar ook al was, zei plots ‘Hoe dza da?’ De eerste keer verstond ik amper wat hij zei. Hij zei dat hij dat van jou geleerd had. Toen hij zei dat het betekent: ‘Muli Bwanji?’ (=hoe gaat het?) begreep ik wat hij bedoelde. Wel grappig hoe ze ‘hoe gaat het?’ hier uitspreken.
Er zijn nog enkele jongens die jou kennen, waaronder Matthews en Lloyd. En ‘Napoleon, sta stille (daima)’ kennen ze ook nog.
Het gaat kortom nog steeds goed met mij. Iedere dag is het nog steeds een beetje aanpassen, maar aan de meeste dingen ben ik reeds gewend geraakt:
- de vele insecten in mijn kamer
- de ratten die graag de keuken komen bezoeken
- de korte nachten
- het weinige voedsel
- de Nsima, die ik tegenwoordig iedere avond eet
- het eten met de handen (of een lepel). Een mes en een vork heb ik al twee weken niet in handen gehad.
- de stralende, felle zon (zonder zonnecrème sla je na 5 minuten zon rood uit, ik spreek uit ervaring), afwisselend met plots heel harde regenbuien
- het ‘Mzungu’, ‘Hey, sister’, ‘you’re my friend’-geroep
- het ‘zonder elektriciteit’ zitten. Mijn kaars heeft dan ook al veel nut gehad, en ik moet toegeven, het geeft wel iets: een avondje bij kaarslicht
- het Chichewa, waarvan ik slechts enkele woorden versta. Iedere dag leren de kinderen en jongeren me er enkele, maar vele vergeet ik onmiddellijk.
- het snelle rijden van auto’s en minibussen. Het is toch wel beangstigend om een kilometerteller boven de 150 te zien gaan…
- het wassen van mijn kleren met de handen. Ik snap nu ook waarom we in België wasverzachter gebruiken. Zo een ruwe handdoeken waarmee ik me moet afdrogen!
- het dragen van ongestreken kleren
- vuile voeten
- mezelf wassen in een emmer water
- het lange wachten. ‘I’m coming!’ is een zin die je dagelijks hoort wanneer iemand even weg moet, maar even later weer terug komt. Terug komen, doen ze zeker, alleen is de vraag: ‘wanneer?’…
Maar goed. Zoals ik al zei; aan deze dingen ben ik dus al gewend geraakt. Toch mag ik niet teveel nadenken aan hoe alles in België verloopt, want dan krijg ik het weer moeilijk. De lekkere chocolade, de ijsjes, de chips, de wasmachine, de warme douche, … (stop!) Ik mag er echt niet aan denken wat ik momenteel allemaal mis.
Maar, haha, er is hier toch nog iets wat jullie daar in België niet hebben: de zon!
Tot volgende week!
Stephanie