Hallo!
Hier in Lilongwe gaat alles heel goed met mij. Het was een leuke week. Alleen had ik het soms wat moeilijk met het gedrag van (sommige van) het personeel van het Social Rehabilitation.
Donderdag deden we een uitstap met de kinderen en jongeren, naar het Sanctuary (een beetje zoals de Zoo). Sanne, Daphne en ik hadden deze uitstap georganiseerd en zouden dus ook alle kosten delen (de inkomprijs, een drankje en een broodje voor iedereen). Op voorhand hadden we duidelijk gezegd aan het personeel dat we maar voor 1 begeleider zouden betalen. Volgens ons was deze afspraak dus duidelijk, maar blijkbaar niet voor alle personeelsleden.
Albert en Brenda kwamen ons halen met hun bus. In de bus kunnen ongeveer 25 personen. Albert zou dus twee keer rijden, zodat iedereen in het Sanctuary zou geraken.
Alle kinderen werden verdeeld in twee groepen. Sanne, Daphne en ik vergezelden de eerste groep. Ook de man, Chokuia, die ons zou begeleiden, ging mee met de eerste groep. Zijn functie is ‘child protector’. Hij blijft ’s nachts in het Hostel waar de jongens slapen, om voor hen te ‘zorgen’. Chokuia is eigenlijk de vriendelijkste van alle personeelsleden. Bovendien is hij ook altijd aanwezig wanneer we een activiteit geven. Hij is dus heel geïnteresseerd in wat wij doen en wat we de kinderen en jongeren aanleren. Dit in tegenstelling tot de andere personeelsleden, die gedurende de ganse dag in de zon zitten, hun haar goed leggen en dat is het zowat. Erg frustrerend dus.
Maar goed, terug naar de busrit. Wat zagen we toen we op de bus zaten? Alle personeelsleden stonden, helemaal opgetut, klaar om ook naar het Sanctuary te gaan. Maar dat was toch niet de afspraak? Of zouden ze de inkomprijs zelf betalen? Ik betwijfel het eigenlijk... We vonden het al raar dat het personeel (zoals de kuisploeg, de kookmoeders, …) de hele morgen vriendelijk deed (normaal zeggen ze amper een woord). Nu werd dus duidelijk waarom…
Er ontstond dus even paniek bij Daphne, Sanne en ik. Toen we in het Sanctuary aankwamen, zeiden we aan Albert dat hij nog eens duidelijk moet zeggen aan het personeel dat wij niet voor hen betalen, dat we dat zo afgesproken hadden. Als ze meewillen, moeten ze het zelf betalen.
Toen Albert terugkwam met de tweede groep, zagen we de personeelsleden niet. Ze wilden het dus blijkbaar niet zelf betalen. Ze zullen nu wel waarschijnlijk kwaad en arrogant zijn als we terugkomen, maarja, we hadden op voorhand gezegd dat we niet gingen betalen voor hen. Het is een uitstap voor de kinderen en niet voor het personeel.
Het bezoek aan het Sanctuary was de moeite waard. We zagen apen, een krokodil, een slang en nog wat andere dieren. Maar de apen trokken mij het meest aan. Ik bleef dan ook steeds lang bij de hekken staan, en wanneer bijna iedereen aan het doorwandelen was, kwamen de apen en aapjes naar het hek toe. Super om te zien. Ze stonden gewoonweg een halve meter van mij. ZO een schattige aapjes! Ik wou dat ik langer kon blijven, maar helaas, de groep was al door en als ik de uitgang nog wou vinden, moest ik zorgen dat ik hen volgde.
Na de wandeling in het Sanctuary, kreeg iedere jongere nog een softdrink en een Obama-broodje (vroeger noemde dit broodje ‘Bin Laden’). Ze waren allemaal heel gelukkig en sommigen bedankten ons ook persoonlijk nadien. Dat was wel leuk.
’s Avonds hadden Sanne en ik een gesprek met Beebee. We vertelden over onze frustraties van het personeel. Beebee bevestigde onze bevindingen en deed er nog een schepje bovenop. Ze vertelde over het feit dat velen van het personeel haar en Assumpta niet graag hebben, doordat ze van een ander land komen. Bovendien hebben ze het ook niet voor Chokuia aangezien hij van Zimbabwe is. Maar hij is dus de enige van het personeel die ik leuk vind. Hij doet ten minste iets met de kinderen en zit niet hele dagen te niksen.
Het blijkt dus dat ze alle buitenlanders niet graag hebben. Nu wordt duidelijk waarom ze moeilijk vriendelijk kunnen doen tegen mij…
’s Avonds had Assumpta het even moeilijk. Ik zag dat er iets mis was, aangezien ze veel stiller deed dan anders. Toen ze slaapwel kwam zeggen, vroeg ik of er iets scheelde. Ze zei dat er niets was. Ik was toch bezorgd, waardoor ik even later naar haar kamer ging. Omdat haar licht nog brandde, klopte ik op haar deur. Toen ik binnen ging, zat Assumpta tegen de muur. Ik vroeg of er iets scheelde en of ze erover wou praten. Dat deed ze dan ook.
Het was leuk praten met Assumpta, hoewel het onderwerp niet zo leuk was. Ze vertelde over haar frustraties van verschillende mensen binnen het Social Rehabilitation. Blijkbaar zijn Sanne, Beebee en ik niet de enigste met frustraties. Ze vertelde ook een aantal gebeurtenissen uit het verleden waaruit blijkt dat velen van het centrum haar niet graag hebben. Echt jammer eigenlijk. Discriminatie en racisme is dus ook in Malawi te vinden, en het is eigenlijk nog sterker aanwezig dan in België.
De andere dagen van de week verliepen met minder frustraties.
Maandag 13 april
Deze namiddag maakten we, samen met de meisjes, fruitsalade. Deze voormiddag hadden we appels, bananen, sinaasappels en quava’s gekocht op de markt. We lieten de meisjes het fruit snijden en in een grote pot doen. Er was genoeg voor iedereen. Alle kinderen waren dan ook heel blij.
Na de fruitsalade speelden we enkele spelletjes BAO met Estery, waarna we naar buiten gingen met de gitaar. Er waren een paar jongens die wilden zingen en gitaar spelen, dus lieten we hen maar doen. Ze amuseerden zich enorm en ook ik genoot ervan. Sommige hebben echt veel gevoel voor ritme en zijn erg getalenteerd op muzikaal vlak. Ondertussen leerden sommige jongens ons ook nog enkele nieuwe woorden in het Chichewa.
Dinsdag 14 april
Deze namiddag kwam Daphne. We schilderden de ballonnen (die we met papier-maché bekleed hadden). We sneden de ronde vormen in twee, waardoor de kinderen ze voor hun gezicht konden houden. Met enkele gaten erin (voor de ogen en mond) en een kleurtje verf, werden het mooie maskers.
De kinderen en jongeren vonden het leuk om de ballonnen te schilderen. Sommigen maakten een masker zoals spiderman, anderen creëerden een nieuwe held.
Woensdag 15 april
Deze voormiddag vertrokken we om 8.30u naar Utatu Woyera Parish (de plaats waar Koen, een Belgische student, vorig jaar zijn project uitvoerde). We moesten een lange weg bewandelden, langs wegen die we nog nooit eerder gezien hadden. Het waren wandelwegjes, want er konden geen auto’s door, waardoor het heel rustig was. We zagen veel natuur, veel kleine huisjes en hutjes. Het leek helemaal niet alsof we nog in Lilongwe waren, aangezien we heel wat armoede zagen. Gelukkig dat we deze weg geen maand geleden ‘bezocht’ hebben. Toen zou het een echte schok geweest zijn. Nu, na anderhalve maand in Malawi, hebben we al heel veel gezien, waaronder ook heel veel armoede, waardoor deze plaats ons niet meer shockeerde, hoewel het me toch wel wat raakte om te zien in welke omstandigheden deze mensen leven.
We gingen eerst naar de sisters of Charity (zusters van moeder Teresa). De hoofdzuster gaf ons eerst wat uitleg over hun werk in Lilongwe. Ze vertelde ons ook enkele schokkende ervaringen. Deze gingen voornamelijk over de oorlog die ze meemaakte in Rwanda: ze zag mensen en kinderen voor haar ogen vermoord worden. Gruwelijk.
Dit zijn enkele van haar ervaringen:
Toen de oorlog begon, belden verschillende ambassades naar de Sisters of Charity Rwanda. De ambassades zeiden: ‘Jullie moeten weg uit het land. Er staan vliegtuigen klaar, waarmee je kan vluchten naar een ander land.’ Maar de zusters weigerden. Ze konden het niet over hun hart laten komen om al de mensen, hun broers en zussen, achter te laten.
Er was eens een kleine Hutsi-jongen, van ongeveer 13 jaar, die een zestienjarige Tutsi-jongen neersloeg. Daarna nam de dertienjarige jongen een lang mes en stak daarmee in de buik van de jongen. En daarna stak hij nog eens. De Tutsi-jongen smeekte, met de handen in de lucht: ‘Alstublieft, dood mij niet.’ Maar hoe meer hij smeekte, hoe meer de Hutsi-jongen het mes in de buik van de Tutsi-jongen stak. Allemaal Hutsi’s stonden te kijken naar de moord. Ze deden niets, aangezien het de vijand was die vermoord werd. Zuster Linda zag alles gebeuren en geeft het er nog steeds moeilijk mee.
Op een bepaald moment kwamen een heleboel mensen (‘killing people’) naar het huis van de zusters. Zij zeiden: ‘Als je één van onze vijanden verbergt in je huis, vermoorden we jullie één voor één.’
Enkele dagen later kwamen dezelfde ‘killing people’ rond de huizen van de zusters staan. Ze lieten de patiënten, waar de zusters voor zorgden, met rust, maar bonden wel arme mensen met touwen vast, omdat het vijanden waren. Maar de zusters zeiden: ‘Neen, het zijn geen vijanden, het zijn onze broers en zussen. Laat hen alstublieft gaan.’ Maar de ‘killing people’ zeiden: ‘Zusters, zwijg of we schieten je in de mond.’ Ze namen de zes vijanden mee en schoten ze voor de poort neer.
Naast de gebeurtenissen die zich afspeelden gedurende de oorlog in Rwanda, heeft zuster Linda het ook moeilijk wanneer ze onschuldige kinderen ziet lijden. Ze vindt het heel moeilijk te begrijpen en te accepteren dat kleine kinderen sterven door bijvoorbeeld HIV of TBC.
De zusters doen eigenlijk supergoed werk. Ze vangen kinderen van 0-5 jaar op in een huis, naast het huis waar zij verblijven. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen die verworpen zijn door hun ouders, kinderen van wie de ouders gestorven zijn aan bijvoorbeeld HIV enzoverder. Momenteel verblijven er ongeveer 80 kinderen in het huis.
Ze worden gevoed, hebben een slaapplaats, krijgen kledij, worden gewassen, … Veel van de kinderen zijn ziek (HIV of TBC) en krijgen daarvoor medicatie.
De kinderen verblijven er tot ze sterk genoeg zijn om terug naar hun familie te gaan. Meestal is dit rond de leeftijd van vijf jaar.
We brachten een bezoek aan het huis waar de kinderen wonen. Amai zeg, het was toch wel wat schrikken toen we binnengingen.
Er zijn 3/4 ‘leefgroepen’. De baby’tjes (van 0-1 jaar) zijn opgesplitst in twee groepen: de zieke kinderen (met TBC of HIV) en de niet-zieke kindjes. Opvallend was dat er maar een viertal niet-zieke kinderen zijn. De andere 15 à 20 zijn ziek. Ongelofelijk. En ze zijn nog zo klein: het jongste kindje is amper twee maand.
Daarnaast heb je ook nog een groep kinderen tussen 1 en 3 jaar. Een derde groep kinderen is tussen 3 en 5 jaar.
Alle leefgroepen hebben een eet- en slaapruimte, en ook een badkamertje. In de slaapkamer slapen alle kinderen van eenzelfde groep samen. In de kamer staan dus 20-30 bedjes. Even deed het me denken aan de weeshuizen waar alle kinderen samen in 1 kamer liggen, zoals bijvoorbeeld in de musical ‘Annie’. Gelukkig is het huis hier wel heel proper. Er wordt bovendien ook heel goed voor de kinderen gezorgd. Gelukkig maar.
Het was een hele ervaring om dit te zien.
(voor Koen) Daarna gingen we naar de Holy Trinity School. We gaven er de brief van Koen af aan Mr. Constantine. Mr. Mende was echter niet in de school aanwezig. We zullen dus deze week nog eens teruggaan om de brief aan Mr.Mende en aan Lev af te geven. Bovendien zal Mr. Constantine ook een brief terugschrijven, die we dan zullen meekrijgen.
Na de middag, toen we eindelijk terug waren na even verdwaald te zijn geweest in Kawale 2, maakten we de maskers af met wol als haren en met Crêpepapier. Er waren echter niet veel maskers meer aanwezig aangezien de meeste jongens deze al meegenomen hadden naar hun verblijfplaats. De enkele maskers die wel nog in het centrum aanwezig waren, werden mooie creaties.
Ondertussen maakten we met de andere kinderen nog wat macramé-bandjes.
Na de activiteit maakten Sanne en ik ons klaar om mee te gaan met Dimitri naar Mamma Mia’s, waar we een lekkere pizza deelden. Daarna namen we een interview af van Dimitri, in het kader van onze studies. Dimitri werkt namelijk bij de UN (afdeling: internationaal vrijwilligerswerk).
De verdere avond verliep al BAO-spelend. Echt verslavend. Het spel was om kwart voor 12 nog steeds niet gedaan, maar we gingen slapen. We waren veel te moe.
Donderdag 16 april
Deze voormiddag gingen we, samen met Beebee, inkopen gaan doen (wat we enkele dagen geleden beloofd hadden). We kochten zeep, suiker, zout, toiletpapier en dergelijke. Doordat we geen tijd genoeg hadden om al haar benodigdheden te kopen, gingen we vrijdagvoormiddag terug naar de markt. Beebee kocht toen nog ondergoed, schoenen en dergelijke.
In de namiddag gingen we naar het Sanctuary.
Weekend
Zaterdagmorgen namen we een bus naar Dedza. We hadden geluk: toen we naar het busstation wandelden, stopte er een bus die richting Dedza ging en we konden vooraan zitten. Bovendien reed deze bus ook aan een goed tempo en veilig. Tegen 10.30u arriveerden we in Dedza. We bezochten een Lodge die er nog vuiler uitzag dan mijn kamer in het Social Rehabilitation. Hier wilden we niet slapen.
We belden naar de Dedza Pottery Lodge en daar was nog één kamer vrij. We namen een pcik-up die ons richting de Pottery bracht. We moesten nog even stappen, waarna we de Lodge bereikten. Het was een mooie lodge, met een mooi uitzicht (weeral). Ook het eten was er lekker. En weeral waren bijna alle aanwezigen blanken.
In de namiddag brachten we een bezoek aan de pottenbakkerij, naast de lodge. We zagen er hoe ze potten, tassen, borden, vazen en dergelijke maken. Ze verkochten ook hele mooie dingen.
’s Avonds nam ik een heerlijk warme douche, terwijl Sanne al sliep. Om 21.30u kroop ik ook in bed. Ik was immers heel moe, en wou eens lang slapen.
Zondag stonden we rond 8.45u op. We namen elk een douche, waarna we gingen ontbijten.
Daarna speelden we nog even enkele BAO-spelletjes, waarna we konden vertrekken richting Lilongwe.
Ook vandaag hadden we weer geluk met onze minibus. Toen we ongeveer 5 minuten stonden te wachten, kwam er een bus aangereden. Sanne en ik mochten weer vooraan zitten. En ook deze bus reed heel veilig.
Om 14.45u bereikten we Lilongwe. En doordat we zo vroeg terug waren, konden we nog enkele uren voor school werken.
We deden niet zo heel veel tijdens dit weekend, maar het was wel leuk. Bovendien was het ook heel mooi weer. De voorbije twee weken regende het nog maar 1 avond. We hadden dus al veel geluk met het weer.
Dit was het dan alweer voor deze week.
Vele groetjes.
maandag 20 april 2009
Abonneren op:
Reacties (Atom)