Mwadzuka Bwanji!
(goeiemorgen)
Hoe gaat het daar in België? Veel nieuws?
Hier in Lilongwe gaat alles heel goed. De zon scheen de ganse week, dus dat maakte mij heel gelukkig. Het is leuk als je kan opstaan met de zon en een ganse dag kan genieten van het zonlicht, echt super.
De voorbije week verliep ook enorm goed. En het weekend was ook super.
Dinsdag 7 april
Deze namiddag wilden Sanne en ik baseball aanleren aan de jongens, aangezien ik de vorige keer maar een tiental jongens had die meespeelden. Maar ook nu waren de jongens nergens te bespeuren. Rond 14.30u waren er enkele jongens die wilden meespelen. Na de speluitleg konden we beginnen spelen. Maar eigenlijk verliep het spel niet echt zoals baseball. Sommige jongens denken dat ze het spel begrijpen en blijven dan ook koppig vasthouden aan hun ‘idee’ van het spel. Het is eigenlijk helemaal niet zo, maar toch kan je het hen maar heel moeilijk weer afleren.
Na een uurtje waren de jongens uitgeput en ze wilden een ander spel spelen. Ze stelden voor om te gaan voetballen. Oké, Sanne en ik besloten om mee te voetballen. We gingen dus mee naar het veld aan de overkant van de straat, in de felle zon. Eerst was er de training, echt hilarisch. Sanne en ik, twee meisjes tussen een 15tal jongens, stonden te shaken met onze heupen, te schudden met onze benen, … We volgden de ‘trainer’. Het was eigenlijk echt grappig. Na de training kon de voetbalmatch beginnen. Nuja, voetbal, het was wel voetbal, maar zonder goal. Ik snapte nu nog minder het nut van ‘achter een bal lopen’ en dan nog niet eens in een doel moeten schoppen. Gek. Nuja, misschien goed dat het zonder doel was, dan viel het ook niet op dat ik niet goed kan mikken.
Het was leuk om te voetballen, maar wel niet eenvoudig. Die jongens kunnen er nogal wat van, maar ik, als onervaren voetballer, daarentegen… Uiteindelijk kon ik toch een aantal keer op de bal schoppen (ik zal maar zwijgen over het feit dat de jongens de bal soms opzettelijk voor mijn voeten lieten rollen…). Na een halfuurtje gaven Sanne en ik het op. We zijn al niet gewend van te voetballen, maar hier kwam nog eens bij dat we moesten voetballen in de felle zon.
Om 17u kwam Dimitri, de Belgische man, ons ophalen. Eerst gingen we naar de winkel, waar we plots chocopasta zagen. Jaja, en wel van België!!! (geëxporteerd naar Zuid-Afrika en van daaruit naar Malawi) Meenemen die pot choco! Het lukte ons echt niet om die chocopasta voorbij te lopen, zonder hem mee te nemen. En na een maand confituur op ons droog brood, vond ik dit wel toegelaten…
Daarna aten we gezouten nootjes bij Dimitri, spaghetti met heerlijke saus en kaas! En pudding! Allemaal heel lekker.
Het was een leuke avond, met heerlijk eten. ’s Avonds bleven we ook bij Dimitri slapen, om dan de volgende morgen naar de stad te gaan.
Woensdag 8 april
Deze morgen stond ik doodmoe op, en met ochtendhumeur tot gevolg… Vannacht had ik echt niet zo goed geslapen. Ik kwam regelmatig wakker omdat ik het koud had; Sanne had het laken (onopzettelijk uiteraard) weggetrokken. Ik was eigenlijk wat kwaad op Sanne, maar zij kon daar ook niets aan doen dat ze al slapend mijn laken afnam. We lagen namelijk in een tweepersoonsbed.
Nuja, ’s avonds zorgde mijn ochtendhumeur van de morgen wel voor lange lachbuien.
In de namiddag was de activiteit meer dan geslaagd. We lieten de jongens en meisjes eieren uitblazen om daarna te versieren met stiften en stickers. Ze vonden het super. Het was echt leuk om te zien dat de jongeren zich enorm amuseerden. Van het eieren uitblazen op zich maakten ze al een heel spektakel. En toen ze ’s avonds roerei (van de uitgeblazen eieren) kregen bij hun avondeten, was het nog een groter spektakel. Het gaf me een enorm goed gevoel.
’s Avonds was het heel leuk met Sanne. Ik leerde gitaar spelen, echt super. Het ging ook heel vlot. Na een uurtje kon ik alle noten spelen. Voor een liedje heb ik nog meer tijd nodig. (op vrijdag lukte het me om Broeder Jacob te spelen)
Donderdag 9 april
In de namiddag hielden we een muzieknamiddag. Sanne speelde gitaar, en zong. Ik speelde blokfluit of zong soms ook mee. We leerden hen het liedje ‘five little ducks went out to play…’ aan en ze (enkele jongens) zongen enthousiast mee. Daarna vertaalden ze het liedje in het Chichewa en zongen nog enthousiaster. Daarna mochten ze een ‘bandje’ oprichten. Er waren een tweetal dansers, een zanger, een gitarist en een drummer , die samen het liedje speelden. We filmden het ook. Het was echt heel mooi om naar te luisteren en ook om naar te kijken. Ook heel grappig om te zien hoe ‘de gitarist’ gitaar speelde met heel veel show maar er eigenlijk niet veel van kon (de akkoorden klonken soms echt vals). Maar uiteindelijk was het wel gek wat ze allemaal deden: ze hebben veel gevoel voor ritme.
Daarna was het ‘paasfeest’. We deelden Sobo (met ananassmaak) uit en wafeltjes. Ook kreeg iedereen een ballon. De kinderen, jongeren en ook het personeel waren er heel blij mij. Dat maakte mij ook blij. De ballonnen werden onmiddellijk opgeblazen, de wafeltjes werden met smaak opgegeten en de Sobo werd gelijk verdeeld.
Toen we wat tijd over hadden, besloten Sanne en ik eens het BAO-spel (een gezelschapsspel voor 2) uit te proberen. Ester legde ons het spel uit. We wisten al een beetje hoe het spel in elkaar zat, maar hadden nog niet alle ‘regels’ door. Ester toonde voor hoe je het spel speelt (aangezien ze het niet in het Engels kan uitleggen). Maar ze slaagde in haar opdracht, want een halfuurtje later hadden Sanne en ik helemaal door hoe het spel verloopt. Sanne en ik konden dus nu een wedstrijdje BAO doen. Beiden wonnen we eens, dus we zijn allebei geboren BAO-spelers. Ik daag jullie uit…
Vrijdag 10 april
Deze morgen werden we om 9u bij Brenda verwacht, samen met de meisjes. We zouden namelijk een kookactiviteit doen. Maarja, om 9u konden we nog niet vertrekken. Sommige meisjes moesten zich nog douchen. Sanne en ik konden nog niet doorgaan, want we wisten de weg niet. Toen het 9.30u was, begonnen we ons wat te ergeren. Waar bleven ze toch… Maar blijkbaar waren de meisjes wel al klaar, maar konden we nog niet vertrekken omdat (de vervanger van) de directeur, zogezegd, van niets wist. Normaal moeten de meisjes laten weten naar waar ze gaan. Aangezien ze dat niet deden, zou hij naar het Social Rehabilitation komen en moesten ze het hem dan persoonlijk zeggen. Maar eigenlijk wist hij het wel al, als hij geluisterd had tenminste, want Brenda had het hem gisteren gezegd. Toen hij er om 10u nog steeds niet was, ergerden Sanne en ik ons nog meer. We zaten al een uur te wachten… Uiteindelijk belde hij dat het geen probleem was, dat we mochten vertrekken.
We wandelden naar Brenda haar huis (mooie wandelroute trouwens, heel rustig). Daar aangekomen, bleek het eigenlijk geen probleem te zijn dat we zo laat waren. Er was namelijk geen elektriciteit. Koken konden we dus niet. Onze voormiddag vulden we dus met praten en gezelschapsspelletjes spelen. Toen het 13u was, en we eigenlijk een enorm grote honger hadden, vertrokken we weer naar het centrum. Maar wat zouden we eten… Ons brood was op en er was geen elektriciteit…? Blij dat we waren toen we plots het licht zagen branden!
In de namiddag toonde Beebee ons een brief. Beebee is een vluchtelinge van 18 jaar die uit Congo komt. Ze studeert nu in Blantyre (in Malawi), maar gedurende de paasvakantie verblijft ze in het Social rehabilitation. Sanne en ik hadden er de voorbije dagen veel contact mee. Het is een heel vriendelijk en intelligent meisje, ze kan goed Engels en is ook altijd heel enthousiast.
Toen we vroegen naar de reden van haar ‘vlucht naar Malawi’ (als ze dat wou vertellen tenminste) antwoordde ze dat ze ons een brief zou laten lezen. Dat is dus de brief die we deze namiddag kregen. Van wat we toen lazen, werden Sanne en ik heel stil, de tranen sprongen in onze ogen. Beebee haar ouders zijn van verschillende ‘stammen’ (volgens mij Hutsi’s en Tutsi’s) in Congo. Het is eigenlijk een schande wanneer twee mensen van verschillende ‘stammen’ met elkaar trouwen. En dat ze dan nog eens (6) kinderen kregen was nog een grotere schande. Het gevolg was dat de familie van Beebee haar gezin dus helemaal uitstootte. Ze werden gediscrimineerd en uitgescholden door gans het dorp en haar familie. Op een avond stormden gemaskerde mannen met messen en geweren,… hun huis binnen en wilden de moeder en al de kinderen (de meisjes) verkrachten. Hun vader weigerde dit en de mannen hebben hen gewoon vermoord in het bijzijn van iedereen, inclusief zijzelf. Twee kinderen zijn kunnen ontsnappen. Haar twee andere broers en haar moeder werd ook vermoord. Zij bleef alleen over met haar broer. Ze sloegen haar broer zodanig veel en hard tot ze dachten dat hij dood was. Beebee hebben ze meerdere malen na elkaar verkracht. Toen de broer bijkwam, zijn ze gevlucht naar de priester die hen doorverwees naar een ziekenhuis. Daar heeft een man, die zogezegd een vriend was van haar vader (en die ze trouwens niet kende) haar komen ophalen en meegenomen naar ‘Oeganda’ (ik weet niet goed hoe je het schrijft). Ze heeft daar vier jaar verbleven. Ze kreeg amper eten, kledij en moest al het huishoudelijk werk alleen doen. Maar het ergste van al is dat de zoon van deze man, haar tijdens die vier jaren meerdere malen verkracht heeft. Soms slaagde hij daar niet in door haar verzet. Gelukkig heeft haar broer Beebee terug gevonden en hebben ze samen weggevlucht naar Malawi. Eenmaal hier in Malawi aangekomen, zijn ze terecht gekomen in een Congolees kamp. Ook daar waren haar problemen nog niet over, want er was daar een oudere man van 45 jaar (zij was toen 17) die haar alles schonk, maar hij wou een kind van haar, in ruil voor al de dingen die hij al voor haar gedaan had. Zij weigerde echter. De andere Congolezen van het kamp waren ook niet bepaald vriendelijk voor hen, wegens het verkeerd gemengd ras. Doordat haar broer in grote armoede verkeerde, liet hij z’n zus tegen haar wil in, werken als prostitué. Eigenlijk wist ze niet wat hij van plan was. Plotseling moest ze naar een hotel gaan slapen en sliep ze eerst in een kamer alleen. Daarna moest ze verhuizen naar een kamer waar twee bedden stonden. Een vriend van de broer kwam binnen en heeft haar proberen te verkrachten, maar is daar gelukkig niet in geslaagd. Soms was Beebee echter niet sterk genoeg om de verkrachter tegen te houden. Toen ze terug kwam van kamp en vertelde tegen de broer wat ze wel allemaal niet moest doen in ‘town’ en dat ze dit weigerde, sloeg hij haar zodanig in elkaar dat ze (denk ik) bewusteloos was.
Amai zeg, zo erg voor Beebee en haar gezin! Echt onvoorstelbaar eigenlijk… En ze lijkt zo een sterk meisje, is altijd enthousiast, … Niet te geloven eigenlijk dat haar dat allemaal overkomen is. En ze is nog maar 18 jaar! Beebee is daarna door andere mensen naar het rode kruis (ja hier hebben ze dat ook blijkbaar) gebracht en daar opgevangen door een Amerikaanse vrijwilligster Anna. Deze vrijwilligster heeft haar geleerd hoe om te gaan met deze trauma’s en haar ondergebracht in een goede organisatie, namelijk UNHCR (een organisatie van Unicef voor de vluchtelingen). Jammer genoeg heeft UNHCR het geld niet om al het nodige materiaal voor haar te kopen. Ze heeft bijvoorbeeld zeep, suiker, balpennen, handdoeken, lakens, een trui en dergelijke nodig om naar school te gaan in Blantyre en om te kunnen eten enzo. Ze schrijft iedere keer een brief naar het UNHCR met daarin het materiaal dat ze nodig heeft. Ze krijgt telkens maar een klein beetje (voorbeeld 1 pak suiker of 1 stuk zeep, waar ze dan vier maand mee moet doen). Doordat Sanne en ik nog steeds geld over hebben van onze benefiet, zullen we voor haar al het nodige materiaal in alle discretie gaan kopen. Het gaat echt om materiaal dat ze nodig heeft om te kunnen leven en bovendien is al dat materiaal ook heel goedkoop in Malawi. Het is een kleine moeite voor ons, en we doen er Beebee een groot plezier mee. Dat maakt ons gelukkig.
Zaterdag 11 april
Deze morgen vertrokken we met Dimitri richting Salima (een uurtje rijden). De zon scheen buiten, zoals de ganse week, maar deze keer leek de zon veel meer warmte te geven. Maar al rijdend (met de ramen open) viel dat eigenlijk niet op, aangezien de wind voor verkoeling zorgde. Het gevolg was dan ook dat mijn linkerarm en –schouder na een uurtje bloedrood zaten.
Toen we in Salima waren, besloten we nog enkele minuutjes door te rijden, tot aan het lake Malawi (in Senga Bay).
Maar om de lodges te bereiken, moesten we, of beter gezegd de auto, een heel avontuur doorstaan. De weg bestond uit allemaal putten en bergjes en zand (geen asfalt dus). Het was een schokkende rit…
Toen we aan de lodges aankwamen, besloten we ze eens allemaal een bezoekje te brengen en na te gaan in welke lodge of resort we de meeste luxe kregen voor weinig geld. We zagen een prachtig wit resort (net een Grieks hotel), maar het kostte te veel naar ons gedacht. We gingen dus even langs bij de ‘buren’, van wie de lodges niets waren in vergelijking met het witte resort. We gingen dus terug en vroegen aan de directeur of het misschien mogelijk was om er voor een goedkopere prijs te kunnen blijven slapen. En wat raad je… het was (na veel gepraat) mogelijk. We konden dus genieten van de luxe voor weinig geld. Super, net wat we wilden. De kamer was prachtig, het eten was lekker, de douche was warm en had ‘massage’sproeiers, we hadden zelfs een airco in de kamer… Alleen was het meer hier wel minder mooi en minder blauw dan in Nkhata Bay.
Bovendien lopen er op het ‘strandje’ ook mensen van de lokale bevolking rond. Ze komen zich wassen in het meer, komen hun kleren hier wassen, kinderen komen hier spelen, … Deze mensen hebben amper iets, terwijl al de toeristen (en ook rijke Malawianen) voor hun neus zitten te eten, te genieten van de luxe, … Hier had ik het wel wat moeilijk mee. Ik voelde me ook een toerist, en mijn eten smaakte mij dan ook minder. Het is niet leuk om de kinderen uitgehongerd te zien kijken naar een heerlijke maaltijd met frietjes en vlees… Ik voelde me dan ook wat schuldig.
Na de middag maakten we een strandwandeling. Eerst passeerden we allemaal lodges, waarna we aan de villa’s kwamen. Maar eigenlijk is dat nog geen villa. Een villa in België is niets in vergelijking met wat we toen zagen: grote, kleurrijke supergrote villa’s (meestal van Indiërs ofwel blanke mensen) met uitzicht op zee. Dan hebben ze ook nog eens een supergrote tuin, soms nog met zwembad, … echt prachtig. Hoewel ik me hier toch niet zou amuseren aangezien er voor je huis kindjes rondlopen die het met 1 tomaat en wat Nsima moeten doen per dag…
We kwamen veel kinderen tegen tijdens de wandeling. Toen we enkele schattige kinderen zagen, besloot ik er een gesprekje mee aan te gaan, uiteraard in het Chichewa. Het lukte redelijk goed.
Ik: ‘Muli Bwanji?’ (hoe gaat het)
Een meisje: ‘Ndiri Bwino. Kaya inu?’ (goed, en met jou?)
‘Ndiri Bwino. Zikomo.’ (goed. Dank je)
‘Dzina lanu ndi ndani?’ (wat is jouw naam?)
…
‘Tiwonana’ (tot ziens)Het meisje vond het leuk praten, en ik ook. Jammer dat ik eigenlijk niet meer woorden en zinnen in het Chichewa kan. Soms zou het echt leuk zijn om eens met de kindjes te kunnen praten.
’s Avonds gingen we bij de ‘buren’ (de Lodge naast ons resort) eten, aangezien het daar goedkoper was.
Na het avondmaal gingen we nog even op het terrasje van ons resort zitten, waarna we doodmoe gingen slapen. Ik kon goed slapen, gedurende enkele uren. Om 5u ’s morgens werd ik echter wakker gemaakt door een stemmetje die riep ‘Stephanie?’. Ik schrok wakker. Sanne zat recht in haar bed: ‘Kan je de airco aanleggen?’ Het eerste moment kon ik er niet mee lachen, maar na een kwartiertje kwam ik niet meer bij van het lachen. We dachten terug aan hilarische momenten van de voorbije week, waardoor het onmogelijk was om ‘kwaad’ te blijven. We konden de slaap echt niet meer vatten, tot ergernis (van ons allebei) toe. Rond 7u kon ik de slaap weer vatten, en vervloekte dan ook mijn wekker die ons om 8.15u wakker maakte…
Zondag 12 april
Sanne had geluk dat ik geen ochtendhumeur had vandaag. De lachbuien hebben blijkbaar goed geholpen.
Het ontbijtbuffet was massaal, maar wel typisch Engels: geroosterd brood, eieren met groentjes, worstjes, spek, aardappelen, cornflakes en fruit. Het was wel lekker.
Rond 11.30u vertrokken we op zoek naar de nijlpaarden. We namen een wegje (die ik eigenlijk geen weg zou noemen aangezien het meer aarde en zand was) die ons naar de nijlpaarden-vijvers zou moeten brengen. Nuja, na enkele kilometers, hoorden we van een koppel dat de nijlpaarden er niet meer zitten, aangezien er geen vissen (voedsel dus) meer in de vijvers zitten. We moesten dus de ganse weg terugkeren. Even leek het totaal zinloos te zijn dat we deze weg ingereden waren. Tot we plots 1, 2, neen 4 bavianen (apen dus) zagen. De apen liepen over de weg, op hun dooie gemak. We namen rap ons fototoestel en trokken enkele foto’s. We besloten ook een filmpje te maken. Plots waren de bavianen echter verdwenen, ze waren een dorpje (bestaande uit enkele hutjes) binnen gegaan. Plots kwamen ze weer tevoorschijn, en ze liepen heel snel naar de overkant van de straat (tussen de bomen en het gras). Wat zagen we toen? Één van de apen had gewoonweg een stuk vlees (of iets anders van voedsel) gepikt in dat dorpje. We zijn dus getuige van een diefstal met apen als daders en de bewijzen staan op film! Grappig eigenlijk.
Aangezien het nog maar 13u was en we ook wel honger hadden, besloten we naar een fish farm (waar ze vissen verkopen) te gaan. Daarnaast is er ook een lodge, waar we dus zouden kunnen eten. We namen een weg, maar weeral kan je eigenlijk niet over weg spreken. Deze keer was het geen zand, maar asfalt met echt diepe putten in. Het was een heel hindernisparcours dat de auto moest doorstaan. Soms haperden we doordat sommige putten te diep waren en de auto daar helemaal niet voor gemaakt is. Uiteindelijk bereikten we de fish farm en de lodge. We waren in een echt paradijs beland. De Fish Farm ligt niet veel verder van Senga Bay, ook aan Lake Malawi. Maar deze plaats is veel mooier dan Senga Bay. Het landschap leek net een postkaartje. Prachtig! Spijtig dat we deze lodge gisteren niet ontdekt hebben. Nuja, uiteindelijk waren we wel blij dat we toch de gelegenheid gehad hebben om deze plaats te zien. Het was de moeite waard om over een straat vol met obstakels te rijden.
We aten iets, het was immers al 14.30u, en genoten ondertussen nog steeds van de prachtige omgeving. Daarna brachten we een bezoek aan de Fish Farm. Toen we binnen gingen, zagen we allemaal aquariums met prachtige vissen in. Al deze vissen komen uit het Malawi-meer. De Fish-Farm heeft een heleboel Europese en Westerse klanten (die de vissen dan in hun land verkopen aan een heel dure prijs, terwijl ze hier maar 1,5 euro kosten). Wanneer een bestelling binnenkomt in de Farm, gaan de vissers de nodige vissen gaan vangen. Deze vissen ‘verblijven’ dan gedurende een drietal dagen in het aquarium in de Fish Farm, om wat krachten op te doen (ze krijgen voedsel en een soort vitaminen). Daarna worden ze in plastieken zakken gestoken, waarbij zuurstof toegevoegd wordt, en deze zakken gaan in boxen. De vissen kunnen op die manier 52 uur overleven. Alles moet dan dus heel snel gebeuren (de vissen naar de luchthaven brengen, op het vliegtuig, richting Europa en dergelijke) aangezien ze binnen de twee dagen eigenlijk uit de plastiek zak gehaald moeten worden. Echt gek eigenlijk. En in België betalen we zoveel voor zo een tropische vissen, terwijl de mensen hier ze gewoon gratis uit het meer vissen.
Toen het 16u was, besloten we terug te keren naar Lilongwe.
Het uitzicht langs de terugweg, ook al hadden we gisteren al langs hier gereden, was opnieuw prachtig. De zonsondergang maakte het helemaal af!
Het was dus een hele leuke week. Het is ook leuk dat Sanne hier voor enkele weken is. Dit maakt het minder eenzaam (tijdens vrije momenten) en bovendien kunnen we ook goed aan ons verslag werken (voor school). Daarnaast beleven we ook hilarische momenten die we kunnen delen, en waarmee we na 3 dagen nog steeds lachen. Echt leuk.
Maar de tijd vliegt wel enorm. Eigenlijk is het niet zo een leuke gedachte dat ik maar drie weken meer te gaan heb in het centrum. Daarna doen we dan een rondreis van 9 dagen, waarna ons avontuur er al op zit. Snif…
Nuja, ik geniet van ieder moment en van iedere dag en hoop dit alles ook nooit te vergeten, want het is een superervaring.
Tot later!
Oja, Vrolijk Pasen trouwens!
Hopelijk heeft de Paashaas in België ook aan mij gedacht, want hier in Malawi heb ik tot nu toe nog geen paaseitje gevonden… Snif snif…
Tiwonana. Bye!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Hey Stephanie!
BeantwoordenVerwijderenIk ben blij te zien en horen dat jullie het goed stellen,
kbegin jullie al serieus te missen!
maak nog veel plezier,
geniet ervan!
En een vrolijk pasen!
xxx