maandag 18 mei 2009

foto's!

Ziehier een zelfgemaakte bal (met plastieken zakjes en touw).




Hierboven zie je twee foto's van de harde pleinspelen.



Op de muur (van de kleuterklas) zie je de dolfijnen die de kinderen geschildenrd hebben.




Magniala, Geoffry en ik tijdens één van mijn laatste dagen.




Enkele kleuters met hun 'mama' of 'papa' die ze geknutseld hadden samen met Sanne en ik.

Tadala is een tekening aan het maken.


Emanuel is een kookpot aan het kuisen. Doordat die pot op het houtvuur gestaan heeft, is hij helemaal zwart (door het roet). Om de pot te kuisen, gebruiken ze aarde-korrels om te schrobben.



Beebee met al het voedsel en ander bruikbaar materiaal (rugzakje, handdoeken, ...) die ze kon kopen dankzij de financiële steun van Sanne en ik.



Magniala is de 'patch', die we gemaakt hebben, aan het uithangen.


vele groetjes,

Stephanie

terug thuis!

hallo,

sinds donderdag ben ik weer te vinden in Yvegem.

Donderdagmorgen kwamen Sanne en ik, een uur later dan verwacht, aan in de luchthaven in Zaventem. Met een lach en een traan werden we hartelijk verwelkomd door familieleden.
Eindelijk in België!

Het afscheid nemen van de kinderen en jongeren, Assumpta en David, Albert, Brenda en Tatonda verliep wat moeilijk. Na 2,5 maand voelde ik me er al helemaal thuis. Bovendien besef ik ook dat ik veel mensen nooit meer zal terugzien of de kans is toch heel klein. Ook al ga ik ooit eens terug naar Malawi (wat ik zeker zal doen), toch is de kans zeer klein dat ik bepaalde kinderen en jongeren nog zal terugzien.
Doordat het momenteel zo druk is (met vormsel en andere feestelijkheden), heb ik echter nog niet veel tijd gehad om stil te staan bij het feit dat ik al terug thuis ben.
Toch dacht ik de afgelopen dagen nu en dan wel nog eens terug aan Malawi;
Toen...
onze auto bijvoorbeeld rechts op de baan reed en ik me afvroeg waarom we niet links reden.
ik de straat niet durfde oversteken, uit angst om omver gereden te worden.
ik weer en volonté chocolade kon eten.
ik gisteren buiten liep en het enorm koud had.
ik las dat het baby-olifantje in de Zoo geboren is (we hebben trouwens olifanten gezien
tijdens onze rondreis!! Wat waren we blij!)
....
Er gaat geen dag voorbij waarop ik niet aan Malawi denk. Toch is het soms moeilijk te geloven dat ik er werkelijk geweest ben. Het lijkt, op sommige momenten, alsof ik nooit België verlaten heb. Het lijkt alsof ik droom...

maandag 27 april 2009

al 2 maand in Malawi!

Moni!

Amai amai, ik ben al (sinds zondag 26 april) 2 maand in Malawi. De tijd vliegt echt snel. Enerzijds vind ik het jammer dat ik over een grote twee weken al weer in België zal zijn. Anderzijds verlang ik toch wel enorm naar het moment waarop ik allerlei lekkere dingen weer zal kunnen proeven, waarop ik iedereen terugzie, waarop ik weer een warm bad kan nemen, …

Ik heb al eens, samen met Sanne, gebrainstormd over wat ik graag zou vinden in mijn huis wanneer ik terug kom. Ik zou graag hebben dat de maaltijden tijdens de eerste week terug in België bestaan uit de volgende dingen:
Ontbijt; lekker vers, bruin brood (i.p.v. droog wit brood) met chocopasta en echte chocolademelk (i.p.v. thee en i.p.v. water met chocopoeder, dat nog steeds naar water blijft smaken).
Middagmaal; lekkere vis (i.p.v chambo of die kleine, zure visjes die ze hier met kop en staart opeten) met heerlijke groentjes en oja, Belgische frietjes. Maar ik wil ook eens wat vlees (oooh, zeker hesperolletjes met prei). En ik wil ook eens frietjes van het frietkot met heerlijk verse kaaskroketten.
En hopelijk is er dan ook nog wat plaats in mijn maag voor lekkere desserts, zoals chocolade(mousse), vanille- en chocoladepudding, ijscrème, en fruit zoals kiwi’s, passievruchten, en hopelijk zijn er ook al aardbeien, frambozen en besjes wanneer ik terug kom…
Avondmaal; bruin brood met allerlei soorten kaas en beleg en ook veel verschillende koude groentjes, zoals salade, tomaat, wortels, … met mayonaise. En daarna wil ik nog een tas lekker verse soep drinken (i.p.v. royco minute soep).
Op zaterdagavond wil ik genieten van lekkere lays-chips.
En op zondag wil ik lekker lang slapen en daarna heerlijk verse chocoladekoeken, croissants en andere koffiekoeken eten, met daarbij een glaasje vers geperst fruitsap. (Jammer dat ik er niet was op Olé Pistolé… maar in gedachten was ik er dus wel bij en zag ik me al genieten van een heerlijk ontbijt)
Wat doe ik mezelf eigenlijk aan door nu al dat voedsel op te sommen, echt een marteling voor mijn maag…

De voorbije week was de laatste week dat ik doorbracht in het Social Rehabilitation Centre. Deze week (van zondagavond 26 april tot en met 1 mei) zit ik namelijk in Chilanga. Ik ga helpen met het project van Sanne, in de blindenschool. Aangezien Sanne me drie weken geassisteerd heeft in het centrum en de doelgroep ‘straat- en weeskinderen’ leerde kennen, vonden we het interessant moest ik ook eens met een andere doelgroep kunnen werken. Bovendien kunnen we deze week dan ook goed doorwerken aan onze verslagen voor school. En het is ook minder eenzaam dan wanneer we alleen zitten. Bovendien heb je ook meer ideeën voor activiteiten en dergelijke, wanneer je met twee kan brainstormen. En het samenleven lukt ook goed. We zagen een vierde week samen dus heel goed zitten.


Vorige week was dus de laatste week van mijn project in het Social Rehabilitation en de kleuterklas.

De activiteiten in het Social Rehabilitation Centre verliepen de ene dag beter dan de andere. Het leek alsof veel kinderen en jongeren deze week minder enthousiast waren om deel te nemen aan de activiteiten. Door hun verminderd enthousiasme, verminderde ook mijn enthousiasme om de activiteiten te geven. Toch gaven Sanne en ik niet op en probeerden we hen iedere namiddag te stimuleren om deel te nemen aan de activiteiten.
Op maandag lieten we hen een ‘patch’ maken. Ze mochten allemaal een tekening maken op een lapje stof. Nadien werden alle lapjes aan elkaar genaaid, waardoor er een mooi doek ‘tevoorschijn’ kwam. Dat doek werd uitgehangen in de speel- en eetzaal.
We lieten de jongeren ook enkele dolfijnen schilderen op de muren van de kleuterklas.
Op donderdagnamiddag was het de beurt aan de ‘harde pleinspelen’, die we uiteraard met enkele stoere jongens speelden. Het werd een leuke, maar harde namiddag, met nu en dan eens een schrammetje.
Op vrijdag wilden we vertrouwensspelletjes spelen met de kinderen. Er waren echter slechts een vijftal jonge kinderen enthousiast om mee te spelen. We hadden echter ook enkele oudere jongens nodig om de spelletjes te kunnen spelen. Maar de jongens waren blijkbaar hun haren aan het scheren, waardoor ze niet konden deelnemen aan de activiteit. Ook de (vervanger van de) directeur zei dat ze eerst hun haren zouden scheren, waarna ze dan naar de activiteit zouden komen. Toen het 16u was, gaven we het wachten op. Het is niet leuk als veel jongeren niet enthousiast zijn, maar het is nog minder leuk wanneer de directeur hen niet eens stimuleert en aanmoedigt om deel te nemen aan de activiteit. Ze worden dus passief doordat niemand, of toch amper iemand, van het personeel hen activeert. Dat is, volgens Chokuia, de child-protector die hen wel probeert te motiveren, ook één van de redenen waarom velen alleen maar willen voetballen en niet geïnteresseerd zijn in het aanleren van nieuwe ‘games’. De meeste van de jongeren verblijven al enige tijd in het centrum, waar ze meestal niets te doen hebben. Er is amper iemand die hen motiveert of nieuwe spelen aanleert. Wanneer er dan iemand komt die hen nieuwe dingen wil aanleren, hebben ze daar geen zin in, aangezien ze het ook nooit geleerd hebben om deel te nemen aan activiteiten. Dat is wel jammer eigenlijk. Maar Chokuia heeft nu het initiatief genomen om een jeugdbeweging, de ‘scouts’, op te starten. Iedere woensdag is er een activiteit voor een tiental enthousiaste scouts. Het is eigenlijk echt goed dat Chokuia hier werkt en zoveel initiatief neemt om de jongens te stimuleren.

Op vrijdagvoormiddag gaf ik, samen met Sanne, een allerlaatste activiteit in de kleuterklas. Het werd een knutselactiviteit. De kinderen mochten een amayi (mama) of abambo (papa) maken met een WC-rolletje, stiften en kleurpotloden. Op het WC-rolletje tekenden ze het gezicht en de kledij. Daarna mochten ze de wol kiezen die ze wilden gebruiken als haar voor hun mama of papa. De armen werden gemaakt uit ijzerdraad met daarop gekleurde vierkantjes uit mousse-papier. De kinderen vonden het een hele leuke activiteit en ze vonden het nadien ook heel plezant om te spelen met hun ‘poppetjes’. Ook ik genoot van deze voormiddag, net als Sanne. Ik vind het jammer dat mijn project al afgelopen is in de kleuterklas. Ik genoot echt van de momenten samen met de kinderen. Ze zijn altijd enthousiast en ook heel lief. Ik ga ze echt missen. En de leerkracht zal me ook missen, als ik mag geloven wat ze zei (‘Je bent een grote steun geweest voor onze klas. Je hebt ons heel wat nieuwe dingen aangeleerd, waarmee we ook in de toekomst zullen proberen te werken. We zullen je missen.’)

We bezochten deze week ook twee ‘organisaties’ in het kader van onze studies.
Op woensdagvoormiddag gingen we naar het ministerie van onderwijs. We hadden er een afspraak met een man die werkt voor het ministerie van ‘Special Needs Education’ (Onderwijs aan personen met ‘bijzondere’ noden). Het was een heel interessant gesprek en immens leerrijk voor onze studies. We kwamen heel veel te weten over de ‘orthopedagogie in Malawi’. We hadden nadien dan ook veel informatie om er een (hopelijk) boeiend verslag van te maken.
Op donderdagvoormiddag hadden we een afspraak met een organisatie die opkomt voor de rechten van personen met HIV/Aids. Het was ook een interessant gesprek, maar toch geef ik de voorkeur aan het gesprek met de minister van ‘Special Needs Education’.


Zaterdagnamiddag was het mijn afscheids’feest’ in het centrum. We versierden het terrein met ballonnen (in allerlei kleuren en vormen) en zorgden dat er voor iedereen een frisdrank (cola, fanta of sprite) was en een beker popcorn.
Het feest begon met een diavoorstelling van alle foto’s die we getrokken hadden tijdens de activiteiten. Bovendien toonden we ook de hilarische filmpjes die we hadden genomen tijdens de muziekactiviteit. Ze vonden het immens leuk om zichzelf te zien op foto en sommigen lachten zich ook ziek, terwijl anderen zich dan schaamden over de manier waarop ze op de foto stonden.
Daarna gaf ik een korte speech waarin ik iedereen bedankte voor de leuke tijd die ik had in het centrum. Toen mijn speech afgerond was, kreeg iedereen een drankje en wat popcorn. De kinderen, jongeren maar ook het personeel, genoten enorm van de zoetigheden. Het gaf me een goed en voldaan gevoel.
Sommige jongens en meisjes, waarmee ik een goed contact heb gehad, probeerden in het Engels uit te leggen dat ze me zullen missen.
Ik begrijp dit eigenlijk wel. Ik kan uitkijken naar het weerzien van mijn familie, maar zij blijven hier in het centrum (voor onbepaalde tijd) en weten niet wanneer ze hun familie (als ze nog familie hebben) gaan terugzien. Velen van het personeel in het centrum geven hen geen of slechts amper aandacht. De kinderen en jongeren moeten dus hun plan trekken.
Gedurende de weken die ik doorbracht in het centrum probeerde ik mijn aandacht te verdelen onder alle kinderen en jongeren, hoewel dat niet eenvoudig was, maar ze kregen dus wel aandacht van mij. Met sommige jongeren praatte ik wel meer dan met andere (met de gebrekkige woorden Chichewa die ik ken en Engels die zij kennen), doordat zij naar mij toekwamen en een gesprek begonnen of vragen stelden. Het waren voornamelijk deze jongeren, waarmee ik een sterkere band heb, die naar me toekwamen en zeiden dat ze me zouden missen. Ze zullen waarschijnlijk voornamelijk de aandacht, de gesprekken en het luisterend oor missen. Davide hield bijvoorbeeld mijn hand vast en wou die maar niet loslaten. Hij zei dat hij niet gelukkig is omdat ik wegga en dat hij wil dat ik blijf. Ook Anton zei dat hij verdrietig is omdat ik hem ga verlaten. Succes gaf me een knuffel en zei: ‘I’ll miss you’. Op die momenten had ik het toch wel moeilijk. Enerzijds vind ik het jammer dat ik hen moet verlaten en hen nu ongelukkig maak door mijn vertrek. Anderzijds kan ik hier ook niet eeuwig blijven en ben ik blij dat ik hen toch voor enkele weken gelukkig kon maken en hen een (hopelijk) onvergetelijke tijd kon bezorgen.
In Malawi heb ik leren blij en tevreden te zijn met de kleine dingen: een lach verkrijgen op het gezicht van een kind is iets kleins, maar het geeft me een heel goed gevoel.

Zaterdagavond kwam Renée Rousseau ons ophalen in het centrum. We zouden de avond en nacht bij haar thuis (en op een fuif) doorbrengen. Bij haar thuis aten we heel lekkere maïs, witte bonen in tomatensaus, salade met tomaatjes en ajuin en vlees. Allemaal heel lekker. Daarna keken we naar een film op de televisie. Toen het 22u was, maakten we ons klaar om naar ‘lollypop’ te vertrekken. Vorige maand gingen we ook naar die fuif, samen met Renée, en het werd een leuke avond. Hopelijk vanavond ook. Het was inderdaad leuk, maar Renée was moe en wou na een tweetal uur naar huis. Wel spijtig dat de avond zo vroeg eindigde. Toen ik in bed lag, deed het toch wel deugd om mijn ogen te sluiten….
Op zondag stonden we rond 11u op en keken nog even televisie. Daarna nam Renée ons mee naar Crossroads, en trakteerde ons op een heerlijke pizza. Uiteraard lieten we het ons smaken.
Daarna was het tijd om terug te keren naar het Social Rehabilitation, aangezien we nog een bus moesten nemen naar Chilanga en daar voor het donker wilden arriveerden. We namen snel nog afscheid (voor een week) van Assumpta. Ze had het er heel moeilijk mee dat ik weg ging, ook al ben ik over vijf dagen terug in Lilongwe. Binnen twee weken vertrek ik dan definitief en daar zal ze het nog moeilijker mee hebben, en ik ook. Ik zal haar enorm missen, aangezien zij een hele grote steun betekend heeft voor mij. Ze hielp me bij alles zoals kleren wassen, koken en dergelijke, ze hield me gezelschap op de momenten dat ik alleen in mijn kamer zat. Kortom, ze was er altijd voor mij.
Ik heb ze al (deels) bedankt vrijdag: ik had enkele foto’s van haar zoontje, van zijzelf, van Sanne, van mezelf en van de meisjes van het centrum laten afmaken en in een foto-album gestoken. Vrijdagavond hebben Sanne en ik het afgegeven, en ze kreeg er de tranen van in de ogen. Dat was heel ontroerend eigenlijk. Ze bedankte me en zei dat ze iedere avond bidt omdat ze niet wil dat zij naar Australië vertrekt vooraleer dat ik in België ben. Toen ik vroeg naar de reden, antwoordde ze hierop: ‘Wie gaat er anders voor je zorgen?’ Het was echt superlief toen ze dat zei en ik kreeg er de tranen van in mijn ogen.


Maar nu terug naar zondagnamiddag, aan het busstation.
We hadden geluk dat er een bus op het punt stond om te vertrekken naar Chilanga. En we hadden nog meer geluk toen we merkten dat hij ook nog eens veilig reed.
Sanne en ik maakten de busreis plezant door te praten en veel te lachen. Maar met de mensen die over ons praatten, konden we echter niet lang lachen. We hoorden constant het woord ‘Azungu’ (blanke) en dan begonnen er zo een paar mensen te lachen. Dat was irritant aangezien we niet weten wat ze zeiden.
We waren dus blij toen we aankwamen in Chilanga.
Tijdens het uitpakken van onze rugzakken, hadden we het toch wel even moeilijk. Het leek alsof we ieder moment konden huilen, maar we wisten niet waarom. Waarschijnlijk speelt de heimwee (naar thuis, naar lekker en veel eten, en nog een heleboel dingen) wel deels een rol. Maar we hielden ons sterk en het bleef zonder tranen.

Enerzijds ben ik blij dat ik in Chilanga ben, eens in een andere omgeving, met andere mensen. Anderzijds is het toch wel weer acclimatiseren en aanpassen aan een nieuwe omgeving waarin ik de komende vijf dagen moet leven. Maar Sanne en ik zullen er een leuke tijd van maken, dat is zeker.


Het zal waarschijnlijk pas binnen twee weken, ergens half mei, zijn dat jullie nog eens iets van mij zullen horen. Vanaf zaterdag vertrekken Sanne en ik namelijk op rondreis. We trekken doorheen het Zuiden van Malawi (voor degene die Malawi een beetje kennen: Blantyre, Limbe, Mulanje, Zomba, Mangochi, Monkey Bay, …) en zullen daar enkele voorzieningen, scholen en organisaties bezoeken. Daarnaast zullen we ook genieten van het prachtige landschap, van veel zon en de leuke busritten (dat hopen we toch).
Rond 10 of 11 mei ben ik (voor de laatste twee dagen) terug in Lilongwe en zal ik proberen nog eens op internet te gaan om een verslagje te posten van de rondreis. Indien dat toch niet mogelijk zou zijn, horen jullie nog van me wanneer ik terug in België ben.
Tot over een tweetal weken dus!

Vele groetjes vanuit Malawi!
En tot hoors of ziens!

maandag 20 april 2009

ik hou van de aapjes

Hallo!

Hier in Lilongwe gaat alles heel goed met mij. Het was een leuke week. Alleen had ik het soms wat moeilijk met het gedrag van (sommige van) het personeel van het Social Rehabilitation.

Donderdag deden we een uitstap met de kinderen en jongeren, naar het Sanctuary (een beetje zoals de Zoo). Sanne, Daphne en ik hadden deze uitstap georganiseerd en zouden dus ook alle kosten delen (de inkomprijs, een drankje en een broodje voor iedereen). Op voorhand hadden we duidelijk gezegd aan het personeel dat we maar voor 1 begeleider zouden betalen. Volgens ons was deze afspraak dus duidelijk, maar blijkbaar niet voor alle personeelsleden.
Albert en Brenda kwamen ons halen met hun bus. In de bus kunnen ongeveer 25 personen. Albert zou dus twee keer rijden, zodat iedereen in het Sanctuary zou geraken.
Alle kinderen werden verdeeld in twee groepen. Sanne, Daphne en ik vergezelden de eerste groep. Ook de man, Chokuia, die ons zou begeleiden, ging mee met de eerste groep. Zijn functie is ‘child protector’. Hij blijft ’s nachts in het Hostel waar de jongens slapen, om voor hen te ‘zorgen’. Chokuia is eigenlijk de vriendelijkste van alle personeelsleden. Bovendien is hij ook altijd aanwezig wanneer we een activiteit geven. Hij is dus heel geïnteresseerd in wat wij doen en wat we de kinderen en jongeren aanleren. Dit in tegenstelling tot de andere personeelsleden, die gedurende de ganse dag in de zon zitten, hun haar goed leggen en dat is het zowat. Erg frustrerend dus.
Maar goed, terug naar de busrit. Wat zagen we toen we op de bus zaten? Alle personeelsleden stonden, helemaal opgetut, klaar om ook naar het Sanctuary te gaan. Maar dat was toch niet de afspraak? Of zouden ze de inkomprijs zelf betalen? Ik betwijfel het eigenlijk... We vonden het al raar dat het personeel (zoals de kuisploeg, de kookmoeders, …) de hele morgen vriendelijk deed (normaal zeggen ze amper een woord). Nu werd dus duidelijk waarom…
Er ontstond dus even paniek bij Daphne, Sanne en ik. Toen we in het Sanctuary aankwamen, zeiden we aan Albert dat hij nog eens duidelijk moet zeggen aan het personeel dat wij niet voor hen betalen, dat we dat zo afgesproken hadden. Als ze meewillen, moeten ze het zelf betalen.
Toen Albert terugkwam met de tweede groep, zagen we de personeelsleden niet. Ze wilden het dus blijkbaar niet zelf betalen. Ze zullen nu wel waarschijnlijk kwaad en arrogant zijn als we terugkomen, maarja, we hadden op voorhand gezegd dat we niet gingen betalen voor hen. Het is een uitstap voor de kinderen en niet voor het personeel.
Het bezoek aan het Sanctuary was de moeite waard. We zagen apen, een krokodil, een slang en nog wat andere dieren. Maar de apen trokken mij het meest aan. Ik bleef dan ook steeds lang bij de hekken staan, en wanneer bijna iedereen aan het doorwandelen was, kwamen de apen en aapjes naar het hek toe. Super om te zien. Ze stonden gewoonweg een halve meter van mij. ZO een schattige aapjes! Ik wou dat ik langer kon blijven, maar helaas, de groep was al door en als ik de uitgang nog wou vinden, moest ik zorgen dat ik hen volgde.
Na de wandeling in het Sanctuary, kreeg iedere jongere nog een softdrink en een Obama-broodje (vroeger noemde dit broodje ‘Bin Laden’). Ze waren allemaal heel gelukkig en sommigen bedankten ons ook persoonlijk nadien. Dat was wel leuk.

’s Avonds hadden Sanne en ik een gesprek met Beebee. We vertelden over onze frustraties van het personeel. Beebee bevestigde onze bevindingen en deed er nog een schepje bovenop. Ze vertelde over het feit dat velen van het personeel haar en Assumpta niet graag hebben, doordat ze van een ander land komen. Bovendien hebben ze het ook niet voor Chokuia aangezien hij van Zimbabwe is. Maar hij is dus de enige van het personeel die ik leuk vind. Hij doet ten minste iets met de kinderen en zit niet hele dagen te niksen.
Het blijkt dus dat ze alle buitenlanders niet graag hebben. Nu wordt duidelijk waarom ze moeilijk vriendelijk kunnen doen tegen mij…
’s Avonds had Assumpta het even moeilijk. Ik zag dat er iets mis was, aangezien ze veel stiller deed dan anders. Toen ze slaapwel kwam zeggen, vroeg ik of er iets scheelde. Ze zei dat er niets was. Ik was toch bezorgd, waardoor ik even later naar haar kamer ging. Omdat haar licht nog brandde, klopte ik op haar deur. Toen ik binnen ging, zat Assumpta tegen de muur. Ik vroeg of er iets scheelde en of ze erover wou praten. Dat deed ze dan ook.
Het was leuk praten met Assumpta, hoewel het onderwerp niet zo leuk was. Ze vertelde over haar frustraties van verschillende mensen binnen het Social Rehabilitation. Blijkbaar zijn Sanne, Beebee en ik niet de enigste met frustraties. Ze vertelde ook een aantal gebeurtenissen uit het verleden waaruit blijkt dat velen van het centrum haar niet graag hebben. Echt jammer eigenlijk. Discriminatie en racisme is dus ook in Malawi te vinden, en het is eigenlijk nog sterker aanwezig dan in België.

De andere dagen van de week verliepen met minder frustraties.
Maandag 13 april
Deze namiddag maakten we, samen met de meisjes, fruitsalade. Deze voormiddag hadden we appels, bananen, sinaasappels en quava’s gekocht op de markt. We lieten de meisjes het fruit snijden en in een grote pot doen. Er was genoeg voor iedereen. Alle kinderen waren dan ook heel blij.
Na de fruitsalade speelden we enkele spelletjes BAO met Estery, waarna we naar buiten gingen met de gitaar. Er waren een paar jongens die wilden zingen en gitaar spelen, dus lieten we hen maar doen. Ze amuseerden zich enorm en ook ik genoot ervan. Sommige hebben echt veel gevoel voor ritme en zijn erg getalenteerd op muzikaal vlak. Ondertussen leerden sommige jongens ons ook nog enkele nieuwe woorden in het Chichewa.

Dinsdag 14 april
Deze namiddag kwam Daphne. We schilderden de ballonnen (die we met papier-maché bekleed hadden). We sneden de ronde vormen in twee, waardoor de kinderen ze voor hun gezicht konden houden. Met enkele gaten erin (voor de ogen en mond) en een kleurtje verf, werden het mooie maskers.
De kinderen en jongeren vonden het leuk om de ballonnen te schilderen. Sommigen maakten een masker zoals spiderman, anderen creëerden een nieuwe held.

Woensdag 15 april
Deze voormiddag vertrokken we om 8.30u naar Utatu Woyera Parish (de plaats waar Koen, een Belgische student, vorig jaar zijn project uitvoerde). We moesten een lange weg bewandelden, langs wegen die we nog nooit eerder gezien hadden. Het waren wandelwegjes, want er konden geen auto’s door, waardoor het heel rustig was. We zagen veel natuur, veel kleine huisjes en hutjes. Het leek helemaal niet alsof we nog in Lilongwe waren, aangezien we heel wat armoede zagen. Gelukkig dat we deze weg geen maand geleden ‘bezocht’ hebben. Toen zou het een echte schok geweest zijn. Nu, na anderhalve maand in Malawi, hebben we al heel veel gezien, waaronder ook heel veel armoede, waardoor deze plaats ons niet meer shockeerde, hoewel het me toch wel wat raakte om te zien in welke omstandigheden deze mensen leven.
We gingen eerst naar de sisters of Charity (zusters van moeder Teresa). De hoofdzuster gaf ons eerst wat uitleg over hun werk in Lilongwe. Ze vertelde ons ook enkele schokkende ervaringen. Deze gingen voornamelijk over de oorlog die ze meemaakte in Rwanda: ze zag mensen en kinderen voor haar ogen vermoord worden. Gruwelijk.
Dit zijn enkele van haar ervaringen:
Toen de oorlog begon, belden verschillende ambassades naar de Sisters of Charity Rwanda. De ambassades zeiden: ‘Jullie moeten weg uit het land. Er staan vliegtuigen klaar, waarmee je kan vluchten naar een ander land.’ Maar de zusters weigerden. Ze konden het niet over hun hart laten komen om al de mensen, hun broers en zussen, achter te laten.

Er was eens een kleine Hutsi-jongen, van ongeveer 13 jaar, die een zestienjarige Tutsi-jongen neersloeg. Daarna nam de dertienjarige jongen een lang mes en stak daarmee in de buik van de jongen. En daarna stak hij nog eens. De Tutsi-jongen smeekte, met de handen in de lucht: ‘Alstublieft, dood mij niet.’ Maar hoe meer hij smeekte, hoe meer de Hutsi-jongen het mes in de buik van de Tutsi-jongen stak. Allemaal Hutsi’s stonden te kijken naar de moord. Ze deden niets, aangezien het de vijand was die vermoord werd. Zuster Linda zag alles gebeuren en geeft het er nog steeds moeilijk mee.

Op een bepaald moment kwamen een heleboel mensen (‘killing people’) naar het huis van de zusters. Zij zeiden: ‘Als je één van onze vijanden verbergt in je huis, vermoorden we jullie één voor één.’
Enkele dagen later kwamen dezelfde ‘killing people’ rond de huizen van de zusters staan. Ze lieten de patiënten, waar de zusters voor zorgden, met rust, maar bonden wel arme mensen met touwen vast, omdat het vijanden waren. Maar de zusters zeiden: ‘Neen, het zijn geen vijanden, het zijn onze broers en zussen. Laat hen alstublieft gaan.’ Maar de ‘killing people’ zeiden: ‘Zusters, zwijg of we schieten je in de mond.’ Ze namen de zes vijanden mee en schoten ze voor de poort neer.

Naast de gebeurtenissen die zich afspeelden gedurende de oorlog in Rwanda, heeft zuster Linda het ook moeilijk wanneer ze onschuldige kinderen ziet lijden. Ze vindt het heel moeilijk te begrijpen en te accepteren dat kleine kinderen sterven door bijvoorbeeld HIV of TBC.

De zusters doen eigenlijk supergoed werk. Ze vangen kinderen van 0-5 jaar op in een huis, naast het huis waar zij verblijven. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen die verworpen zijn door hun ouders, kinderen van wie de ouders gestorven zijn aan bijvoorbeeld HIV enzoverder. Momenteel verblijven er ongeveer 80 kinderen in het huis.
Ze worden gevoed, hebben een slaapplaats, krijgen kledij, worden gewassen, … Veel van de kinderen zijn ziek (HIV of TBC) en krijgen daarvoor medicatie.
De kinderen verblijven er tot ze sterk genoeg zijn om terug naar hun familie te gaan. Meestal is dit rond de leeftijd van vijf jaar.
We brachten een bezoek aan het huis waar de kinderen wonen. Amai zeg, het was toch wel wat schrikken toen we binnengingen.
Er zijn 3/4 ‘leefgroepen’. De baby’tjes (van 0-1 jaar) zijn opgesplitst in twee groepen: de zieke kinderen (met TBC of HIV) en de niet-zieke kindjes. Opvallend was dat er maar een viertal niet-zieke kinderen zijn. De andere 15 à 20 zijn ziek. Ongelofelijk. En ze zijn nog zo klein: het jongste kindje is amper twee maand.
Daarnaast heb je ook nog een groep kinderen tussen 1 en 3 jaar. Een derde groep kinderen is tussen 3 en 5 jaar.
Alle leefgroepen hebben een eet- en slaapruimte, en ook een badkamertje. In de slaapkamer slapen alle kinderen van eenzelfde groep samen. In de kamer staan dus 20-30 bedjes. Even deed het me denken aan de weeshuizen waar alle kinderen samen in 1 kamer liggen, zoals bijvoorbeeld in de musical ‘Annie’. Gelukkig is het huis hier wel heel proper. Er wordt bovendien ook heel goed voor de kinderen gezorgd. Gelukkig maar.
Het was een hele ervaring om dit te zien.
(voor Koen) Daarna gingen we naar de Holy Trinity School. We gaven er de brief van Koen af aan Mr. Constantine. Mr. Mende was echter niet in de school aanwezig. We zullen dus deze week nog eens teruggaan om de brief aan Mr.Mende en aan Lev af te geven. Bovendien zal Mr. Constantine ook een brief terugschrijven, die we dan zullen meekrijgen.
Na de middag, toen we eindelijk terug waren na even verdwaald te zijn geweest in Kawale 2, maakten we de maskers af met wol als haren en met Crêpepapier. Er waren echter niet veel maskers meer aanwezig aangezien de meeste jongens deze al meegenomen hadden naar hun verblijfplaats. De enkele maskers die wel nog in het centrum aanwezig waren, werden mooie creaties.
Ondertussen maakten we met de andere kinderen nog wat macramé-bandjes.
Na de activiteit maakten Sanne en ik ons klaar om mee te gaan met Dimitri naar Mamma Mia’s, waar we een lekkere pizza deelden. Daarna namen we een interview af van Dimitri, in het kader van onze studies. Dimitri werkt namelijk bij de UN (afdeling: internationaal vrijwilligerswerk).
De verdere avond verliep al BAO-spelend. Echt verslavend. Het spel was om kwart voor 12 nog steeds niet gedaan, maar we gingen slapen. We waren veel te moe.

Donderdag 16 april
Deze voormiddag gingen we, samen met Beebee, inkopen gaan doen (wat we enkele dagen geleden beloofd hadden). We kochten zeep, suiker, zout, toiletpapier en dergelijke. Doordat we geen tijd genoeg hadden om al haar benodigdheden te kopen, gingen we vrijdagvoormiddag terug naar de markt. Beebee kocht toen nog ondergoed, schoenen en dergelijke.
In de namiddag gingen we naar het Sanctuary.

Weekend
Zaterdagmorgen namen we een bus naar Dedza. We hadden geluk: toen we naar het busstation wandelden, stopte er een bus die richting Dedza ging en we konden vooraan zitten. Bovendien reed deze bus ook aan een goed tempo en veilig. Tegen 10.30u arriveerden we in Dedza. We bezochten een Lodge die er nog vuiler uitzag dan mijn kamer in het Social Rehabilitation. Hier wilden we niet slapen.
We belden naar de Dedza Pottery Lodge en daar was nog één kamer vrij. We namen een pcik-up die ons richting de Pottery bracht. We moesten nog even stappen, waarna we de Lodge bereikten. Het was een mooie lodge, met een mooi uitzicht (weeral). Ook het eten was er lekker. En weeral waren bijna alle aanwezigen blanken.
In de namiddag brachten we een bezoek aan de pottenbakkerij, naast de lodge. We zagen er hoe ze potten, tassen, borden, vazen en dergelijke maken. Ze verkochten ook hele mooie dingen.
’s Avonds nam ik een heerlijk warme douche, terwijl Sanne al sliep. Om 21.30u kroop ik ook in bed. Ik was immers heel moe, en wou eens lang slapen.
Zondag stonden we rond 8.45u op. We namen elk een douche, waarna we gingen ontbijten.
Daarna speelden we nog even enkele BAO-spelletjes, waarna we konden vertrekken richting Lilongwe.
Ook vandaag hadden we weer geluk met onze minibus. Toen we ongeveer 5 minuten stonden te wachten, kwam er een bus aangereden. Sanne en ik mochten weer vooraan zitten. En ook deze bus reed heel veilig.
Om 14.45u bereikten we Lilongwe. En doordat we zo vroeg terug waren, konden we nog enkele uren voor school werken.
We deden niet zo heel veel tijdens dit weekend, maar het was wel leuk. Bovendien was het ook heel mooi weer. De voorbije twee weken regende het nog maar 1 avond. We hadden dus al veel geluk met het weer.

Dit was het dan alweer voor deze week.

Vele groetjes.

maandag 13 april 2009

Vrolijk Pasen

Mwadzuka Bwanji!
(goeiemorgen)

Hoe gaat het daar in België? Veel nieuws?
Hier in Lilongwe gaat alles heel goed. De zon scheen de ganse week, dus dat maakte mij heel gelukkig. Het is leuk als je kan opstaan met de zon en een ganse dag kan genieten van het zonlicht, echt super.

De voorbije week verliep ook enorm goed. En het weekend was ook super.

Dinsdag 7 april
Deze namiddag wilden Sanne en ik baseball aanleren aan de jongens, aangezien ik de vorige keer maar een tiental jongens had die meespeelden. Maar ook nu waren de jongens nergens te bespeuren. Rond 14.30u waren er enkele jongens die wilden meespelen. Na de speluitleg konden we beginnen spelen. Maar eigenlijk verliep het spel niet echt zoals baseball. Sommige jongens denken dat ze het spel begrijpen en blijven dan ook koppig vasthouden aan hun ‘idee’ van het spel. Het is eigenlijk helemaal niet zo, maar toch kan je het hen maar heel moeilijk weer afleren.
Na een uurtje waren de jongens uitgeput en ze wilden een ander spel spelen. Ze stelden voor om te gaan voetballen. Oké, Sanne en ik besloten om mee te voetballen. We gingen dus mee naar het veld aan de overkant van de straat, in de felle zon. Eerst was er de training, echt hilarisch. Sanne en ik, twee meisjes tussen een 15tal jongens, stonden te shaken met onze heupen, te schudden met onze benen, … We volgden de ‘trainer’. Het was eigenlijk echt grappig. Na de training kon de voetbalmatch beginnen. Nuja, voetbal, het was wel voetbal, maar zonder goal. Ik snapte nu nog minder het nut van ‘achter een bal lopen’ en dan nog niet eens in een doel moeten schoppen. Gek. Nuja, misschien goed dat het zonder doel was, dan viel het ook niet op dat ik niet goed kan mikken.
Het was leuk om te voetballen, maar wel niet eenvoudig. Die jongens kunnen er nogal wat van, maar ik, als onervaren voetballer, daarentegen… Uiteindelijk kon ik toch een aantal keer op de bal schoppen (ik zal maar zwijgen over het feit dat de jongens de bal soms opzettelijk voor mijn voeten lieten rollen…). Na een halfuurtje gaven Sanne en ik het op. We zijn al niet gewend van te voetballen, maar hier kwam nog eens bij dat we moesten voetballen in de felle zon.

Om 17u kwam Dimitri, de Belgische man, ons ophalen. Eerst gingen we naar de winkel, waar we plots chocopasta zagen. Jaja, en wel van België!!! (geëxporteerd naar Zuid-Afrika en van daaruit naar Malawi) Meenemen die pot choco! Het lukte ons echt niet om die chocopasta voorbij te lopen, zonder hem mee te nemen. En na een maand confituur op ons droog brood, vond ik dit wel toegelaten…
Daarna aten we gezouten nootjes bij Dimitri, spaghetti met heerlijke saus en kaas! En pudding! Allemaal heel lekker.
Het was een leuke avond, met heerlijk eten. ’s Avonds bleven we ook bij Dimitri slapen, om dan de volgende morgen naar de stad te gaan.

Woensdag 8 april
Deze morgen stond ik doodmoe op, en met ochtendhumeur tot gevolg… Vannacht had ik echt niet zo goed geslapen. Ik kwam regelmatig wakker omdat ik het koud had; Sanne had het laken (onopzettelijk uiteraard) weggetrokken. Ik was eigenlijk wat kwaad op Sanne, maar zij kon daar ook niets aan doen dat ze al slapend mijn laken afnam. We lagen namelijk in een tweepersoonsbed.
Nuja, ’s avonds zorgde mijn ochtendhumeur van de morgen wel voor lange lachbuien.

In de namiddag was de activiteit meer dan geslaagd. We lieten de jongens en meisjes eieren uitblazen om daarna te versieren met stiften en stickers. Ze vonden het super. Het was echt leuk om te zien dat de jongeren zich enorm amuseerden. Van het eieren uitblazen op zich maakten ze al een heel spektakel. En toen ze ’s avonds roerei (van de uitgeblazen eieren) kregen bij hun avondeten, was het nog een groter spektakel. Het gaf me een enorm goed gevoel.

’s Avonds was het heel leuk met Sanne. Ik leerde gitaar spelen, echt super. Het ging ook heel vlot. Na een uurtje kon ik alle noten spelen. Voor een liedje heb ik nog meer tijd nodig. (op vrijdag lukte het me om Broeder Jacob te spelen)

Donderdag 9 april
In de namiddag hielden we een muzieknamiddag. Sanne speelde gitaar, en zong. Ik speelde blokfluit of zong soms ook mee. We leerden hen het liedje ‘five little ducks went out to play…’ aan en ze (enkele jongens) zongen enthousiast mee. Daarna vertaalden ze het liedje in het Chichewa en zongen nog enthousiaster. Daarna mochten ze een ‘bandje’ oprichten. Er waren een tweetal dansers, een zanger, een gitarist en een drummer , die samen het liedje speelden. We filmden het ook. Het was echt heel mooi om naar te luisteren en ook om naar te kijken. Ook heel grappig om te zien hoe ‘de gitarist’ gitaar speelde met heel veel show maar er eigenlijk niet veel van kon (de akkoorden klonken soms echt vals). Maar uiteindelijk was het wel gek wat ze allemaal deden: ze hebben veel gevoel voor ritme.

Daarna was het ‘paasfeest’. We deelden Sobo (met ananassmaak) uit en wafeltjes. Ook kreeg iedereen een ballon. De kinderen, jongeren en ook het personeel waren er heel blij mij. Dat maakte mij ook blij. De ballonnen werden onmiddellijk opgeblazen, de wafeltjes werden met smaak opgegeten en de Sobo werd gelijk verdeeld.

Toen we wat tijd over hadden, besloten Sanne en ik eens het BAO-spel (een gezelschapsspel voor 2) uit te proberen. Ester legde ons het spel uit. We wisten al een beetje hoe het spel in elkaar zat, maar hadden nog niet alle ‘regels’ door. Ester toonde voor hoe je het spel speelt (aangezien ze het niet in het Engels kan uitleggen). Maar ze slaagde in haar opdracht, want een halfuurtje later hadden Sanne en ik helemaal door hoe het spel verloopt. Sanne en ik konden dus nu een wedstrijdje BAO doen. Beiden wonnen we eens, dus we zijn allebei geboren BAO-spelers. Ik daag jullie uit…

Vrijdag 10 april
Deze morgen werden we om 9u bij Brenda verwacht, samen met de meisjes. We zouden namelijk een kookactiviteit doen. Maarja, om 9u konden we nog niet vertrekken. Sommige meisjes moesten zich nog douchen. Sanne en ik konden nog niet doorgaan, want we wisten de weg niet. Toen het 9.30u was, begonnen we ons wat te ergeren. Waar bleven ze toch… Maar blijkbaar waren de meisjes wel al klaar, maar konden we nog niet vertrekken omdat (de vervanger van) de directeur, zogezegd, van niets wist. Normaal moeten de meisjes laten weten naar waar ze gaan. Aangezien ze dat niet deden, zou hij naar het Social Rehabilitation komen en moesten ze het hem dan persoonlijk zeggen. Maar eigenlijk wist hij het wel al, als hij geluisterd had tenminste, want Brenda had het hem gisteren gezegd. Toen hij er om 10u nog steeds niet was, ergerden Sanne en ik ons nog meer. We zaten al een uur te wachten… Uiteindelijk belde hij dat het geen probleem was, dat we mochten vertrekken.
We wandelden naar Brenda haar huis (mooie wandelroute trouwens, heel rustig). Daar aangekomen, bleek het eigenlijk geen probleem te zijn dat we zo laat waren. Er was namelijk geen elektriciteit. Koken konden we dus niet. Onze voormiddag vulden we dus met praten en gezelschapsspelletjes spelen. Toen het 13u was, en we eigenlijk een enorm grote honger hadden, vertrokken we weer naar het centrum. Maar wat zouden we eten… Ons brood was op en er was geen elektriciteit…? Blij dat we waren toen we plots het licht zagen branden!
In de namiddag toonde Beebee ons een brief. Beebee is een vluchtelinge van 18 jaar die uit Congo komt. Ze studeert nu in Blantyre (in Malawi), maar gedurende de paasvakantie verblijft ze in het Social rehabilitation. Sanne en ik hadden er de voorbije dagen veel contact mee. Het is een heel vriendelijk en intelligent meisje, ze kan goed Engels en is ook altijd heel enthousiast.
Toen we vroegen naar de reden van haar ‘vlucht naar Malawi’ (als ze dat wou vertellen tenminste) antwoordde ze dat ze ons een brief zou laten lezen. Dat is dus de brief die we deze namiddag kregen. Van wat we toen lazen, werden Sanne en ik heel stil, de tranen sprongen in onze ogen. Beebee haar ouders zijn van verschillende ‘stammen’ (volgens mij Hutsi’s en Tutsi’s) in Congo. Het is eigenlijk een schande wanneer twee mensen van verschillende ‘stammen’ met elkaar trouwen. En dat ze dan nog eens (6) kinderen kregen was nog een grotere schande. Het gevolg was dat de familie van Beebee haar gezin dus helemaal uitstootte. Ze werden gediscrimineerd en uitgescholden door gans het dorp en haar familie. Op een avond stormden gemaskerde mannen met messen en geweren,… hun huis binnen en wilden de moeder en al de kinderen (de meisjes) verkrachten. Hun vader weigerde dit en de mannen hebben hen gewoon vermoord in het bijzijn van iedereen, inclusief zijzelf. Twee kinderen zijn kunnen ontsnappen. Haar twee andere broers en haar moeder werd ook vermoord. Zij bleef alleen over met haar broer. Ze sloegen haar broer zodanig veel en hard tot ze dachten dat hij dood was. Beebee hebben ze meerdere malen na elkaar verkracht. Toen de broer bijkwam, zijn ze gevlucht naar de priester die hen doorverwees naar een ziekenhuis. Daar heeft een man, die zogezegd een vriend was van haar vader (en die ze trouwens niet kende) haar komen ophalen en meegenomen naar ‘Oeganda’ (ik weet niet goed hoe je het schrijft). Ze heeft daar vier jaar verbleven. Ze kreeg amper eten, kledij en moest al het huishoudelijk werk alleen doen. Maar het ergste van al is dat de zoon van deze man, haar tijdens die vier jaren meerdere malen verkracht heeft. Soms slaagde hij daar niet in door haar verzet. Gelukkig heeft haar broer Beebee terug gevonden en hebben ze samen weggevlucht naar Malawi. Eenmaal hier in Malawi aangekomen, zijn ze terecht gekomen in een Congolees kamp. Ook daar waren haar problemen nog niet over, want er was daar een oudere man van 45 jaar (zij was toen 17) die haar alles schonk, maar hij wou een kind van haar, in ruil voor al de dingen die hij al voor haar gedaan had. Zij weigerde echter. De andere Congolezen van het kamp waren ook niet bepaald vriendelijk voor hen, wegens het verkeerd gemengd ras. Doordat haar broer in grote armoede verkeerde, liet hij z’n zus tegen haar wil in, werken als prostitué. Eigenlijk wist ze niet wat hij van plan was. Plotseling moest ze naar een hotel gaan slapen en sliep ze eerst in een kamer alleen. Daarna moest ze verhuizen naar een kamer waar twee bedden stonden. Een vriend van de broer kwam binnen en heeft haar proberen te verkrachten, maar is daar gelukkig niet in geslaagd. Soms was Beebee echter niet sterk genoeg om de verkrachter tegen te houden. Toen ze terug kwam van kamp en vertelde tegen de broer wat ze wel allemaal niet moest doen in ‘town’ en dat ze dit weigerde, sloeg hij haar zodanig in elkaar dat ze (denk ik) bewusteloos was.
Amai zeg, zo erg voor Beebee en haar gezin! Echt onvoorstelbaar eigenlijk… En ze lijkt zo een sterk meisje, is altijd enthousiast, … Niet te geloven eigenlijk dat haar dat allemaal overkomen is. En ze is nog maar 18 jaar! Beebee is daarna door andere mensen naar het rode kruis (ja hier hebben ze dat ook blijkbaar) gebracht en daar opgevangen door een Amerikaanse vrijwilligster Anna. Deze vrijwilligster heeft haar geleerd hoe om te gaan met deze trauma’s en haar ondergebracht in een goede organisatie, namelijk UNHCR (een organisatie van Unicef voor de vluchtelingen). Jammer genoeg heeft UNHCR het geld niet om al het nodige materiaal voor haar te kopen. Ze heeft bijvoorbeeld zeep, suiker, balpennen, handdoeken, lakens, een trui en dergelijke nodig om naar school te gaan in Blantyre en om te kunnen eten enzo. Ze schrijft iedere keer een brief naar het UNHCR met daarin het materiaal dat ze nodig heeft. Ze krijgt telkens maar een klein beetje (voorbeeld 1 pak suiker of 1 stuk zeep, waar ze dan vier maand mee moet doen). Doordat Sanne en ik nog steeds geld over hebben van onze benefiet, zullen we voor haar al het nodige materiaal in alle discretie gaan kopen. Het gaat echt om materiaal dat ze nodig heeft om te kunnen leven en bovendien is al dat materiaal ook heel goedkoop in Malawi. Het is een kleine moeite voor ons, en we doen er Beebee een groot plezier mee. Dat maakt ons gelukkig.

Zaterdag 11 april
Deze morgen vertrokken we met Dimitri richting Salima (een uurtje rijden). De zon scheen buiten, zoals de ganse week, maar deze keer leek de zon veel meer warmte te geven. Maar al rijdend (met de ramen open) viel dat eigenlijk niet op, aangezien de wind voor verkoeling zorgde. Het gevolg was dan ook dat mijn linkerarm en –schouder na een uurtje bloedrood zaten.
Toen we in Salima waren, besloten we nog enkele minuutjes door te rijden, tot aan het lake Malawi (in Senga Bay).
Maar om de lodges te bereiken, moesten we, of beter gezegd de auto, een heel avontuur doorstaan. De weg bestond uit allemaal putten en bergjes en zand (geen asfalt dus). Het was een schokkende rit…
Toen we aan de lodges aankwamen, besloten we ze eens allemaal een bezoekje te brengen en na te gaan in welke lodge of resort we de meeste luxe kregen voor weinig geld. We zagen een prachtig wit resort (net een Grieks hotel), maar het kostte te veel naar ons gedacht. We gingen dus even langs bij de ‘buren’, van wie de lodges niets waren in vergelijking met het witte resort. We gingen dus terug en vroegen aan de directeur of het misschien mogelijk was om er voor een goedkopere prijs te kunnen blijven slapen. En wat raad je… het was (na veel gepraat) mogelijk. We konden dus genieten van de luxe voor weinig geld. Super, net wat we wilden. De kamer was prachtig, het eten was lekker, de douche was warm en had ‘massage’sproeiers, we hadden zelfs een airco in de kamer… Alleen was het meer hier wel minder mooi en minder blauw dan in Nkhata Bay.
Bovendien lopen er op het ‘strandje’ ook mensen van de lokale bevolking rond. Ze komen zich wassen in het meer, komen hun kleren hier wassen, kinderen komen hier spelen, … Deze mensen hebben amper iets, terwijl al de toeristen (en ook rijke Malawianen) voor hun neus zitten te eten, te genieten van de luxe, … Hier had ik het wel wat moeilijk mee. Ik voelde me ook een toerist, en mijn eten smaakte mij dan ook minder. Het is niet leuk om de kinderen uitgehongerd te zien kijken naar een heerlijke maaltijd met frietjes en vlees… Ik voelde me dan ook wat schuldig.
Na de middag maakten we een strandwandeling. Eerst passeerden we allemaal lodges, waarna we aan de villa’s kwamen. Maar eigenlijk is dat nog geen villa. Een villa in België is niets in vergelijking met wat we toen zagen: grote, kleurrijke supergrote villa’s (meestal van Indiërs ofwel blanke mensen) met uitzicht op zee. Dan hebben ze ook nog eens een supergrote tuin, soms nog met zwembad, … echt prachtig. Hoewel ik me hier toch niet zou amuseren aangezien er voor je huis kindjes rondlopen die het met 1 tomaat en wat Nsima moeten doen per dag…
We kwamen veel kinderen tegen tijdens de wandeling. Toen we enkele schattige kinderen zagen, besloot ik er een gesprekje mee aan te gaan, uiteraard in het Chichewa. Het lukte redelijk goed.
Ik: ‘Muli Bwanji?’ (hoe gaat het)
Een meisje: ‘Ndiri Bwino. Kaya inu?’ (goed, en met jou?)
‘Ndiri Bwino. Zikomo.’ (goed. Dank je)
‘Dzina lanu ndi ndani?’ (wat is jouw naam?)

‘Tiwonana’ (tot ziens)Het meisje vond het leuk praten, en ik ook. Jammer dat ik eigenlijk niet meer woorden en zinnen in het Chichewa kan. Soms zou het echt leuk zijn om eens met de kindjes te kunnen praten.

’s Avonds gingen we bij de ‘buren’ (de Lodge naast ons resort) eten, aangezien het daar goedkoper was.
Na het avondmaal gingen we nog even op het terrasje van ons resort zitten, waarna we doodmoe gingen slapen. Ik kon goed slapen, gedurende enkele uren. Om 5u ’s morgens werd ik echter wakker gemaakt door een stemmetje die riep ‘Stephanie?’. Ik schrok wakker. Sanne zat recht in haar bed: ‘Kan je de airco aanleggen?’ Het eerste moment kon ik er niet mee lachen, maar na een kwartiertje kwam ik niet meer bij van het lachen. We dachten terug aan hilarische momenten van de voorbije week, waardoor het onmogelijk was om ‘kwaad’ te blijven. We konden de slaap echt niet meer vatten, tot ergernis (van ons allebei) toe. Rond 7u kon ik de slaap weer vatten, en vervloekte dan ook mijn wekker die ons om 8.15u wakker maakte…

Zondag 12 april
Sanne had geluk dat ik geen ochtendhumeur had vandaag. De lachbuien hebben blijkbaar goed geholpen.
Het ontbijtbuffet was massaal, maar wel typisch Engels: geroosterd brood, eieren met groentjes, worstjes, spek, aardappelen, cornflakes en fruit. Het was wel lekker.

Rond 11.30u vertrokken we op zoek naar de nijlpaarden. We namen een wegje (die ik eigenlijk geen weg zou noemen aangezien het meer aarde en zand was) die ons naar de nijlpaarden-vijvers zou moeten brengen. Nuja, na enkele kilometers, hoorden we van een koppel dat de nijlpaarden er niet meer zitten, aangezien er geen vissen (voedsel dus) meer in de vijvers zitten. We moesten dus de ganse weg terugkeren. Even leek het totaal zinloos te zijn dat we deze weg ingereden waren. Tot we plots 1, 2, neen 4 bavianen (apen dus) zagen. De apen liepen over de weg, op hun dooie gemak. We namen rap ons fototoestel en trokken enkele foto’s. We besloten ook een filmpje te maken. Plots waren de bavianen echter verdwenen, ze waren een dorpje (bestaande uit enkele hutjes) binnen gegaan. Plots kwamen ze weer tevoorschijn, en ze liepen heel snel naar de overkant van de straat (tussen de bomen en het gras). Wat zagen we toen? Één van de apen had gewoonweg een stuk vlees (of iets anders van voedsel) gepikt in dat dorpje. We zijn dus getuige van een diefstal met apen als daders en de bewijzen staan op film! Grappig eigenlijk.
Aangezien het nog maar 13u was en we ook wel honger hadden, besloten we naar een fish farm (waar ze vissen verkopen) te gaan. Daarnaast is er ook een lodge, waar we dus zouden kunnen eten. We namen een weg, maar weeral kan je eigenlijk niet over weg spreken. Deze keer was het geen zand, maar asfalt met echt diepe putten in. Het was een heel hindernisparcours dat de auto moest doorstaan. Soms haperden we doordat sommige putten te diep waren en de auto daar helemaal niet voor gemaakt is. Uiteindelijk bereikten we de fish farm en de lodge. We waren in een echt paradijs beland. De Fish Farm ligt niet veel verder van Senga Bay, ook aan Lake Malawi. Maar deze plaats is veel mooier dan Senga Bay. Het landschap leek net een postkaartje. Prachtig! Spijtig dat we deze lodge gisteren niet ontdekt hebben. Nuja, uiteindelijk waren we wel blij dat we toch de gelegenheid gehad hebben om deze plaats te zien. Het was de moeite waard om over een straat vol met obstakels te rijden.
We aten iets, het was immers al 14.30u, en genoten ondertussen nog steeds van de prachtige omgeving. Daarna brachten we een bezoek aan de Fish Farm. Toen we binnen gingen, zagen we allemaal aquariums met prachtige vissen in. Al deze vissen komen uit het Malawi-meer. De Fish-Farm heeft een heleboel Europese en Westerse klanten (die de vissen dan in hun land verkopen aan een heel dure prijs, terwijl ze hier maar 1,5 euro kosten). Wanneer een bestelling binnenkomt in de Farm, gaan de vissers de nodige vissen gaan vangen. Deze vissen ‘verblijven’ dan gedurende een drietal dagen in het aquarium in de Fish Farm, om wat krachten op te doen (ze krijgen voedsel en een soort vitaminen). Daarna worden ze in plastieken zakken gestoken, waarbij zuurstof toegevoegd wordt, en deze zakken gaan in boxen. De vissen kunnen op die manier 52 uur overleven. Alles moet dan dus heel snel gebeuren (de vissen naar de luchthaven brengen, op het vliegtuig, richting Europa en dergelijke) aangezien ze binnen de twee dagen eigenlijk uit de plastiek zak gehaald moeten worden. Echt gek eigenlijk. En in België betalen we zoveel voor zo een tropische vissen, terwijl de mensen hier ze gewoon gratis uit het meer vissen.
Toen het 16u was, besloten we terug te keren naar Lilongwe.
Het uitzicht langs de terugweg, ook al hadden we gisteren al langs hier gereden, was opnieuw prachtig. De zonsondergang maakte het helemaal af!


Het was dus een hele leuke week. Het is ook leuk dat Sanne hier voor enkele weken is. Dit maakt het minder eenzaam (tijdens vrije momenten) en bovendien kunnen we ook goed aan ons verslag werken (voor school). Daarnaast beleven we ook hilarische momenten die we kunnen delen, en waarmee we na 3 dagen nog steeds lachen. Echt leuk.

Maar de tijd vliegt wel enorm. Eigenlijk is het niet zo een leuke gedachte dat ik maar drie weken meer te gaan heb in het centrum. Daarna doen we dan een rondreis van 9 dagen, waarna ons avontuur er al op zit. Snif…
Nuja, ik geniet van ieder moment en van iedere dag en hoop dit alles ook nooit te vergeten, want het is een superervaring.

Tot later!
Oja, Vrolijk Pasen trouwens!
Hopelijk heeft de Paashaas in België ook aan mij gedacht, want hier in Malawi heb ik tot nu toe nog geen paaseitje gevonden… Snif snif…

Tiwonana. Bye!

dinsdag 7 april 2009

nog enkele foto's

Hieronder zie je enkele foto's van de namiddagactiviteit, met plasticine. Het was een leuke namiddag.
















projecten gaan goed

Hallo hallo!

Hoe gaat het daar in België? Zijn de eerste dagen van april al goed gegaan? En het weer, valt dat een beetje mee? Hier in Malawi gaat alles goed, heel goed eigenlijk, net als de vorige keer. Alleen het weer viel vorige week wat tegen, bijna iedere dag regende het. De zon zat waarschijnlijk weer bij jullie.

Het project duurt nog maar 4 weken maar, dat is echt heel weinig. En vanaf deze week blijft Sanne in Lilongwe voor 2 à 3 weken. Het is nu vakantie en de kinderen van haar school zijn nu naar hun familie. Daardoor heeft zij niets te doen gedurende de vakantie. Ze besloot om mij te assisteren bij mijn project. Doordat we nu een grote 2 weken samen door zullen brengen, zal de tijd wel heel vlug gaan. We zitten immers nu al over de helft, terwijl ik dat helemaal niet zo aanvoel…

Project in de kleuterklas
Mijn lessen die ik geef in de kleuterklas gaan heel goed. Ik ben er tevreden over. Toch is het niet altijd even eenvoudig, maar ik trek mijn plan en merk dat dit goed lukt.
Vorige week donderdag ben ik naar de kleuterklas geweest aangezien ik vrijdag niet kon gaan. Toen heb ik het verhaal ‘Peter Pan’ voorgelezen (in het Engels) uiteraard, en de leerkracht vertaalde het in het Chichewa. De kinderen luisterden heel geboeid, en waren nadien ook heel enthousiast. Kinderen houden echt van verhalen, en ik vind het spijtig dat er hier zo weinig voorgelezen wordt aan de kinderen. Daarom besloot ik om regelmatig eens een verhaaltje voor te lezen, waarna de kinderen er een tekening over mogen maken.
Hopelijk onthouden de leerkrachten dit voor later, zodat ze ook eens een verhaaltje voorlezen aan de kinderen.

Project in het Social Rehabilitation
De knutselactiviteiten die ik, samen met Daphne (en nu ook Sanne), geef, verlopen heel goed. Enkel de kinderen en jongeren die zin hebben om mee te doen, nemen deel. Soms zijn het maar 10 kinderen, maar aangezien ieder van hen enthousiast is, verloopt alles dan wel heel goed.
De jongens en meisjes vinden het ook heel boeiend om met materiaal te werken dat ze niet kennen of waarmee ze nog nooit gewerkt hebben: plasticine, verf, lijm, scharen, …

De pleinspelen en andere activiteiten, die ik tot nu toe alleen gaf, verlopen ook goed. Alleen was het vorige week heel jammer dat het constant regende. Daardoor moest ik activiteiten vinden die binnen door kunnen gaan. Maar met een hele groep kinderen binnen spelen, is heel vermoeiend, en veroorzaakt ook hoofdpijn. De kinderen en jongeren roepen namelijk in plaats van praten.

Ik amuseer me heel erg met de jongens en meisjes van het centrum. Het vormen van de band met de meisjes verliep toch moeilijker dan die met de jongens. Maar vorige week donderdag had ik een hele leuke namiddag met de meisjes. Sinds die dag is er (als het ware) een sterkere band.
Donderdagnamiddag zaten op een bepaald moment alle meisjes in mijn kamer. Ik had net het spelletje ‘mastermind’ aangeleerd aan de vluchtelinge Assumpta. Op die manier zou zij het kunnen uitleggen, in het Chichewa, aan de andere kinderen. Sommige meisjes speelden het spel, anderen praatten wat (in het Chichewa wel), of hielden zich bezig met enkele poppetjes die bij mijn valies lagen. Enkele dagen geleden dacht ik nog om die poppetjes misschien aan de kleuterklas te schenken, aangezien de meisjes hier 12 jaar en ouder zijn. Maar toen ik zag hoe de meisjes zich amuseerden met de poppetjes, besloot ik de poppetjes aan hen te geven. Sommige namen een pop op hun rug, in chitenge (een soort doek die in Malawi gebruikt wordt als rok en draagdoek om je kind in te dragen), anderen deden er gekke dingen mee, … Het was echt leuk om te zien. Uiteindelijk is 15 jaar, 16 jaar, … wel wat oud om nog met poppen bezig te zijn, voor wij Belgen toch. Maar hier in Malawi hebben sommige kinderen nog nooit een pop vastgehouden. Dan zou ik het ook super vinden om een pop op mijn rug te dragen. Bovendien worden de meisjes hier ook, van jongs af aan, opgevoed als ‘moedertjes’: ze leren koken, wassen, kuisen, zorg dragen voor broers en zusjes, … Amayi (mama) spelen van een pop is, voor hen, dus heel leuk.
Je merkt ook dat ze op sommige momenten interactie zoeken met mij. Sommige kunnen geen Engels, waardoor er dus meestal niet gepraat wordt. Maar ze komen bijvoorbeeld met de pop dichter bij mij, waardoor ik daar dan op reageer, … Op die manier ontstaat er een leuke interactie, maar meestal dus zonder woorden, ofwel met enkele basiszinnen in het Engels.
Ook ’s avonds had ik een heel leuk moment met de meisjes. Ik besloot om, als verrassing, te koken voor hen. Toen ze tussen 20u en 21u aan het bidden waren, kookte ik rijst en lange bonen met tomaten. Rond 21u was ik klaar, en ging ik naar de kamer van ‘auntie’ Maureen, waar alle meisjes zaten om te bidden. Ze waren net klaar met bidden en deden de deur open. Toen ik zei dat ik een verrassing had, en ze het eten zagen, waren ze dolenthousiast. We aten allemaal samen uit één bord, bovendien met de handen. Dit was echt gezellig. Hoewel ik niet veel van het gesprek verstond, vond ik het toch een leuke avond. En soms zijn er ook geen woorden nodig om te begrijpen wat de meisjes willen zeggen. Want meestal maken ze van een verhaal een heel toneelstuk, met gebaren, mimiek, … Echt leuk om naar te kijken, en heel grappig.
Op een bepaald moment zal ik alleen in de kamer met Maureen, de vrouw die ’s nachts in het centrum blijft. In het begin was het wat raar, aangezien ik amper contact met haar heb. Maar ik vroeg naar hoe het nu met een meisje was, aangezien ze deze morgen voor ‘zogezegd iets kleins’ naar het ziekenhuis moest. Bij wat ik toen hoorde, moest ik toch even slikken. Dat meisje heeft blijkbaar het HIV-virus. Twee maand geleden werd ze getest en de resultaten waren positief. Nu moet ze pillen (een soort drugs) nemen om haar weerstand wat sterker te maken.
Amai, dat was toch wel even schrikken toen ik dat hoorde. Ik weet wel dat er hier in Malawi veel HIV en aids voorkomt, maar omdat ik er nu van zo dicht mee geconfronteerd wordt, had ik het er wel even moeilijk mee. Dat meisje is nog maar 13 jaar oud! En blijkbaar zijn er heel wat kinderen en jongeren van het centrum die HIV hebben, en zij zijn dus allemaal jonger dan mij, onvoorstelbaar!

Vrijdag 3 april
Deze morgen ben ik rond 8u vertrokken naar het busstation. Ik wou namelijk snel een bus nemen om naar Chilanga te gaan. Sanne en ik zouden een ‘3-daagse’ maken naar het noorden en wilden dus vroeg vertrekken. Ik nam een grote bus en hoopte er op die manier sneller te zijn dan met een minibus. Maar neen, de bus wachtte en wachtte en wachtte, tot die helemaal vol zat. En dat duurde immens lang! Het was 10.30u toen we eindelijk vertrokken. Ik was heel gelukkig opgestaan, maar de busrit verpestte het toch wel wat. Eerst was er file. De bus dacht toen een zijweggetje te nemen, maar dat zag er volgens mij eerder uit als een gracht. De bus ging dus helemaal scheef, en ik vreesde even dat hij zou omvallen. Geen leuke gedachte! Gelukkig reden we na 5 minuten weer op de asfaltweg. Maar ik voelde me nog niet veilig. Plots viel er een bagagestuk, die achteraan de bus vast gemaakt was, op de weg. Toen iemand ‘stop’ riep, remde de bus heel bruusk. Hij reed toen achteruit tot hij het bagagestuk bereikte, en de chauffeur legde dit weer op de bus. Na een kwartier viel er nog eens een bagagestuk van de bus. Echt hatelijk.
Eindelijk, om 13.10u, kwam ik aan in Chilanga, waar ik blij was dat ik de bus kon verlaten. Na snel gegeten te hebben en de trekrugzak klaar gemaakt te hebben, gingen we naar de bushalte, waar we een minibus namen naar Kasungu. In Kasungu zochten we een bus die naar Mzuzu zou rijden. We vonden geen grote bus, maar wel een grote minibus, waarvoor we elk 1200 kwacha (6 euro) moesten betalen. Die bus reed echter niet rechtstreeks naar Mzuzu, maar eerst nog langs Mzimba. Maar er was geen andere bus te bespeuren, dachten we. Want plots zei de chauffeur dat er een bus, die rechtstreeks naar Mzuzu gaat, klaar staat om te vertrekken. We konden dus die bus nemen, maar ons geld dan? Dat was, volgens de chauffeur van de minibus, geen probleem. Hij zou dat regelen met de grote bus. Maar toen we op de bus zaten, bleek het maar 650 kwacha te zijn dat we moesten betalen. Ja zeg! Die andere buschauffeur is dus met 1100 kwacha van ons gaan lopen, dief! Onze bus was echter al vertrokken, waardoor de dief dus niet meer te stoppen was. Wacht maar tot we je terug zien!
Gelukkig zaten we nu wel op een luxebus: heerlijk zachte zetels, gordels, een televisie, … Alleen reed de chauffeur soms wel heel snel, ook in de bochten. Aangezien Sanne en ik helemaal vooraan zaten, was dat soms wel enorm beangstigend. Onze ogen gingen nu en dan ook dicht, niet van vermoeidheid, maar uit angst.
Rond 18u kwamen we aan in Mzuzu. Het was toen al donkere, waardoor we vreesden de lodge nooit te vinden. Gelukkig was er een vriendelijke vrouw die ons wilde begeleiden naar de ‘Flame Tree Lodge’. Eenmaal aangekomen, kregen we de sleutel van onze kamer: geen koningssuite, maar toch meer luxe dan we tijdens de week gewend zijn.
Tijdens het avondmaal maakten we kennis met Ken en Jane, een Brits koppel, die gedurende enkele maanden in Malawi werkt. Zij zouden zaterdag ook naar Nkhata Bay gaan, om van daaruit door te rijden naar Nkhotakota. Ze boden ons een lift aan naar Nkhata Bay.

Zaterdag 4 april
Deze morgen vertrokken we rond 9u naar Nkhata Bay. Het was een prachtige weg die we moesten nemen: veel natuur, bergen, … Heel mooi! Alleen jammer van de regen.
Toen we aankwamen in Nkhata Bay, kon je onmiddellijk zien dat het een toeristische plaats is: heel veel Lodges, mensen kijken niet meer op wanneer ze een blanke zien, … Toen we de auto verlaten hadden, sprak een man, die werkt in Mayoka village, ons aan. Wat een geluk, Mayoka village is de Lodge die we zochten. Met een gratis taxi reden we naar de Lodge. Prachtig, echt onbeschrijfelijk, en jammer genoeg niet zo mooi vast te leggen op foto. Ook zagen we voor de eerste keer het meer: wonderlijk. We waren in een paradijs beland!
De lodge is gelegen op allemaal rotsen, net naast het meer. Er zijn dus wel heel veel trappen die toegang geven tot de verschillende hutjes en huisjes, met uitzicht op het meer. Aangezien er geen hutje meer vrij was, kregen Sanne en ik een huis aangeboden, tegen dezelfde prijs van een hutje. Het was magnifiek: 2 slaapkamers en een badkamer met prachtige douche en warm water! Het was eigenlijk een huisje waar je met een gezin kan verblijven, maar deze nacht was het voor Sanne en mij.

Na de middag maakten we met 1 Belgisch meisje en 3 Duitse meisjes een boottrip, uiteraard op het meer. Ook dit was prachtig. Het water van het meer is helder blauw, echt mooi. Ook het uitzicht is super. De ‘gids’ gooide op een bepaald moment een vis in het water. Een arend kwam aangevlogen om de vis te nemen en vloog weer weg, echt mooi om te zien. Even later vaarden we naar een strandje, waar we wat rustten. We snorkelden ook even in het water. Het was heel mooi om alle visjes te zien, maar soms wel wat vies om tussen de vissen en de rotsstenen door te zwemmen.
Toen het begon te regenen (we hadden geluk, want de ganse namiddag was het heel mooi weer) en al 16.30u was, vaarden we terug naar de Lodge. Het was een hele leuke namiddag!

’s Avonds aten we vis, ‘chambo’, op de barbecue. De vis was heerlijk! Eindelijk eens lekkere vis in Malawi.
We maakten er nog een gezellige avond van, met veel praten en lachen, maar tegen 22u waren we toch wel moe en zochten ons bedje op.

Zondag 5 april
Dze morgen maakten we ons klaar om terug te vertrekken richting Mzuzu. We zaten, rond 11u, op een minibus die naar Mzuzu zou gaan. Er zaten echter nog maar 2 mensen op, en niemand leek van plan om nog de bus te nemen naar Mzuzu. We zouden er dus nog lang staan... Maar plots zagen we een pick-up die op het punt stond om te vertrekken. Dit was onze kans. We sprongen van de minibus en kropen op de laadbak pick-up. Voor dat uurtje rijden, wilden we het wel riskeren. Uiteindelijk zaten we nog redelijk goed. Er was wel veel wind en soms enkele druppeltjes regen, maar al bij al viel het nog mee. We hebben al bussen gehad die gevaarlijker reden...
Toen we aankwamen in Mzuzu gingen we op zoek naar een bus die richting Kasungu/Chilanga zou gaan. Lang moesten we niet zoeken, want bussen genoeg, maar het probleem was dat geen enkele bus bijna vol zat. We kropen dus op een bus, waar nog maar 10 mensen op zaten en hoopten dat het er snel meer zouden zijn. Maar we hebben lang moeten hopen. Sanne en ik werden eigenlijk gek: we gedroegen ons niet meer normaal, de gespreksonderwerpen trokken op niet veel meer en we begonnen liedjes te zingen. Ocharme de mensen op de bus... Na 4 uur, het was toen al 17u, kwam er eindelijk beweging in de bus. Maar we moesten op zijn minst nog 3uur rijden, dus we zoudedn zeker door het donker moeten rijden. Oh, help!
Mar al bij al viel het heel goed mee. Toen het donker werd, reed de bus heel voorzichtig. Eindelijk, ook al was het donker, konden we eens genieten van het landschap, de maan en de sterren (die je hier heel goed ziet), zonder angst te moeten hebben dat de bus zal omkantelen, van de berg zal rollen, ... Het was dus super! Maar waarom stopt die bus nu midden de weg? En waarom stapt iedereen van de bus? Hah, het is plaspauze. Iedereen zocht een plekje uit, en dus Sane en ik ook, hopende dat er geen slangen of ander gedierte de weg naar onze broek vonden.
Daarna reden we verder. Maar we haaden eigenlijk ook nog honger. Toen we weer stopten, kwam er een geschenk uit de hemel. We stopten aan een dorpje waar ‘frietjes’, a la Malawi, verkocht werden met groentjes (kool en tomaat). We kochten ook elk een appel en konden weer genieten van de busrit.
Toen we aankwamen in Chilanga was het al 21u, en dus heel donker. Wat nu? Nja, we moesten van de bus en konden niet anders dan te voet naar de ‘school for the blind’ te wandelen. Ik stak nog snel mijn zakmes in mijn broekzak, je weet maar nooit...
We wandelden hand in hand door het donkere steegje richting de huisjes. We probeerden een stok te zoeken, omdat er blijkbaar heel wat honden rondlopen in Chilange (en honden zijn hier geen huisdieren, maar waakdieren). Maar vooraleer we een stok vonden, hoorden we al gegrom en geblaf van honden. We naderden de huisjes en een 6tal honden kwamen naar ons toegestormd, al blaffend en grommend. Help! Nu hadden we toch wel enorme angst. We wandelden voorzichtig door naar het huisje van Mr. Kamizoole, met de honden voor en achter ons. Gelukkig deed hij de deur snel open. Hij begeleidde ons naar de kamer van Sanne. Blij dat we waren toen we aankwamen!

Maandag 6 april
Deze morgen namen we rond 7.30u een minibus. Toen een minibus stopte, die eigenlijk al propvol zat, weigerden Sanne en ik om mee te gaan. We zieden dat de bus te vol zat en we wel zullen wachten tot de volgende komt. Maar in Malawi doen de chauffeurs van de bussen dus echt alles om je toch maar mee te krijgen met hun bus. Ze propten de 2 personen die vooraan zaten, op de achterbank, zodat Sanne en ik vooraan zouden kunnen zitten en dus veel plaats hadden. Echt gek.
We zaten gelukkig ook op een goede bus: Een bus die niet overal stopt en lang wacht. Na 2 uur waren we in Lilongwe. Blij dat we waren!


Ik heb er dus weer een hele goede week opzitten!

Tot over enkele dagen!

Groetjes vanuit Lilongwe!


Hieronder zie je enkele foto's van de verjaardag van Sanne, de dag waarop we Kasungu National Park bezochten.