vrijdag 6 maart 2009

Eindelijk nieuws vanuit Malawi

Moni!
Muli Bwanji?
Ndiri Bwino. Kaya inu?

Hier ben ik eindelijk met wat nieuws uit Malawi. Sorry voor het lange wachten, maar tijd vinden om eens naar het internet-café te gaan, was niet eenvoudig. In België hoef ik maar naar mijn kamer te gaan, mijn computer aan te leggen en verbinding te maken met het draadloos netwerk. In Malawi verloopt dat helemaal anders. In mijn kamer heb ik zelfs geen stopcontact. Maar gelukkig kreeg ik vandaag mijn ‘office’ in het Social Rehabilitation Centre. Ik heb hier geen licht, maar gelukkig wel een stopcontact om mijn laptop te laden. Vandaag (donderdag 5 maart) schrijf ik dus een tekstje, en morgen plaats ik het op mijn webblog.

Maar goed, dat interesseert jullie waarschijnlijk maar weinig. De grote vraag is: ‘Hoe is het met Stephanie in het verre Malawi?’ Wel, de volgende dagoverzichten zullen daar een antwoord op geven.

Woensdag 25 februari – donderdag 26 februari
25 februari, de dag waarop Sanne en ik België verlaten. Dat betekende dus ook: afscheid nemen van mijn ouders, broer en zussen, van mijn grootouders, van iedereen eigenlijk, maar ook van mijn slaapkamer, van de warme luxe-douche, van de lekkere Belgische frietjes, ijsjes, chips en zoveel meer waar ik op dit moment enorm naar verlang.
Met de trein gingen we richting Luchthaven.
Na ongeveer anderhalf uur kwamen we dan aan in de luchthaven, waar we, gepakt en gezakt, op zoek gingen naar Sanne. Niet veel later vonden we haar, of eerder vond zij ons. Familie Deberdt en familie Naessens in de luchthaven, in het totaal 11 personen en ongeveer 120 kg bagage. Dat lijkt niet veel, maar weet wel dat er slechts 2 van de 11 het vliegtuig nemen. Uit respect voor de privacy noem ik echter geen namen.
De volgende 2 uur zal ik even kort opsommen: toilet, bagage ‘indienen’, iets drinken, toilet, familiefoto’s, toilet en afscheid nemen. Het afscheid nemen was lastig, en ging gepaard met veel tranen. Na veel knuffels en kussen, was het echt tijd om door te gaan.
Daar gingen we dan, Sanne en Stephanie, op weg naar Gate B05. Maar eerst nog de controle van de handbagage. Ja lap, in mijn rugzak zat blijkbaar een schaar. Ik dacht dat een schaar wel handig zou zijn ter plaatse. Maar oeps, vergeten dat die niet mee mag in de handbagage. Toch maakten ze er geen problemen van. De man zei dat ik hem toch mocht meenemen. Ik vroeg me af of ze het geen mooie schaar vonden. Maar toen zei de man aan de scanner: ‘De schaar is te klein, je kan er niemand mee aanvallen.’ Sanne had daar toch wel bedenkingen bij, met als gevolg dat we plat lachen van het lachen. En dit zijn zeker niet de enige 5 minuten van ons Malawi-avontuur waarop we ons ziek lachen. Gelukkig was alles dan in orde, en konden we doorgaan.
‘Gate B05’ zagen we al, het was helemaal niet ver stappen. Toch wilden we nog eens de ‘roltrappen’, maar dan zonder trappen, proberen. Aangekomen aan B05 was Sanne van plan om nog even op de stoeltjes te zitten wachten. We waren de eerste voor het vliegtuig naar Addis Ababa, niemand anders te zien, vreemd. Maar we hadden het blijkbaar volledig mis. We hoorden een vrouw roepen: ‘Jullie zijn bijna te laat, hebben jullie je naam niet gehoord?’ Wauw, ze hebben ons blijkbaar afgeroepen, net echte filmsterren! Hoewel dat moment toch niet zo ‘wauw’ was.
Rond 20.05u vertrok het vliegtuig. Eenmaal in de lucht waren alle tranen volledig weg. We genoten van de vlucht, van de comfortabele zitjes met deken en kussentje, van de koptelefoons waaruit muziek voortkwam en van de filmpjes. Het was een enorme luxe: iedereen had zijn eigen televisietje voor zich, en een koptelefoon. Omstreeks 21.15u landden we in Frankfurt (Duitsland). Daar was het wachten op de passagiers die mee zouden vliegen naar Addis Ababa (Ethiopië).
Rond 22.30u gingen we weer de lucht in. Toen was het al 00.30u in Ethiopië. We konden dus nog 6 ½ u slapen. Maar hoe konden Sanne en ik nu slapen zonder een gevulde maag? Hoog in de lucht bleven we verlangen naar eten. Toen we de hoop bijna opgegeven hadden, vroeg ik aan stewardess: ‘Can we have something to eat?’ Het antwoord dat ze toen gaf, bezorgde ons een vreugdekreetje. Het eten was heerlijk.
Na het eten probeerden we een dutje te doen. De stoel enkele centimeters achteruit, het dekentje over ons, het kussentje in de nek en een comfortabele houding. Dat zijn de drie ingrediënten van enkele uren slaap op het vliegtuig. Drie ingrediënten hadden we, maar een comfortabele houding, daar moesten we echter lang naar op zoek. We probeerden verschillende posities: Sanne haar benen over mij, naast elkaar liggen, met ons hoofd op het tafeltje, mijn hoofd tegen Sanne haar schouder, … Alles was echter hopeloos voor mij, tot ik uiteindelijk op Sanne haar plaats belandde en zij op de mijne. Toen kon ik eindelijk de slaap vatten. Nog drie uurtjes vliegen, ik dacht dan ook nog drie uurtjes te kunnen slapen. Niets was echter minder waar. Plots schrok ik wakker van een nat doekje tegen mijn gezicht. Op het eerste moment wist ik niet meer waar ik was, tot ik zag dat ik in een vliegtuig zat. De stewardessen gingen rond met een warm nat doekje zodat iedereen zich wat kon verfrissen. Sanne vond het blijkbaar zonde om het doekje koud te laten worden, en maakte me dus wakker. Maar wat is nu belangrijker: een doekje of enkele uurtjes slaap ;).
Uiteindelijk kon ik er wel mee lachen. En enerzijds ben ik ook wel blij dat ze me wakker maakte. De zonsopgang was namelijk prachtig, op foto jammer genoeg niet zo mooi vast te leggen. Rond 7.15u stonden we voor de eerste keer op Afrikaanse bodem, in Ethiopië. Het was nog vroeg in de morgen, maar toch was het al snikheet. We moesten opnieuw inchecken voor het vliegtuig naar Lilongwe. Nog 3 uurtjes te gaan en we zouden aankomen in Malawi. Die 3 uurtjes vulden we met eten en slapen.

Rond 11.55u kwamen we aan in Lilongwe, ondertussen was het 10.55u in België, 1 uur verschil dus. Na enkele praktische zaken in orde gedaan te hebben, en (gelukkige) alle valiezen gevonden te hebben, gingen we op zoek naar iemand van Kwasa. Patrick bracht ons, met de jeep, naar het KwasaKwasa-huis in Area 3, in Lilongwe. Onderweg zeiden Sanne en ik niet veel. We keken hoofdzakelijk naar buiten, waar enorm veel ‘nieuwe’ dingen te zien waren. Ook het links rijden op zich was al indrukwekkend. Raar om een rondpunt in de omgekeerde richting op te rijden J.
Toen we aankwamen in het Kwasa-huis, werden we verwelkomd door Lieselotte en Agnes. Zij zijn tot 12 april in Malawi. We kregen te horen dat Sanne en ik die nacht zouden doorbrengen in de Kwasa Lodge. Sanne zou de volgende dag dan naar Chilanga vertrekken. Ik zou pas maandag naar het Social Rehabilitation Centre gaan.
We waren heel blij dat we de eerste nacht nog samen konden doorbrengen. Na een korte wandeling in Area 3 gingen we slapen. We waren doodmoe van de vele indrukken.

Vrijdag 27 februari
Om 5u werden we gewekt door iemand die aan het zingen was, blijkbaar noemt men dat de ‘oproep tot gebed’. We konden nog heel even slapen, tot 7.30u. Dan stonden we op en namen we elk een douche: in een hokje buiten, waar een douchezak hangt met koud water in. Het deed wel deugd, aangezien de zon al scheen en het al warm was.
Rond 9u moest Sanne vertrekken, met taxi Charles, naar ‘School for the blind’ in Chilanga. Ik ging mee tot aan het busstation om van daar te voet terug te keren naar Area 3 (een halfuurtje stappen). Ik deed er echter 3 uur over, aangezien ik enkele winkeltjes bezocht, met een aantal mensen praatte, … Het was een voormiddag vol indrukken. Vele mensen kijken me aan, roepen ‘Mzungu’ (blanke) naar me, vragen om ‘money’, … Heel vermoeiend eigenlijk. ’s Avonds was ik dan ook heel moe, waardoor ik tegen 20.30u in bed kroop.

Zaterdag 28 februari
Vandaag nam ik de bus naar Chilanga, om Sanne te bezoeken. Een bus nemen in Malawi is erg verschillend met België:
- de bus vertrekt pas wanneer hij helemaal vol is, maar dan ook echt propvol
- het geld wordt opgehaald wanneer de bus vol zit. Je krijgt dan een geschreven betalingsbewijs.
- Wanneer je je bestemming bereikt hebt, moet je dat zeggen aan de buschauffeur. Ik had dit niet door tot ik in Kasungu, het dorp NA Chilanga zat
- Onderweg zag ik veel kleine dorpjes, met vaak nog hutjes.
- De bus rijdt heel snel: heuvel op en neer. Ik zit dus niet op mijn gemak in de bus.
- Voetgangers hebben geen voorrang. Auto’s en bussen claxonneren wanneer een voetganger ‘in de weg loopt’. Gevolg: veel ‘getuut’ dus.
- Mooi uitzicht: veel natuur, veel mensen op straat, mensen die materiaal op hun hoofd dragen, vrouwen met kinderen in Chitenge (een doek) op de rug, veel jonge kinderen lopen zonder volwassenen langs straat, veel straathonden (honden zijn geen huisdieren), …
- Wanneer de bus stopt aan een halte, komen er onmiddellijk heel wat vrouwen, mannen of kinderen aan het venster staan om water, voedsel en andere dingen te verkopen.
- De mensen ruiken ook helemaal anders: het is een walm van zweet gemengd met geur van het kookvuur en van de akkers. Het is echt wennen eraan.
De twee uur durende busrit zorgde dus voor veel indrukken die ik jammer genoeg niet allemaal kan weergeven.
Eenmaal in Kasungu aangekomen, moest ik dus een bus terug nemen naar Chilanga. Ik nam één van de vele minibussen die wachten tot ze vol zitten. Eindelijk zat de minibus vol, en konden we vertrekken. Ik heb nog nooit zo hard verlangd om Sanne te zien! Gelukkig zal ik haar niet veel later aan de kant van weg.
We brachten eerst een bezoekje aan ‘school for the blind’ waar ik hartelijk verwelkomd werd door enkele leerlingen. Leuk!
Daarna gingen we even de streek verkennen. Ik vind Chilanga prachtig. Er is heel veel natuur waar je tot rust kan komen.
’s Avonds genoten we even van de dansende kinderen, maar niet lang, want we waren erg moe. Rond 21u sliepen we dan ook.
In België ben ik een avond/nachtmens, maar in Malawi kan je dat niet echt zijn. ’s Morgens schijnt de zon al heel vroeg (5.30u à 6u) waardoor het snel warm wordt in de kamer. Bovendien is er ook al heel veel lawaai van ’s morgens vroeg al. ’s Avonds begint het rond 17.30u te donkeren en tegen 18.30u à 19u is het volledig donker. Dan komen ook de meeste insecten boven, wat het ook minder aangenaam maakt. Geef mij dus maar de ochtend in Malawi J.

Malawi is echt een mooi land, zeker in deze periode. Doordat het momenteel regenseizoen is, is de natuur in volle bloei. Prachtig dus. En ik wil jullie niet jaloers maken, maar het is hier enorm warm. Iedere dag loop ik rond in rok en T-shirt, en dat is warm genoeg. Een trui heb ik nog niet nodig gehad. Ik heb het ook al een paar keer zien/horen regenen. Dat is dan echter minder plezant, want het regent dan enorm veel. Gelukkig komt na de regen weer de zon, waardoor alles snel droog is.

Zondag 1 maartDeze morgen werden we rond 6u gewekt door muziek. Sanne en ik hadden echt een kamp-gevoel: opstaan met muziek, we voelen ons vuil, douchen met koud water, leven tussen allerlei insecten, …
Om 9u werden we opgehaald door een jongen van de school om samen naar de kerk te gaan. Opvallend is hoe de Malawianen respect tonen: ze bukken zich, en als ze een hand geven of iets anders willen aanbieden, dan ondersteunen ze hun rechterarm met hun linkerhand.
De kerkdienst begon om 9.30u en duurde tot ongeveer 11.30u. Lang dus. Die 2 uur werden opgevuld met gebeden, teksten uit de Bijbel, liedjes (van 7 koren) waarbij ook steeds gedanst werd (net als in de film: Sister Act), allemaal in het Chichewa. Tenslotte volgde er ook een officiële voorstelling van Sanne en ‘her friend’, ik dus.
Na het middagmaal, vertrok ik terug naar Lilongwe. De busrit verliep ongeveer op dezelfde manier als gisteren, maar de zon bleef achterwege. Het was dan ook de eerste keer dat ik regen zag in Malawi, en ik voelde me direct al weer thuis ;).

Maandag 2 maart
Deze morgen werd ik voorgesteld in het Social Rehabilitation Centre, in Lilongwe, waar ik mijn bachelorproef zal uitvoeren.
Het was toch even wennen aan de nieuwe omgeving: andere mensen, andere kinderen, een andere slaapkamer, …

Toen ik ’s avonds wat orde aanbracht in mijn valiezen, vond ik de Belgische chocolade die ik meenam! Ik kon het niet laten om ervan te proeven. Heerlijk! En nu al smaakt het alsof het weken geleden is dat ik nog chocolade gegeten heb. Ik moest me inhouden om niet alle chocolade in één keer op te eten. Ik nam me voor om iedere avond 1 hapje te nemen.

Dinsdag 3 maart - Woensdag 4 maart
Ik leerde het centrum (de werking, het personeel, de kinderen, …) beter kennen. Ik brainstormde ook over de aanpak van mijn project.
Bovendien leerde ik ook mijn kleren wassen, met de handen, in een emmer water. Tot groot plezier van de kinderen. Mijn handen beleefden er echter minder plezier aan. Van het harde schrobben, liggen enkele vingers open.
Een douche heb ik niet, het is een oud bad, waarvan het water niet meer doorloopt. Niet zo proper dus. Ik was me liever in een emmer water dan in dat vuil water.

Ik bezocht in de voormiddag ook eens de markt in Lilongwe. De markt bestaat uit een massa’s kraampjes, allemaal op elkaar gepropt. Soms zijn er wel 20 (of meer) kraampjes waar ze dezelfde producten (wortels, bonen, …) verkopen. Echt gek.
Voor de rest gebeurde er niet veel spectaculairs deze 2 dagen. Ik leerde de kinderen enkele spelletjes aan, zodat ze zich kunnen bezig houden gedurende hun vrije tijd. Chinese voetbal is tot nu toe hun lievelingsspel.

Donderdag 5 maart
In de voormiddag bereidde ik mijn project nog wat voor. Naast het werken in het Social Rehabilitation Centre, zal ik ook in de kleuterschool een project(je) uitvoeren. In de voormiddag zijn de kinderen van het centrum namelijk naar school, waardoor ik dan niets te doen heb. Op die momenten kan ik, op een speelse manier, wat Engelse les aan de kleuters geven. Ik werkte dit deze voormiddag wat uit.
In de namiddag maakte ik kennis met Brenda, een Amerikaanse (blanke) vrouw. Brenda is getrouwd met Albert (een Malawiaan), en samen hebben ze een dochtertje. Albert en Brenda werken met straatkinderen in Lilongwe, waardoor ze dus regelmatig naar het centrum komen. We praatten wat over het ‘blank zijn in Malawi’, over het werken met straatkinderen, over haar ervaringen in Malawi, …. Ik vond het leuk praten met haar.
In de late namiddag speelden we, samen met enkele kinderen, nog een paar spelletjes buiten.
En ’s Avonds at ik Nsima (gemaakt uit bloem en water) met ‘pumpkin leafs’ (jaja, ze eten hier de bladeren van de pompoenplanten, en het smaakt nog niet slecht ook). Nsima eten ze dus zowel ’s middags als ’s avonds, aangezien dat heel goedkoop is. Ik ben er toch wel niet zo aan, zo droog!


Ziezo, dit waren de voornaamste dingen die ik jullie wil meedelen van de voorbij dagen. Uiteraard kan ik heel wat meer vertellen, maar daar zou ik teveel tijd voor nodig hebben.

Maar het gaat dus goed met mij. In het begin wel wat moeite om me aan te passen aan de totaal andere cultuur, gebruiken, levenswijze, … Maar nu ben ik het al wat meer gewoon. Ik amuseer me ook met de kinderen, wat natuurlijk heel belangrijk is. Alleen heb ik het nog wat moeilijk met het ‘naar buiten gaan’. Ik voel me niet zo veilig wanneer ik alleen van het Social Rehabilitation naar het centrum moet gaan. Dat is ook een reden waarom je zo lang hebt moeten wachten op nieuws van me. Ik probeer volgende week sneller iets van me te laten horen.

Tiwonana!
Tot later!

Groetjes,
Stephanie