donderdag 26 maart 2009

ik voel me thuis

Hallo, hallo!

Hier ben ik alweer met nieuws vanuit Malawi. De weken vliegen echt voorbij: vandaag ben ik reeds een maand in Malawi. En ik moet zeggen, na een maand begin ik me toch wel thuis te voelen. Als ik nu over ‘thuis’ praat (‘ik ga naar huis’) dan heb ik het eigenlijk over het ‘social rehabilitation centre’.
Maar, wees gerust, dit blijft niet mijn thuis, het is maar tijdelijk. Maar het ‘thuisgevoel’ hebben is wel leuk. Het wijst erop dat ik al goed gewend ben aan het leven hier, en me ook goed voel tussen de kinderen (mijn ‘broers en zussen’ – jaja, een grote familie!)

Zaterdag 21 maart
Gelukkige verjaardag Sanne!
Lang uitslapen, ontbijt op bed, een douche, … dat was er vandaag allemaal niet bij.
Om 5.50u stonden we op. Een douche nemen zat er vandaag niet in, want wat raad je: geen water. Lap, hier ook al niet. (gelukkig maar tijdelijk)
Om 7u kwam de taxi ons oppikken om naar Kasungu National Park te gaan. We reden ook langs het huis van Mr. Alexander (leerkracht in ‘school for the blind’), die samen met zijn zoontje, met ons meeging.
De rit duurde eventjes, en doordat we nog redelijk moe waren, probeerden we te slapen. Maar we moesten eigenlijk niet eens proberen. We reden op een ‘bumper-road’ (dus een aardeweg vol met putten). Bovendien regende het ook nog eens vandaag, met modder als gevolg. Na vandaag zag je niet meer welke kleur de auto werkelijk heeft (antwoord: wit).

Wat een leuke verjaardag moest worden voor Sanne, werd een beetje een ‘catastrofale rampdag’. Vooreerst regende het immens hard. De zon kwam er de ganse dag amper door. Nog nooit eerder kwam een dag met zo weinig zon voor. Het leek alsof de regen zich opstapelde gedurende de voorbije dagen om vandaag, net als confetti, uit de lucht te vallen: gelukkige verjaardag Sanne!
Sanne dacht nu eens mooi weer te hebben op haar verjaardag…
Maar de gedachte aan olifanten maakte ons iets gelukkiger. Tot we eigenlijk doorhadden dat de dieren schuilen in de bossen wanneer het regent. Gevolg: we zagen amper enkele dieren, en de dieren die we zagen, kan je ook in de ‘Zoo’ gaan bekijken…: nijlpaarden, een bepaald soort vogels (die niet kunnen vliegen. En neen, het zijn geen kippen) en herten. Wauw!? Euh neen! We wilden olifanten zien! En dus gingen we op zoek. De chauffeur deed er echt alles voor zodat we olifanten zouden zien. We reden doorheen het ganse park, over lange grassprieten op zoek naar onze olifanten. Maar tevergeefs…

Het slechte weer verpestte eigenlijk de ganse dag. Toen we, na een enorme ontgoocheling, terug keerden naar Chilanga, dachten we onze ‘pech van de dag’ al gehad te hebben. Maar niets was minder waar: plots konden we niet meer door. Oh neen! Door de regen was de weg overstroomd. Dat betekende dus dat we een ganse weg terug moesten keren, om dan een andere weg te nemen. Ja lap. Ook op een ander stuk van de weg konden we niet door. Wat nu?
Gelukkig was de chauffeur van de streek, en kende de ‘baan’ (=aarde met grassprieten van een meter hoog). We namen een heel heel heel smal weggetje. En wat was er daar? Neen, geen olifanten, maar een modderpoel. Gevolg: we zaten bijna vast in de modder. Manman. Na wat heen en weer rijden, geraakte de auto uit de modder en konden we doorrijden.
O ow, de benzinetank is leeg (de teller staat op 0). Aan de gedachte dat we hier, in the middle of nowhere, zouden stilvallen, deed ons hart sneller slaan. Gelukkig was dat niet het geval. Heel vreemd, maar de auto reed nog meer dan een uur met de ‘teller op 0’. En het toppunt van domheid is: we reden voorbij een benzinestation, maar tanken? Neen, dat was niet nodig.

Toch bezorgde deze rampdag ons geen dag vol verdriet, maar een dag vol gelach. Nuja, het was misschien eerder lachen uit miserie. Hoe dan ook, het was nog een leuke dag.

Zondag 22 maart
Deze voormiddag gingen Sanne en ik naar Kasungu, de markt gaan bezoeken. Deze keer vond ik het er leuker rondwandelen op de markt. Ik ben dan ook al gewend aan de drukte, aan het bekeken worden, … Ik kon meer genieten van het rondkijken.
Nadat we enkele tomaten en rijst gekocht hadden, en enkele Indische winkeltjes bezocht hadden, namen we een minibus die ons terug naar Chilanga zou brengen. Tot onze ergernis vertrok die bus maar een half uur later. Oké, we weten wel dat we soms lang moeten wachten, maar de manier waarop was deze keer echt niet leuk: er was nog een andere minibus waarmee ‘onze’ bus een race wou houden. Ja hallo!
Bovendien waren ze ook aan het vechten voor een passagier. Later bleek het enkel een ‘fun’-gevecht te zijn, maar dat vonden Sanne en ik toch niet zo fun. We hadden honger en wilden naar huis.

In de namiddag, rond 14.45u, gingen we naar de ‘bushalte’. Heel snel, onmiddellijk dus, kwam er een minibus aan. Die zag er heel mooi uit (m.a.w.: geen gebroken ramen, geen schrammen enzo) en dus betrouwde ik het om mee te rijden. De chauffeur reed ook heel veilig, helemaal niet snel, en dus was ik blij dat ik deze minibus genomen had. Maar lang duurde mijn vreugde niet. Aan iedere halte (aan ieder dorpje) waar mensen de bus verlieten, wachtte de chauffeur tot de bus weer helemaal vol zat, maar dus echt propvol. Op een bepaald moment zaten we met 19 mensen in een bus met plaatsen. Het was dus telkens een stapelen.
Ik zat geplet, mijn bank stond los en wiebelde dus constant, en het wachten irriteerde me. Na 2 uur(!!) bereikten we Mponela (normaal gezien bereik je dit dorpje na een uur. Het ligt halverwege Chilanga-Lilongwe). Het was toen al 17u. De paniek begon dus toe te slaan: ik wou echt niet in het donker wandelen, en om tegen 18.30u is het al pikdonker).
Eindelijk, na 3 uur en een half, bereikte ik Lilongwe. Toen de buschauffeur sotpte aan een halte, ergens in een zijstraatje, en iedereen uitstapte, sloeg ik helemaal in paniek. Het enige wat ik kon doen, was vragen aan de chauffeur of hij me naar het Social Rehabiliation Centre wou brengen. Dat was voor hem geen probleem, maar uiteraard enkel wanneer ik iets extra zou betalen. Daar had ik helemaal geen probleem mee: liever 2 euro kwijt zijn en veilig terug in het centrum zijn, dan mijn leven en geld riskeren.
Blij dat ik weer ‘thuis’ was! Hoewel… Er komt nog steeds geen water uit de kraan…

Maandag 23 maart
Deze voormiddag ging ik naar de markt, om groenten. Ik vind de markt steeds leuker en leuker: de meeste mensen ‘kennen’ me al, ze kijken met niet zo meer aan, … Ik begin dus steeds meer te genieten van het rondlopen op de markt en het rondkijken.

Toen ik terug was, was Daphne er al. Daphne is een vrijwilligster van Kwasa Kwasa, die op maandag- en woensdagnamiddag meehelpt met de activiteiten.
Na de middag gaven we aan activiteit in verschillende groepjes: puzzelen, macramé-bandjes maken en een ganzenbordspel. Het concept van een puzzel kenden de kinderen eerst nog niet, gek eigenlijk.
Het was een leuke namiddag. Niet alle kinderen hadden zin om mee te doen aan de activiteit, maar dat hoefde ook niet. De kinderen die wel meededen, waren heel enthousiast en dat was dus wel leuk.

Dinsdag 24 maart
Vandaag beleefde ik een heel aangename voormiddag in de kleuterklas. Deze keer werkte ik met een andere groep kinderen. Ik merkte duidelijk een verschil tussen beide groepen: deze groep was veel aandachtiger, enthousiaster, werkte goed mee, … De ‘les’ over cijfers verliep dus heel vlot.
Het is ook leuker om in kleine groepjes ‘les’ te geven. Je kan dan veel meer met de kinderen individueel bezig zijn. Het valt bijvoorbeeld sneller op wanneer iemand ergens moeilijkheden mee heeft. Op die manier kan ik sneller ‘ingrijpen’ en het kind helpen.

Het is ook leuk dat ze graag naar mijn ‘les’ komen. Wanneer sommige niet tot het groepje behoren, merk ik vaak ontgoocheling bij hen; schattig.
Als de kinderen me zien, roepen ze ‘Auntie Stephanie’. Echt leuk. Vaak willen ze ook een heleboel dingen vertellen, en doen dat dan in het Chichewa. Maarja, daar snap ik amper iets van. Ik knik dan eens, of soms begrijp ik wat ze bedoelen (als ze het wijzen naar iets ofzo) en dan reageer ik met ‘ayi’ (neen) of ‘eya’ (ja). Ze denken dan waarschijnlijk: ‘wat zegt die nu?’

Woensdag 25 maart
Ook vandaag was het een leuke dag met de kinderen (van het centrum).
Daphne en ik hadden als namiddagactiviteit: ‘het maken van een collage’. Dat klinkt misschien heel eenvoudig, maar voor die kinderen was het iets wonderlijk. Ze konden enkele tijdschriften (zowel van België als van Malawi) inkijken. Prentjes die ze mooi vinden, konden ze uitknippen. Daarna werden deze dan allemaal samen op een grote affiche geplakt, net als een collage.
Het was leuk om de kinderen heel ijverig te zien werken. Het inkijken van de tijdschriften op zich vonden ze al super. Nja, voor sommige was het waarschijnlijk de eerste keer dat ze een tijdschrift in handen hadden.
Bovendien was het ook leuk om de kinderen en jongeren te observeren. Soms zag ik echt grappige taferelen. Er waren kinderen die een prent uitknipten en dan snel in hun broekzak steken, hopend dat ik het niet gezien had. Hier had ik geen problemen mee. Als ze die prenten willen hebben, dan heb ik daar helemaal niets op tegen. De overschot van de tijdschriften zouden we toch weggooien. Maar hier was dat echter niet nodig: iedereen nam wel één of meerdere prenten mee.
Toen een jongen echter het plakband rond zijn potlood aan het draaien was (zodat hij dat later nog eens kon gebruiken), nam ik het wel af. Oké, ik vind het niet erg als de plakband op is, want het is toch voor de kinderen hier. Maar als iedereen zou meenemen wat hij kan gebruiken (alles dus), dan blijft er niets meer over. De bedoeling is wel dat het plakband nog voor andere activiteiten gebruikt kan worden.

Het resultaat van de namiddag was echt prachtig: 2 mooie affiches vol met prentjes, en als omkadering gebruikten we restjes stof.
Ook de kinderen en jongeren waren trots op het resultaat.


Dit waren enkele ervaringen van de afgelopen dagen. Ik kan nog heel veel vertellen, maar ik wil ook nog iets te vertellen hebben als ik terug ben, vandaar vertel ik niet alles.
Toch vermeld ik steeds de voornaamste dingen; de zaken die ik niet snel zal vergeten.

Tot over enkele dagen!

Groetjes vanuit Malawi, waar de zon deze week zich gelukkig meer laat zien en de regen wegblijft.

vrijdag 20 maart 2009

Week 3 is ook al voorbij: de tijd vliegt, maar het vogeltje vliegt niet meer...

Hallo iedereen!

Hier in Malawi gaat alles heel goed. Hopelijk bij jullie ook?

Vorige week heb ik niet veel over mijn project verteld. Ik probeer dat deze week wat meer te doen.

Eerst en vooral wil ik nog wat over de kleuterklas vertellen. Daarna zal ik weer een weekoverzicht geven.

De kleuterklas:
De klas hier ziet er helemaal anders uit dan de kleuterklassen in België. Het is 1 ruimte met daarin enkele kleine stoeltjes, een 2tal tafels en dan nog een klein kotje waar het speelgoed opgebergd staat. Veel speelgoed is er echter niet: enkele blokken, wat auto’s, enkele poppen (die hun beste dagen al gehad hebben) en enkele touwen. Indien de kleuters willen tekenen of schrijven of dergelijke, doen ze dit ofwel op de grond, ofwel op de kleine stoeltjes.
In de klas hier zitten een 20 tal kinderen, van 3 tot 5-6 jaar.
De ‘les’ begint om 8.30u. Eerst zingen de kleuters een liedje. Daarna doen ze ook een gebed, waarin ze God bedankten voor de dag. Daarna vraagt de leraar (die eigenlijk geen leraar is, want hij heeft geen diploma van ‘teacher’): ‘Good morning class, how are you?’. Hierop antwoordt (al roepend) de ganse klas: ‘Good morning Sir. We are fine and how are you?’. De eerste keer was het echt schrikken toen ik de kinderen dit hoorde roepen. Het leek even alsof ik in het leger beland was: ‘Yes sir!’.
Het ‘les’ geven is eigenlijk voornamelijk een collectief gebeuren. Er wordt niet echt individueel gekeken naar ieder kind. De leraar vraagt bijvoorbeeld: ‘How many months make one year?’ Dan antwoordt de ganse klas gezamenlijk: ’12 months make a year?’ ‘How many months make a year?’ Waarop de klas nog luider antwoord: ’12 months make a year!’ Toch wel even wennen aan deze manier van lesgeven, aangezien ik het helemaal anders gewend ben.
Doordat er dus weinig individueel te werk gegaan wordt, besloot ik om ‘les’ te geven in kleine groepjes, of soms zelfs maar met 1 kind (indien dit nodig zou zijn). Ik zal de kinderen die naar het eerste leerjaar gaan volgend jaar voorbereiden op het leren schrijven en rekenen.
Dinsdagvoormiddag gaf ik mijn eerste ‘les’ aan 6 kleuters. Het is wel niet eenvoudig, aangezien ik geen leerkrachtopleiding gehad heb en bovendien gaat het communiceren ook wat moeilijk. De kinderen leren wel veel woorden in het Engels, maar daarom begrijpen ze mijn zinnen nog niet. En dinsdag voelde ik me ook niet helemaal optimaal, wegens hoofdpijn, waardoor het een beetje tegenviel. Hopelijk gaat volgende les beter…

Weekoverzicht:
Vrijdag 13 maart
Na de middag deed ik een activiteit met enkel meisjes. We maakten een slinger die ze dan in hun kamer kunnen hangen. Op die manier zou hun kamer een beetje opgefleurd worden. De slinger bestond uit wol, met daaraan verschillende figuren, zoals bloemen, vlinders, meneertjes, … Deze figuren konden ze versieren met stickers, parels en kleurpotloden. Opvallend was hoe snel de stickers verminderden. Het was wel leuk om te zien dat ze zich amuseerden. Ze zullen waarschijnlijk nog niet veel geknutseld hebben, aangezien een meisje van 15 moeite had om te knippen. Zo jammer eigenlijk. Meestal zijn de meisjes voornamelijk bezig met kuisen, koken, zorgen voor broers en/of zussen, …
’s Avonds ging ik samen met Anton, een jongen van mijn leeftijd die goed Engels kan, om Sanne naar het busstation. Vandaag trok ik me niets aan van het Mzungu-geroep, het nagekeken worden, … Uiteindelijk is dat allemaal nog grappig. Je hebt mensen die 100 meter verder nog steeds achterom kijken. Een groepje jongeren stond enkele meters verder te kijken naar mij. Ondertussen waren ze ook aan het praten, waarschijnlijk over mij. Het is eigenlijk echt grappig dat een blanke voor urenlange gespreksstof kan zorgen.
Volgens Anton zei een man ook: ‘Goh, ik zou tegen dat blanke meisje willen praten, maar ik durf niet. Ik heb wat schrik van die jongen die bij haar staat.’ Haha, hilarisch, maar schrik hebben van Anton hoeft helemaal niet.
Na een kwartier zagen we eindelijk ‘Mzungu’ Sanne.
’s Avonds verlangden Sanne en ik enorm naar een Royco Minute soepje. Ik had enkele zakjes meegenomen uit België, aangezien Sanne en ik daar enorm verlekkerd op zijn. Toen we ons water wilden koken, was er (help!) geen elektriciteit. Wat nu gedaan…? We verlangden er echt al de hele avond naar. We zouden een soepje drinken! We beslisten om naar de ‘kookplaats’ te gaan, buiten, waar we een vuurtje konden stoken. De guard wilde ons helpen en stak het vuur aan. Helemaal verkeerd volgens Sanne, en ze had gelijk ook. Een half uur later doofde het vuur. Sanne sttak het vuur dan op haar eigen manier aan, zoals haar papa het haar geleerd heeft. En even later hadden we vuur. Dank je Freddy! Nuja, Sanne is wel in krak in vuur aansteken, maar om het vuur brandend te houden, was ik er gelukkig nog. Samen vormen we dus een goed kookteam. Lang leve ons!
En de soep smaakte heerlijk!

Zaterdag 14 maart
Deze morgen gingen we naar het ‘Immigration Office’. We moesten een nieuwe stempel krijgen op ons internationaal paspoort, zodat we langer dan een maand kunnen blijven. Eerst moesten we naar het linker kantoortje om wat papieren in te vullen. Daarna stuurden ze ons naar het rechter kantoor om te betalen, waarna we weer naar het linker kantoor moesten om onze stempel te krijgen. Man man, wat een heen en weer geloop. Na een halfuur, heel snel dus, konden we weer vertrekken.
Na ons ‘heen en weer geloop’ in het Immigration Office, gingen we naar de Shoprite. Dat is een grote, heel grote winkel, waar je dus echt alles! kan kopen. Het is allemaal echter veel duurder dan in de lokale winkeltjes of op de markt, waardoor het enkel toeristen of rijkere Malawianen zijn die zich deze zaken kunnen permitteren. Chips, kaas, vlees, papier, alluminiumfolie, sausen, … Alles wat je ook in België kan vinden dus. Toen we al dat lekkers zagen, rammelde onze maag enorm. Een Mars! Oh, daar heb ik enorm zin in. Maar we hielden ons echter sterk. We konden het niet over ons hart krijgen om van deze ‘luxe’ te genieten, terwijl er enorm veel mensen zijn die zich dit alles niet kunnen permitteren. Jaja, momenteel is het kleinste snoepje al luxe voor ons. We kochten dus enkel dingen die we kunnen gebruiken in het centrum of de blindenschool: toiletpapier, cursusblokken voor de kleuters, plasticine voor de kinderen en krijtjes om op het bord te schrijven. Het was heel moeilijk om de chips, de snoepjes, en al het andere lekkers te laten staan. Maar toch deden we het. Applaus voor Sanne en Stephanie!

Daarna wandelden we wat rond op een pleintje waar ze ‘carvings’, juwelen en schilderijen verkopen. Sanne en ik vonden het prachtig, en wilden op ons gemak wat rond kijken. Maar ‘op het gemak’ kennen ze hier echter niet. ‘Hey sister, have a look at my shop.’, ‘I will show you my paintings’, ‘If you buy something, I’ll give you a good price.’, ‘I’m a rasta-man, I give you a very good price.’ Iedere ‘verkoper’ sprak ons aan, wou dat we naar hun ‘shop’ gingen kijken, en beloofde ons ‘de laagste prijs’. Ons hoofd sloeg echt tilt! We kregen wel veel aandacht, maar ik vind het eigenlijk niet zo leuk. Waarom kunnen we niet rustig rond kijken…?
Toen ons hoofd echt helemaal op hol sloeg, gingen we er snel vandoor.

Na de middag gingen we naar Kwasa Kwasa, de organisatie, waar we nog enkele dingen moesten regelen. En daarna was het eindelijk zover: de eerste ‘meeting’ met Renée Rousseau. Renée is iemand die we via Koen en Jelle, de studenten die vorig jaar naar Malawi kwamen, leerden kennen.
Renée bracht ons met haar auto naar een vriendin van haar, Claudette. In haar huis zou er deze avond een ‘ladies night’ plaatsvinden met een groepje vriendinnen. Leuk dat ze Sanne en ik ook uitnodigden!
Wat een pracht van een huis, echt een villa, met alles erop en eraan: televisie, een prachtig salon, normaal ook DVD-speler en muziekinstallatie, maar die waren onlangs gestolen, een enorm grote tuin, … We kregen zelfs hapjes, waaronder: chips, kippeboutjes, een soort loempia, worstjes, dipsausjes, … Ik voelde me helemaal thuis.
Het is misschien al duidelijk dat Renée en haar vriendinnen tot de welgesteldere bevolking van Malawi behoort…
We speelden ook een spel in 2 groepen: ’30 seconds’. Iemand van de groep moet in 30 seconden tips geven over bekende plaatsen, personen, dingen van over de hele wereld. De groepsleden moeten, zo snel mogelijk, zoveel mogelijk dingen proberen te raden. Het was een heel leuk spel, maar wel niet zo simpel om alles in 30 seconden in het Engels uit te leggen.
Na het spel praatten we nog wat, wat ook heel leuk was. Tegen 21u, denk ik, vertrokken we richting ‘huis’waarts, of dat dachten we toch. Renée bracht één van haar vriendinnen naar een pub ‘the four seasons’. Wat?, een pub, hier in Malawi? Toen we er binnen gingen, leek het alsof we op een zaterdagavond in België waren: allerlei soorten alcohol, Westerse muziek, korte rokjes, diepe decolleté, … Wauw, helemaal het tegenovergestelde van wat we tijdens de week beleven. Om 00u zaten we eindelijk in ons bed. We waren echt doodmoe, want ook al van 6u wakker. Het was een super en onvergetelijke avond.

Zondag 15 maart
Vandaag deden Sanne en ik niet zo heel veel. We sliepen heel lang, tot rond 9u. Daarna liepen we wat rond in Lilongwe. Om 15u bracht ik Sanne naar het busstation, waar we afscheid namen (echter voor niet lang: vrijdag zien we elkaar al terug).
’s Avonds vloog er een vleermuis rond in de speelzaal van het centrum. Het was hilarisch om te zien hoe iedereen die probeerde te vangen. Ieder dier dat ze maar kunnen vinden (vleermuizen, vogels, sprinkhanen, …) proberen de kinderen en jongeren te vangen. Ik ben er toch niet zo zot van!

Dinsdag 17 maart
Zoals ik eerder al zei, voelde ik me vandaag niet zo goed. Ik had hoofdpijn en ook keelpijn. De reden hiervoor is waarschijnlijk mijn vermoeidheid. Ik slaap helemaal niet lang per nacht, terwijl ik normaal wel veel slaap nodig heb. Nu begint de vermoeidheid toch wat door te wegen.
Eerder vertelde ik al over de vleermuizen en andere dieren die de kinderen proberen te vangen. Maar vergeleken bij hetgeen ik vandaag zag, was dat niets: enkele kinderen waren een jong, dood vogeltje aan het bakken in een pan. ‘The meat of a bird tastes very good!’ zei een jongen me. Bah! Ik hou het maar bij groenten en rijst, zonder vlees!

Ik kroop in de namiddag wat in bed, terwijl de kinderen en jongeren naar school waren. Ik kon niet slapen, maar het rusten deed me toch goed. En blij dat ik was toen ik rond 16u de stem van Brenda en Tatunda hoorde! Joepie, ‘mijn mama’ is hier. Nja, het lijkt een beetje alsof zij mijn mama is in Malawi. Als ik met vragen of zorgen zit, kan ik altijd bij haar terecht. En ook leuke momenten deel ik met haar. Dat doet wel goed om zo iemand in de buurt te hebben.

Het kwam er dan ook nog eens bij dat er vandaag (en morgen) geen water is, wegens geldproblemen. Er komt met andere woorden dus geen water meer uit de kraan. Er waren wel enkele emmers en potten gevuld met water, maar daarmee wordt gekookt, gewassen, … Er wordt dus heel, heel zuinig omgegaan met water. Dat zorgt ervoor dat ik me ook moet wassen met amper water. Dat doet echt heel raar als je gewend bent van thuis gewoon de kraan open te draaien, waarna je 10 minuten onder een warme douche kan staan. En nu pas besef ik hoeveel water we dagelijks eigenlijk nodig hebben: om te koken, om kleren te wassen, om af te wassen, om te kuisen, om de tanden te poetsen, om te drinken, om zichzelf te wassen, … Water heb je gewoon nodig. Voor 1 keer hoop ik echt dat het morgen regent, zodat ik water kan opvangen in mijn emmer…

Woensdag 18 maart
Aangezien ik me gisteren niet goed voelde, besloot ik deze voormiddag lang te slapen, zodat ik de rest van de week uitgerust en fris zou kunnen doorbrengen. Ik ging dus niet naar de kleuterklas vandaag.
Ik wou tot rond 10.30u slapen, en dus ook in bed blijven. Maar sommige jongeren hadden daar blijkbaar iets tegen. Om 7.30u klopte een jongen op mijn deur. Ik bleef in bed en dacht dat hij wel zou weggaan. Maar niets was minder waar. Hij bleef kloppen, steeds luider en luider. Ik opende dan maar de deur.
Ik kroop terug in bed, maar weer voor niet lang. Weer geklop op de deur. Ik bleef weer liggen, maar neen, de jongen ging niet weg, maar bleef kloppen. Daar ging mijn lang slapen.
Maar gelukkig kon ik me deze keer op een deftige manier wassen, wel zonder stromend water. Maar ik mag nu de douche van de meisjes gebruiken. Ze dachten eerst dat ik die te onhygiënisch zou vinden. En oké, eerlijk gezegd, het is helemaal niet proper. Maar het is beter een niet propere douche dan geen douche. Vandaag was er wel geen water, maar ik gebruikte een bekertje om water uit de emmer te scheppen en daarna over mij te gieten. En deugd dat het deed!
Ik voelde me toch al wat beter vandaag, hoewel ik nog niet helemaal in mijn haak was. In de namiddag maakte ik, samen met de kinderen en jongeren een slinger om de ‘grote’ zaal te versieren. Ze amuseerden zich enorm met de stiften, de verf en de kleurpotloden.

Donderdag 19 maart
Ik was dus van plan om deze namiddag alles op mijn webblog te plaatsen, maar daar besliste het netwerk anders over. Toen ik in het internetcafé aankwam, bleek er geen netwerk te zijn: ik kon met andere woorden dus niet op het internet. Na een uur lukte het wel. Veel kon ik echter niet doen, aangezien ik geen toegang kreeg tot mijn webblog. Heel stom dus. Ik probeer morgen om alles erop te plaatsen.

’s Avonds had ik een leuk moment met de meisjes van het Social Rehabilitation Centre. Ik zat, samen met de meisjes, in de kamer van Ester en Kate. Eerst hielp ik Ester met haar wiskunde. Amai, ik moest toch weer heel wat dingen heropfrissen vooraleer ik het kon uitleggen. En daarenboven moest ik alles ook nog eens in het Engels proberen uit te leggen.
De kinderen krijgen les in Engels, maar eigenlijk begrijpen ze amper Engels. Volgens Brenda worden ze zelfs ‘gestraft’ wanneer ze aan de leerkracht vragen of hij het eens in het Chichewa wil uitleggen. Hoewel ik dat helemaal niet begrijp: wiskunde is al geen eenvoudig vak, en dan moeten ze dat nog eens leren in een taal die ze amper kennen en begrijpen. Helemaal niet eenvoudig dus.
Na het helpen met het huiswerk, bekeken we enkele foto’s van familie en vrienden van de meisjes. Ik liet hen ook mijn foto’s zien, waar ze vol bewondering keken naar al die soorten (vormen en kleuren) haar die we in België hebben.

Dit weekend ga ik naar Chilanga, naar Sanne. (trouwens, morgen is ze jarig)

Ziezo, dit was een korte samenvatting van de voorbije week. Hopelijk komt deze tekst iets mooier op mijn webblog, want de opmaak van 'week 2' is niet echt perfect :)
Ik probeer ook wat foto’s op mijn webblog te plaatsen, maar weet niet zeker of dit zal lukken. Hopelijk wel, zodat jullie zich toch een beetje een (heel beperkt) beeld kunnen vormen van Malawi.

Tot volgende week!

vrijdag 13 maart 2009

Week 2

Moni!

Hier ben ik opnieuw met wat nieuws vanuit Malawi. Eerst en vooral wil ik jullie bedanken voor de vele reacties op mijn vorig bericht.


Ik wil eerst even wat uitleg geven over het ‘Social Rehabilitation Centre’, waar ik mijn project uitvoer, en waar ik ook verblijf.

Voor wie?

In het Social Rehabilitation Centre kunnen straatkinderen, weeskinderen en mishandelde vrouwen, met eventueel kinderen, terecht.

Momenteel komen er dagelijks 39 kinderen naar het centrum. 26 jongens en 6 meisjes verblijven er de ganse dag, dus ook ’s nachts. 5 jongens en 2 meisjes gaan dagelijks naar huis.

Op dit moment zijn er geen mishandelde vrouwen aanwezig.

Er is, sinds december, echter wel een Burundese vluchtelinge, met baby, aanwezig. Ze is hier tijdelijk, aangezien in het vluchtelingencentrum waar ze verbleef, momenteel herstellingen uitgevoerd worden.

Wat?

Alle kinderen gaan dagelijks naar school. De kinderen van de ‘primary school’ (lager), de meerderheid dus, gaan iedere voormiddag, en op dinsdag- en donderdagnamiddag naar school. De jongeren van de ‘secundary school’ (dus middelbaar), slechts 5, gaan enkel in de namiddag naar school.

Het centrum staat in voor drie maaltijden per dag.
In het centrum kunnen de kinderen ook terecht voor activiteiten (vb. voetbalmatchen).
Het centrum moet er dus voor zorgen dat de kinderen niet (meer) op straat gaan leven.
Indien de thuis- of familiesituatie verbeterd is, kan het kind terugkeren naar zijn gezin/familie.

Het gebouw

Het Social Rehabilitation Centre telt een tiental kamers, met in elke kamer 2 bedden. Het zijn enkel de meisjes die in dit gebouw blijven slapen. De jongens slapen in een ander gebouw, enkele straten verder. Zij komen ’s morgens, rond 6.30u, naar het centrum voor hun ontbijt. ’s Avonds, rond 19.30u, keren ze dan terug naar het gebouw waar ze slapen.

Er is ook een badkamer met 3 douches en 3 toiletten. Er is dan nog een kleine badkamer met bad, dat niet meer gebruikt wordt, en een toilet.

Bovendien is er ook een speelzaal. De kinderen maken eigenlijk zelden gebruik van deze zaal: als het regent en ’s avonds om te eten. Daarnaast zijn er ook nog enkele kleine kamertjes, ‘the offices’ van het personeel, en een oude keuken die amper gebruikt wordt. Er wordt namelijk buiten, onder een afdak, gekookt.

Bovendien zijn er ook 2 kleuterklassen, waar iedere voormiddag een twintigtal kleuters naar school gaan.

Aan de overkant van het centrum is er een school waar veel kinderen van het centrum les volgen. Daarnaast ligt er een groot veld, waar de kinderen voetballessen krijgen, en ook kunnen ravotten.


Verschillende functies / personeel

De Centre Manager is Miss Banda.
Momenteel is Miss Banda echter afwezig, aangezien ze aan het verder studeren is. Zij wordt vervangen door Erika, een ‘social worker’.
Er zijn twee ‘social workers’ in het centrum: Erika en Priska.
Er zijn vier ‘child protectors’: Maureen, Dorien, Elisa(beth) en Chosa. Zij beschermen de kinderen, overdag maar ook ’s nachts.
Er zijn ook twee vrouwen die instaan voor de maaltijd ’s middags: Edda en Elizabeth. ’s Morgens maken de meisjes het ontbijt klaar. Ook ’s avonds staan de kinderen zelf in voor hun eten.
Daarnaast zijn er nog twee ‘cleaners’ en zes ‘guards’, waarvan er twee overdag waken, en vier ’s nachts.


Hoe zag de voorbije week eruit?

Vrijdag 6 maart

Deze voormiddag was ik van plan om naar de markt te gaan, en daarna naar het internetcafé. Ik stond dus om 7.30u klaar, en wachtte op Assunta, de Burundese vluchtelinge die me zou vergezellen. Maar Assunta wilde echter eerst nog haar kleren wassen. Nja, aangezien dat hier met de hand gebeurd, kan dat dus lang duren. Ze zei dat ze me ging komen halen naar mijn kamer. Ik bleef dus wachten op mijn kamer, en wou niet ‘weglopen’, zodat ze me nog zou vinden. Toen het 8.30u was, was ze nog steeds aan het wassen. 9.30U… Eindelijk gedaan, of neen, toch niet… ze wilde haar zoontje nog wassen, en daarna nog haar en mijn kamer kuisen. Ja lap!

Om 11.10u konden we eindelijk vertrekken. Het internet ging supertraag, maar echt traag. Ik had drie kwartier nodig om het tekstje van mijn USB-stick op mijn webblog te plaatsen. Ik had zelfs geen tijd meer om mijn mails te controleren. Gelukkig had ik zaterdag iets sneller internet gevonden.

Deze avond kwam Sanne naar Lilongwe. Joepie, ik kan eindelijk weer eens Nederlands praten!

Zaterdag 7 maart

Deze morgen stonden Sanne en ik om 5.20u op. Veel te vroeg naar ons gedacht, maar we moesten wel. Om 6u kwam de taxi ‘Charles’ ons namelijk oppikken om naar Mua te gaan. Om 6u echter geen Charles te zien. Om 6.30u nog steeds niet. 7u, aha, daar is hij eindelijk! En wat was zijn reden: ‘Ik ben bij mijn vriendin blijven slapen.’ Haha, Sanne en ik lachten ons ziek met de reden. Stel je voor dat ze dat in België zouden zeggen!

Het was zogezegd 4 uur rijden. Maar taxi Charles had daar een oplossing voor: zijn kilometerteller ging van 50 naar 70, naar 90, naar 120, naar 140, naar 150, HELP! Mijn hartslag steeg even snel.

Na 2 uur kwamen we in Mua. Wat een prachtige streek!
We bezochten eerst een museum waar de geschiedenis van de Chewa, Yao e.d. werd tentoongesteld a.h.v. foto’s, schilderijen, teksten, maskers, … Echt heel mooi.
We gingen ook even langs in een dovenschool, maar bleven niet lang.

Aan de kant van de weg staan mensen om groenten, vis en dergelijke te verkopen aan voorbijrijdende auto’s of bussen.
Weet je hoe je vissen het best kan vervoeren, zodat ze lekker vers blijven?
Wel, je hangt het touwtje gewoon over de zijspiegel van de auto.
Dat ziet er echt heel grappig uit: 4 vissen die hangen te wapperen in de wind. En nog grappiger was het idee dat de touwtjes braken: vaarwel vis!

De week van maandag tot vrijdag

Deze week ben ik begonnen met mijn project. Het is echter nog een beetje zoeken naar wat ik precies met welke kinderen wil doen.

Deze week hield ik me voornamelijk bezig met huiswerkbegeleiding, de kinderen bezig houden tijdens vrije momenten, informatie over het centrum verzamelen, Engels `les` geven aan de kleuters, ... Het was leuk, alleen is de taal een beetje een struikelblok: die kinderen verstaan mij amper en ik versta hen amper, moeilijk dus.

Oja, Lore: Matthews, een jongen die hier vorig jaar ook al was, zei plots ‘Hoe dza da?’ De eerste keer verstond ik amper wat hij zei. Hij zei dat hij dat van jou geleerd had. Toen hij zei dat het betekent: ‘Muli Bwanji?’ (=hoe gaat het?) begreep ik wat hij bedoelde. Wel grappig hoe ze ‘hoe gaat het?’ hier uitspreken.
Er zijn nog enkele jongens die jou kennen, waaronder Matthews en Lloyd. En ‘Napoleon, sta stille (daima)’ kennen ze ook nog.

Het gaat kortom nog steeds goed met mij. Iedere dag is het nog steeds een beetje aanpassen, maar aan de meeste dingen ben ik reeds gewend geraakt:

  • de vele insecten in mijn kamer
  • de ratten die graag de keuken komen bezoeken
  • de korte nachten
  • het weinige voedsel
  • de Nsima, die ik tegenwoordig iedere avond eet
  • het eten met de handen (of een lepel). Een mes en een vork heb ik al twee weken niet in handen gehad.
  • de stralende, felle zon (zonder zonnecrème sla je na 5 minuten zon rood uit, ik spreek uit ervaring), afwisselend met plots heel harde regenbuien
  • het ‘Mzungu’, ‘Hey, sister’, ‘you’re my friend’-geroep
  • het ‘zonder elektriciteit’ zitten. Mijn kaars heeft dan ook al veel nut gehad, en ik moet toegeven, het geeft wel iets: een avondje bij kaarslicht
  • het Chichewa, waarvan ik slechts enkele woorden versta. Iedere dag leren de kinderen en jongeren me er enkele, maar vele vergeet ik onmiddellijk.
  • het snelle rijden van auto’s en minibussen. Het is toch wel beangstigend om een kilometerteller boven de 150 te zien gaan…
  • het wassen van mijn kleren met de handen. Ik snap nu ook waarom we in België wasverzachter gebruiken. Zo een ruwe handdoeken waarmee ik me moet afdrogen!
  • het dragen van ongestreken kleren
  • vuile voeten
  • mezelf wassen in een emmer water
  • het lange wachten. ‘I’m coming!’ is een zin die je dagelijks hoort wanneer iemand even weg moet, maar even later weer terug komt. Terug komen, doen ze zeker, alleen is de vraag: ‘wanneer?’…

Maar goed. Zoals ik al zei; aan deze dingen ben ik dus al gewend geraakt. Toch mag ik niet teveel nadenken aan hoe alles in België verloopt, want dan krijg ik het weer moeilijk. De lekkere chocolade, de ijsjes, de chips, de wasmachine, de warme douche, … (stop!) Ik mag er echt niet aan denken wat ik momenteel allemaal mis.
Maar, haha, er is hier toch nog iets wat jullie daar in België niet hebben: de zon!

Tot volgende week!

Stephanie

vrijdag 6 maart 2009

Eindelijk nieuws vanuit Malawi

Moni!
Muli Bwanji?
Ndiri Bwino. Kaya inu?

Hier ben ik eindelijk met wat nieuws uit Malawi. Sorry voor het lange wachten, maar tijd vinden om eens naar het internet-café te gaan, was niet eenvoudig. In België hoef ik maar naar mijn kamer te gaan, mijn computer aan te leggen en verbinding te maken met het draadloos netwerk. In Malawi verloopt dat helemaal anders. In mijn kamer heb ik zelfs geen stopcontact. Maar gelukkig kreeg ik vandaag mijn ‘office’ in het Social Rehabilitation Centre. Ik heb hier geen licht, maar gelukkig wel een stopcontact om mijn laptop te laden. Vandaag (donderdag 5 maart) schrijf ik dus een tekstje, en morgen plaats ik het op mijn webblog.

Maar goed, dat interesseert jullie waarschijnlijk maar weinig. De grote vraag is: ‘Hoe is het met Stephanie in het verre Malawi?’ Wel, de volgende dagoverzichten zullen daar een antwoord op geven.

Woensdag 25 februari – donderdag 26 februari
25 februari, de dag waarop Sanne en ik België verlaten. Dat betekende dus ook: afscheid nemen van mijn ouders, broer en zussen, van mijn grootouders, van iedereen eigenlijk, maar ook van mijn slaapkamer, van de warme luxe-douche, van de lekkere Belgische frietjes, ijsjes, chips en zoveel meer waar ik op dit moment enorm naar verlang.
Met de trein gingen we richting Luchthaven.
Na ongeveer anderhalf uur kwamen we dan aan in de luchthaven, waar we, gepakt en gezakt, op zoek gingen naar Sanne. Niet veel later vonden we haar, of eerder vond zij ons. Familie Deberdt en familie Naessens in de luchthaven, in het totaal 11 personen en ongeveer 120 kg bagage. Dat lijkt niet veel, maar weet wel dat er slechts 2 van de 11 het vliegtuig nemen. Uit respect voor de privacy noem ik echter geen namen.
De volgende 2 uur zal ik even kort opsommen: toilet, bagage ‘indienen’, iets drinken, toilet, familiefoto’s, toilet en afscheid nemen. Het afscheid nemen was lastig, en ging gepaard met veel tranen. Na veel knuffels en kussen, was het echt tijd om door te gaan.
Daar gingen we dan, Sanne en Stephanie, op weg naar Gate B05. Maar eerst nog de controle van de handbagage. Ja lap, in mijn rugzak zat blijkbaar een schaar. Ik dacht dat een schaar wel handig zou zijn ter plaatse. Maar oeps, vergeten dat die niet mee mag in de handbagage. Toch maakten ze er geen problemen van. De man zei dat ik hem toch mocht meenemen. Ik vroeg me af of ze het geen mooie schaar vonden. Maar toen zei de man aan de scanner: ‘De schaar is te klein, je kan er niemand mee aanvallen.’ Sanne had daar toch wel bedenkingen bij, met als gevolg dat we plat lachen van het lachen. En dit zijn zeker niet de enige 5 minuten van ons Malawi-avontuur waarop we ons ziek lachen. Gelukkig was alles dan in orde, en konden we doorgaan.
‘Gate B05’ zagen we al, het was helemaal niet ver stappen. Toch wilden we nog eens de ‘roltrappen’, maar dan zonder trappen, proberen. Aangekomen aan B05 was Sanne van plan om nog even op de stoeltjes te zitten wachten. We waren de eerste voor het vliegtuig naar Addis Ababa, niemand anders te zien, vreemd. Maar we hadden het blijkbaar volledig mis. We hoorden een vrouw roepen: ‘Jullie zijn bijna te laat, hebben jullie je naam niet gehoord?’ Wauw, ze hebben ons blijkbaar afgeroepen, net echte filmsterren! Hoewel dat moment toch niet zo ‘wauw’ was.
Rond 20.05u vertrok het vliegtuig. Eenmaal in de lucht waren alle tranen volledig weg. We genoten van de vlucht, van de comfortabele zitjes met deken en kussentje, van de koptelefoons waaruit muziek voortkwam en van de filmpjes. Het was een enorme luxe: iedereen had zijn eigen televisietje voor zich, en een koptelefoon. Omstreeks 21.15u landden we in Frankfurt (Duitsland). Daar was het wachten op de passagiers die mee zouden vliegen naar Addis Ababa (Ethiopië).
Rond 22.30u gingen we weer de lucht in. Toen was het al 00.30u in Ethiopië. We konden dus nog 6 ½ u slapen. Maar hoe konden Sanne en ik nu slapen zonder een gevulde maag? Hoog in de lucht bleven we verlangen naar eten. Toen we de hoop bijna opgegeven hadden, vroeg ik aan stewardess: ‘Can we have something to eat?’ Het antwoord dat ze toen gaf, bezorgde ons een vreugdekreetje. Het eten was heerlijk.
Na het eten probeerden we een dutje te doen. De stoel enkele centimeters achteruit, het dekentje over ons, het kussentje in de nek en een comfortabele houding. Dat zijn de drie ingrediënten van enkele uren slaap op het vliegtuig. Drie ingrediënten hadden we, maar een comfortabele houding, daar moesten we echter lang naar op zoek. We probeerden verschillende posities: Sanne haar benen over mij, naast elkaar liggen, met ons hoofd op het tafeltje, mijn hoofd tegen Sanne haar schouder, … Alles was echter hopeloos voor mij, tot ik uiteindelijk op Sanne haar plaats belandde en zij op de mijne. Toen kon ik eindelijk de slaap vatten. Nog drie uurtjes vliegen, ik dacht dan ook nog drie uurtjes te kunnen slapen. Niets was echter minder waar. Plots schrok ik wakker van een nat doekje tegen mijn gezicht. Op het eerste moment wist ik niet meer waar ik was, tot ik zag dat ik in een vliegtuig zat. De stewardessen gingen rond met een warm nat doekje zodat iedereen zich wat kon verfrissen. Sanne vond het blijkbaar zonde om het doekje koud te laten worden, en maakte me dus wakker. Maar wat is nu belangrijker: een doekje of enkele uurtjes slaap ;).
Uiteindelijk kon ik er wel mee lachen. En enerzijds ben ik ook wel blij dat ze me wakker maakte. De zonsopgang was namelijk prachtig, op foto jammer genoeg niet zo mooi vast te leggen. Rond 7.15u stonden we voor de eerste keer op Afrikaanse bodem, in Ethiopië. Het was nog vroeg in de morgen, maar toch was het al snikheet. We moesten opnieuw inchecken voor het vliegtuig naar Lilongwe. Nog 3 uurtjes te gaan en we zouden aankomen in Malawi. Die 3 uurtjes vulden we met eten en slapen.

Rond 11.55u kwamen we aan in Lilongwe, ondertussen was het 10.55u in België, 1 uur verschil dus. Na enkele praktische zaken in orde gedaan te hebben, en (gelukkige) alle valiezen gevonden te hebben, gingen we op zoek naar iemand van Kwasa. Patrick bracht ons, met de jeep, naar het KwasaKwasa-huis in Area 3, in Lilongwe. Onderweg zeiden Sanne en ik niet veel. We keken hoofdzakelijk naar buiten, waar enorm veel ‘nieuwe’ dingen te zien waren. Ook het links rijden op zich was al indrukwekkend. Raar om een rondpunt in de omgekeerde richting op te rijden J.
Toen we aankwamen in het Kwasa-huis, werden we verwelkomd door Lieselotte en Agnes. Zij zijn tot 12 april in Malawi. We kregen te horen dat Sanne en ik die nacht zouden doorbrengen in de Kwasa Lodge. Sanne zou de volgende dag dan naar Chilanga vertrekken. Ik zou pas maandag naar het Social Rehabilitation Centre gaan.
We waren heel blij dat we de eerste nacht nog samen konden doorbrengen. Na een korte wandeling in Area 3 gingen we slapen. We waren doodmoe van de vele indrukken.

Vrijdag 27 februari
Om 5u werden we gewekt door iemand die aan het zingen was, blijkbaar noemt men dat de ‘oproep tot gebed’. We konden nog heel even slapen, tot 7.30u. Dan stonden we op en namen we elk een douche: in een hokje buiten, waar een douchezak hangt met koud water in. Het deed wel deugd, aangezien de zon al scheen en het al warm was.
Rond 9u moest Sanne vertrekken, met taxi Charles, naar ‘School for the blind’ in Chilanga. Ik ging mee tot aan het busstation om van daar te voet terug te keren naar Area 3 (een halfuurtje stappen). Ik deed er echter 3 uur over, aangezien ik enkele winkeltjes bezocht, met een aantal mensen praatte, … Het was een voormiddag vol indrukken. Vele mensen kijken me aan, roepen ‘Mzungu’ (blanke) naar me, vragen om ‘money’, … Heel vermoeiend eigenlijk. ’s Avonds was ik dan ook heel moe, waardoor ik tegen 20.30u in bed kroop.

Zaterdag 28 februari
Vandaag nam ik de bus naar Chilanga, om Sanne te bezoeken. Een bus nemen in Malawi is erg verschillend met België:
- de bus vertrekt pas wanneer hij helemaal vol is, maar dan ook echt propvol
- het geld wordt opgehaald wanneer de bus vol zit. Je krijgt dan een geschreven betalingsbewijs.
- Wanneer je je bestemming bereikt hebt, moet je dat zeggen aan de buschauffeur. Ik had dit niet door tot ik in Kasungu, het dorp NA Chilanga zat
- Onderweg zag ik veel kleine dorpjes, met vaak nog hutjes.
- De bus rijdt heel snel: heuvel op en neer. Ik zit dus niet op mijn gemak in de bus.
- Voetgangers hebben geen voorrang. Auto’s en bussen claxonneren wanneer een voetganger ‘in de weg loopt’. Gevolg: veel ‘getuut’ dus.
- Mooi uitzicht: veel natuur, veel mensen op straat, mensen die materiaal op hun hoofd dragen, vrouwen met kinderen in Chitenge (een doek) op de rug, veel jonge kinderen lopen zonder volwassenen langs straat, veel straathonden (honden zijn geen huisdieren), …
- Wanneer de bus stopt aan een halte, komen er onmiddellijk heel wat vrouwen, mannen of kinderen aan het venster staan om water, voedsel en andere dingen te verkopen.
- De mensen ruiken ook helemaal anders: het is een walm van zweet gemengd met geur van het kookvuur en van de akkers. Het is echt wennen eraan.
De twee uur durende busrit zorgde dus voor veel indrukken die ik jammer genoeg niet allemaal kan weergeven.
Eenmaal in Kasungu aangekomen, moest ik dus een bus terug nemen naar Chilanga. Ik nam één van de vele minibussen die wachten tot ze vol zitten. Eindelijk zat de minibus vol, en konden we vertrekken. Ik heb nog nooit zo hard verlangd om Sanne te zien! Gelukkig zal ik haar niet veel later aan de kant van weg.
We brachten eerst een bezoekje aan ‘school for the blind’ waar ik hartelijk verwelkomd werd door enkele leerlingen. Leuk!
Daarna gingen we even de streek verkennen. Ik vind Chilanga prachtig. Er is heel veel natuur waar je tot rust kan komen.
’s Avonds genoten we even van de dansende kinderen, maar niet lang, want we waren erg moe. Rond 21u sliepen we dan ook.
In België ben ik een avond/nachtmens, maar in Malawi kan je dat niet echt zijn. ’s Morgens schijnt de zon al heel vroeg (5.30u à 6u) waardoor het snel warm wordt in de kamer. Bovendien is er ook al heel veel lawaai van ’s morgens vroeg al. ’s Avonds begint het rond 17.30u te donkeren en tegen 18.30u à 19u is het volledig donker. Dan komen ook de meeste insecten boven, wat het ook minder aangenaam maakt. Geef mij dus maar de ochtend in Malawi J.

Malawi is echt een mooi land, zeker in deze periode. Doordat het momenteel regenseizoen is, is de natuur in volle bloei. Prachtig dus. En ik wil jullie niet jaloers maken, maar het is hier enorm warm. Iedere dag loop ik rond in rok en T-shirt, en dat is warm genoeg. Een trui heb ik nog niet nodig gehad. Ik heb het ook al een paar keer zien/horen regenen. Dat is dan echter minder plezant, want het regent dan enorm veel. Gelukkig komt na de regen weer de zon, waardoor alles snel droog is.

Zondag 1 maartDeze morgen werden we rond 6u gewekt door muziek. Sanne en ik hadden echt een kamp-gevoel: opstaan met muziek, we voelen ons vuil, douchen met koud water, leven tussen allerlei insecten, …
Om 9u werden we opgehaald door een jongen van de school om samen naar de kerk te gaan. Opvallend is hoe de Malawianen respect tonen: ze bukken zich, en als ze een hand geven of iets anders willen aanbieden, dan ondersteunen ze hun rechterarm met hun linkerhand.
De kerkdienst begon om 9.30u en duurde tot ongeveer 11.30u. Lang dus. Die 2 uur werden opgevuld met gebeden, teksten uit de Bijbel, liedjes (van 7 koren) waarbij ook steeds gedanst werd (net als in de film: Sister Act), allemaal in het Chichewa. Tenslotte volgde er ook een officiële voorstelling van Sanne en ‘her friend’, ik dus.
Na het middagmaal, vertrok ik terug naar Lilongwe. De busrit verliep ongeveer op dezelfde manier als gisteren, maar de zon bleef achterwege. Het was dan ook de eerste keer dat ik regen zag in Malawi, en ik voelde me direct al weer thuis ;).

Maandag 2 maart
Deze morgen werd ik voorgesteld in het Social Rehabilitation Centre, in Lilongwe, waar ik mijn bachelorproef zal uitvoeren.
Het was toch even wennen aan de nieuwe omgeving: andere mensen, andere kinderen, een andere slaapkamer, …

Toen ik ’s avonds wat orde aanbracht in mijn valiezen, vond ik de Belgische chocolade die ik meenam! Ik kon het niet laten om ervan te proeven. Heerlijk! En nu al smaakt het alsof het weken geleden is dat ik nog chocolade gegeten heb. Ik moest me inhouden om niet alle chocolade in één keer op te eten. Ik nam me voor om iedere avond 1 hapje te nemen.

Dinsdag 3 maart - Woensdag 4 maart
Ik leerde het centrum (de werking, het personeel, de kinderen, …) beter kennen. Ik brainstormde ook over de aanpak van mijn project.
Bovendien leerde ik ook mijn kleren wassen, met de handen, in een emmer water. Tot groot plezier van de kinderen. Mijn handen beleefden er echter minder plezier aan. Van het harde schrobben, liggen enkele vingers open.
Een douche heb ik niet, het is een oud bad, waarvan het water niet meer doorloopt. Niet zo proper dus. Ik was me liever in een emmer water dan in dat vuil water.

Ik bezocht in de voormiddag ook eens de markt in Lilongwe. De markt bestaat uit een massa’s kraampjes, allemaal op elkaar gepropt. Soms zijn er wel 20 (of meer) kraampjes waar ze dezelfde producten (wortels, bonen, …) verkopen. Echt gek.
Voor de rest gebeurde er niet veel spectaculairs deze 2 dagen. Ik leerde de kinderen enkele spelletjes aan, zodat ze zich kunnen bezig houden gedurende hun vrije tijd. Chinese voetbal is tot nu toe hun lievelingsspel.

Donderdag 5 maart
In de voormiddag bereidde ik mijn project nog wat voor. Naast het werken in het Social Rehabilitation Centre, zal ik ook in de kleuterschool een project(je) uitvoeren. In de voormiddag zijn de kinderen van het centrum namelijk naar school, waardoor ik dan niets te doen heb. Op die momenten kan ik, op een speelse manier, wat Engelse les aan de kleuters geven. Ik werkte dit deze voormiddag wat uit.
In de namiddag maakte ik kennis met Brenda, een Amerikaanse (blanke) vrouw. Brenda is getrouwd met Albert (een Malawiaan), en samen hebben ze een dochtertje. Albert en Brenda werken met straatkinderen in Lilongwe, waardoor ze dus regelmatig naar het centrum komen. We praatten wat over het ‘blank zijn in Malawi’, over het werken met straatkinderen, over haar ervaringen in Malawi, …. Ik vond het leuk praten met haar.
In de late namiddag speelden we, samen met enkele kinderen, nog een paar spelletjes buiten.
En ’s Avonds at ik Nsima (gemaakt uit bloem en water) met ‘pumpkin leafs’ (jaja, ze eten hier de bladeren van de pompoenplanten, en het smaakt nog niet slecht ook). Nsima eten ze dus zowel ’s middags als ’s avonds, aangezien dat heel goedkoop is. Ik ben er toch wel niet zo aan, zo droog!


Ziezo, dit waren de voornaamste dingen die ik jullie wil meedelen van de voorbij dagen. Uiteraard kan ik heel wat meer vertellen, maar daar zou ik teveel tijd voor nodig hebben.

Maar het gaat dus goed met mij. In het begin wel wat moeite om me aan te passen aan de totaal andere cultuur, gebruiken, levenswijze, … Maar nu ben ik het al wat meer gewoon. Ik amuseer me ook met de kinderen, wat natuurlijk heel belangrijk is. Alleen heb ik het nog wat moeilijk met het ‘naar buiten gaan’. Ik voel me niet zo veilig wanneer ik alleen van het Social Rehabilitation naar het centrum moet gaan. Dat is ook een reden waarom je zo lang hebt moeten wachten op nieuws van me. Ik probeer volgende week sneller iets van me te laten horen.

Tiwonana!
Tot later!

Groetjes,
Stephanie